Brandweer Kootwijkerbroek 75 jaar
27 mei 2007 om 00:00 NieuwsNatuurlijk is veel veranderd. De hoorn werd vervangen door de pieper, de handpomp door de moderne tankautospuit. Maar onverminderd staat het team van de Brandweer Kootwijkerbroek voor vriendschap en saamhorigheid. Dit jaar bestaat het korps 75 jaar. ,,Doordat je zoveel meemaakt, heb je een heel hechte band met elkaar.”
De gang in de één jaar jonge kazerne aan de Drieënhuizerweg in Kootwijkerbroek hangt vol met zwartwit foto’s van korpsen uit vervlogen tijden. De tijdslijn gaat terug naar het jaar 1934, twee jaar nadat een groep agrariërs het idee postvatte een eigen korps op te richten. Daaraan vooraf ging een aantal branden in boerderijtjes, die volledig in de as werden gelegd. De brandweer uit het aangrenzende Barneveld kon simpelweg niet snel genoeg ter plekke zijn. ,,Toen kwam het idee om zelf een korps op te richten”, zegt commandant Wouter Hazeleger in de kantine van de kazerne. Sindsdien ging er een ratel door het dorp, als in Kootwijkerbroek het vuur brandde.
Het materiaal is misschien totaal veranderd, de mentaliteit niet, vertelt Hazeleger. ,,Die is altijd hetzelfde gebleven. Je hebt hier te maken met mensen die samen de drive hebben anderen te helpen, zich het lot van dorpsgenoten aantrekken. Omdat de gebeurtenissen die je meemaakt soms heftig zijn, is de band tussen de mannen heel hecht.” Alles wordt besproken, zegt Hazeleger. ,,Op een heel open manier wordt hier over gevoelens gepraat. De kameraadschap tussen de brandweermannen gaat verder dan vriendschap.”
Het korps is populair. Dat blijkt wel uit het feit dat er een wachtlijst is. Toetreden tot de Kootwijkerbroekse brandweer is geen makkelijke opgave. Pas als er mensen aftreden, kan er iemand bij. En zo gaat dat al jaren. ,,Het korps wordt breed gedragen in het dorp”, zegt Hazeleger. ,,We organiseren vaak demonstraties, en natuurlijk zien de mensen ons door de grootte van het dorp vaker dan bij andere korpsen. Dat zorgt voor een hechte band met het korps, voor een grote betrokkenheid. Iedereen kent wel iemand die bij de brandweer zit. Doordat de bevolking nauw betrokken is bij het korps is het nooit moeilijk geweest mensen te vinden.” 29Ook de commandant had te maken met de wachtlijst. ,,Ik stond elf jaar op de wachtlijst, totdat ik mocht toetreden. Mijn vader zat al bij de brandweer. Ik vond het fascinerend als dat piepertje afging en hij zich weer naar de brand spoedde. Het heeft me altijd geboeid, op mijn achttiende besloot ik mezelf op te geven.”
Het korps bestaat uit een gemeleerd gezelschap, maar wat opvalt is dat er veel zelfstandige ondernemers in zitten. ,,Maar drie zijn er in loondienst”, zegt de commandant, die een eigen rietdekkersbedrijf heeft. ,,Dat is kenmerkend voor ons korps. Het zijn allemaal ondernemers. Daardoor is iedereen zelfstandig, de mannen weten van aanpakken. Er zitten allemaal figuren in het korps die meedenken. Niet zomaar een opdracht uitvoeren, maar ook zelf naar oplossingen zoeken. Nee, het is niet zwaar om daar leiding aan te geven.”
Wouter Hazeleger spreekt terecht van een rood virus dat elke spuitgast bij zich draagt. Het korps dat momenteel dient, is al jaren actief en zelfs de ereleden - die vanwege hun leeftijd gestopt zijn - kunnen de brandweer niet loslaten. Dat blijkt wel uit het feit dat oud-commandant en erelid Leen van Vliet een museum inrichtte met alles wat hij van de Kootwijkerbroekse brandweer kon vinden. ,,Het is iets aparts, dat virus”, zegt Hazeleger. ,,Dat komt weer omdat je zoveel met elkaar bespreekt. Je hebt zo’n hechte band, dat je automatisch voor altijd aan zo’n korps bent verbonden.”
Hoewel het korps uit Kootwijkerbroek zelfstandig genoeg is, heeft ze net zo goed te maken met plannen van overheidswege. Vooral de extra cursussen vallen op. ,,Er zijn ontzettend veel cursussen bijgekomen en dat moet ook. De tijd staat niet stil, de techniek blijft zich ontwikkelen. Daardoor wordt het steeds complexer om als brandweerman sommige situaties te beoordelen. Het is goed dat er zoveel meer scholing is bijgekomen. Meer levens kunnen daardoor worden gered.”
Toch maakt de commandant zich zorgen om de professionaliseringsslag die door brandweerland raast. ,,De provincie wil dat korpsen zich anders gaan organiseren, waardoor bestuurders in Arnhem kunnen zeggen wat in Kootwijkerbroek gebeurt. Het zou dan zomaar kunnen dat we materieel verliezen. Dat komt de motivatie in een hecht korps niet ten goede.”29 Toch zijn er goede veranderingen doorgevoerd de laatste jaren, vindt Hazeleger. ,,Tot voor kort beslisten alleen de hoofdcommandant en zijn medewerkers in Barneveld wat er hier in Kootwijkerbroek zou moeten gebeuren. Dat is gelukkig veranderd, we mogen nu meer meepraten over de invulling van bijvoorbeeld ons materiaal en huisvesting. De nieuwe spuitwagen hebben we bijvoorbeeld helemaal zelf mogen samenstellen.”
En zo hoort het, zegt Hazeleger. ,,Zelfstandigheid van een korps is ontzettend belangrijk. Je kunt hier wel een compleet nieuwe bluswagen neerzetten zonder dat we daar iets aan hoeven te doen, maar dat werkt niet. Je moet zorgen voor betrokkenheid. Dat kan alleen als je het korps medezeggenschap geeft. Dan wordt het materiaal van het korps zelf en zijn ze er ook zuinig op.”














