Afbeelding
.

‘Dit is het mooiste kantoor van Nederland’

15 juni 2013 om 15:56 Mensen

BARNEVELD Luchthaven Schiphol maakt zich op voor de zomervakantie, de drukste periode van het jaar. Oud-Barnevelder Albert Rozeman (26) is één van de luchtverkeersleiders die het vliegverkeer in goede banen moeten leiden. De Barneveldse Krant sprak met hem in de ruim honderd meter hoge verkeerstoren op Schiphol.

,,Het is tijd om op te stijgen’’, grapt Albert. Hij drukt een knop in en de lift gaat geruisloos omhoog. Op de elfde verdieping gaan de deuren weer open. Een gang biedt een rondleiding langs kantoren, slaapplaatsen voor het torenpersoneel, een keuken en een grote vergaderzaal. Enkele medewerkers zijn aan het pauzeren, maar van luchtverkeersleiders in actie ontbreekt nog ieder spoor.

Albert heeft vanochtend gewerkt en is vanmiddag vrij. Hij leidt zijn bezoek naar een trap en kort daarna is de eindbestemming bereikt: de werkplek van de luchtverkeersleiding in de verkeerstoren. In de ronde ruimte valt het uitzicht over de luchthaven meteen op. Bijna overal zijn vliegtuigen. Vanaf deze hoogte lijken ze niet zo groot, maar dat geldt helemaal voor de duizenden geparkeerde auto’s. De zon straalt volop; door de grote ramen is goed zichtbaar hoe de warmte als een soort deken in de lucht hangt. ,,Het is vandaag een beetje heiig’’, erkent de gastheer. ,,Utrecht is daardoor bijvoorbeeld niet zichtbaar, maar dit zijn desondanks prima werkomstandigheden.’’ 

ZICHT De medewerkers van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) werken op een soort podium, bereikbaar via een trap van pakweg twee meter. Ze zitten op zwarte leren stoelen achter computerschermen, dragen ‘headsets’ en kijken vooral veel naar buiten. ,,In de toren doen we eigenlijk alles op zicht’’, legt Albert uit. ,,De radar is een hulpmiddel. Het komt echter geregeld voor dat we niets kunnen zien door laaghangende bewolking. Als we alleen met de radar werken, mogen vliegtuigen minder snel na elkaar landen en opstijgen. Hierdoor kan vertraging ontstaan voor passagiers.’’

De oud-Barnevelder gaat zitten en vertelt hoe hij enkele jaren geleden bij toeval in aanraking kwam met de opleiding tot luchtverkeersleider. Hij studeerde destijds bedrijfswetenschappen in Nijmegen. ,,Ik zat in de trein en bladerde door een gratis krant. Mijn oog viel op een opvallende advertentie van LVNL. Je moest drie seconden naar een foto kijken en dan snel omslaan. Op de volgende pagina stonden detailvragen over de afbeelding. Hoewel ik alle vragen fout had, was mijn interesse gewekt. Kort daarna heb ik op internet een aanmeldformulier ingevuld.’’

Dat blijkt het begin van een intensieve toelatingsprocedure. Verspreid over vier selectiedagen nemen testers zowel de mentale als lichamelijke gesteldheid van de kandidaten onder de loep. Van de circa veertienhonderd aanmelders halen er slechts enkele tientallen de opleiding. Albert is één van de gelukkigen. ,,Ik was natuurlijk blij, maar wist ook dat de weg naar de toren nog lang was’’, blikt hij terug. 

Ook de opleiding is een afvalrace. Hij zit in 2007 amper vijf maanden in de schoolbanken of de eerste schifting vindt al plaats. Een aantal studenten moet de droom om luchtverkeersleider te worden vaarwel zeggen. Albert krijgt beter nieuws. Hij heeft de eerste maanden goed gescoord en wordt op basis daarvan ingedeeld in een groep die in aanmerking komt voor een toekomst op Schiphol. De overige kandidaten worden geselecteerd voor werk op de zogeheten ‘nevenvelden’ Rotterdam, Beek en Eelde.

Theorie en praktijk wisselen elkaar af tijdens de opleiding, die voor Albert 5,5 jaar duurt. Hij moet de verschillende functies in de toren onder de knie krijgen. De Barnevelder wordt eerst opgeleid tot assistent, een medewerker die onder meer luchtroutes uitdeelt en piloten toestemming geeft om de motoren te starten. Daarna leert hij als grondverkeersleider om het taxiënde verkeer tussen de gate en de baan in goede banen te leiden. Vervolgens studeert hij verder voor ‘approach verkeersleider’, de persoon die het vertrekkende en landende verkeer met behulp van de radar begeleidt. In de laatste fase van de opleiding gaat Albert aan de slag als verkeersleider in de toren. 

Elk onderdeel van de opleiding begint met een theoriegedeelte, gevolgd door de simulator en een praktijkgedeelte. ,,Je kunt dat vergelijken met rijlessen’’, legt Albert uit. ,,Je werkt zelfstandig, maar de coach grijpt in zodra iets fout dreigt te gaan.’’ Aan het eind van ieder blok volgt een praktijkexamen. ,,Dan werk je twee dagen achter elkaar met dezelfde begeleider. Is hij tevreden, dan krijg je een voldoende rapport. Als je dat drie keer op rij herhaalt, wordt officieel examen aangevraagd. Haal je na twee voldoendes een onvoldoende rapport, dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen.’’

VASTE AANSTELLING ,,Ik heb altijd vertrouwen gehad in een goede afloop’’, blikt Albert terug op de opleiding. ,,Maar natuurlijk heb ik ook moeilijke momenten gehad. In je achterhoofd zit toch steeds het idee dat je de opleiding moet verlaten bij een aantal slechte scores.’’ De Barnevelder heeft er veel voor over om te slagen. Terwijl zijn vrienden in de kroeg zitten of met z’n allen op vakantie gaan, zit hij met zijn neus in de studieboeken. ,,Gelukkig werd ik beloond voor mijn inzet. Na drie jaar en negen maanden kreeg ik mijn vaste aanstelling.’’ 

Terug naar de dagelijkse realiteit in de toren. ,,Runway 24 cleared for take-off’’, zegt een verkeersleider door een microfoontje. Albert wijst naar een vliegtuig dat in de verte klaar staat om op te stijgen. Al snel blijkt dat de boodschap is doorgedrongen tot de cockpit. De airbus maakt snelheid en stijgt kort daarna op. Het volgende vliegtuig is inmiddels alweer op weg naar de startbaan en op een andere baan heeft een toestel inmiddels de landing ingezet. ,,Zodra een vliegtuig het Nederlands luchtruim binnenkomt, krijgt de piloot van de radarafdeling te horen op welke baan het toestel kan landen’’, zegt Albert. ,,Dat is echter onder voorbehoud. Op vijftig kilometer van Schiphol krijgt de bemanning de definitieve informatie. Zodra de kist recht op de baan afvliegt en hij zich op de juiste hoogte bevindt, wordt de piloot opgeroepen contact te zoeken met de toren. Andersom geldt dat we opgestegen vliegtuigen overgeven aan de radarafdeling zodra wij zien dat ze de juiste bocht hebben gemaakt.’’

Albert legt uit dat de maximaal acht medewerkers in de toren in de drukke zomermaanden per dag ongeveer veertienhonderd vliegtuigen begeleiden bij het landen en opstijgen. In de winter zijn dat er ongeveer duizend. ,,Op drukke momenten gebruiken we drie banen: twee voor landen en één voor opstijgen. Op een gegeven moment draaien we dat om en gaan we naar twee startbanen en één landingsbaan. Op de allerdrukste momenten mogen we op dit ‘wisselmoment’ een korte periode landen en starten van twee banen. Dan gebruiken we in totaal dus vier van de vijf hoofdbanen. Daarnaast is er een ‘kleine baan’ die met name wordt gebruikt door privéjets, politiehelikopters en de vliegtuigen van de kustwacht.’’ 

CONCENTRATIE De zeventig luchtverkeersleiders, onder wie ook Barnevelder Martijn Duijkers, werken in ploegendienst en zijn ook actief in de kleine toren bij de Polderbaan en het radarcentrum. Gemiddeld draaien de verkeersleiders vijf dagen in de week van ongeveer zes uur. Op een normale dag pauzeren ze in totaal ongeveer twee uur, waarvan ze een groot deel van de tijd ‘standby’ staan voor als het drukker wordt. ,,Mijn vrienden noemen mij wel eens plagend ‘parttimer’, maar ze weten ook wel dat wij kortere werkdagen hebben vanwege het verantwoordelijke werk. Als luchtverkeersleider moet je continu geconcentreerd zijn om het drukke verkeer in goede banen te leiden.’’

Albert voelt die verantwoordelijkheid. ,,Daarom zorg ik er altijd voor dat ik fit en uitgeslapen op mijn werkplek zit. De regels zijn hier ook vrij streng. Als je koorts hebt, blijf je thuis en een scheiding kan bijvoorbeeld ook een reden zijn om je ziek te melden. Je moet met je hoofd volledig bij het werk zijn.’’

Het werk in de toren is erg serieus, maar af en toe is er ook ruimte voor een geintje. ,,Een paar jaar geleden wist ik dat mijn moeder in een bepaald vliegtuig zat. Het was 05.00 uur ‘s morgens en erg rustig, dus ik besloot de piloot te vragen of hij haar via de intercom van het vliegtuig een goede reis wilde wensen. Hij had wel even tijd om daaraan mee te werken. Mijn moeder was erg verbaasd, maar vond het een leuke verrassing.’’

Tijdens zijn opleiding reisde de verkeersleider dagelijks van de Wildenborg in Barneveld naar Schiphol. Sinds 2,5 jaar woont hij in Amsterdam en dat bevalt hem goed. ,,Vanaf Barneveld is Schiphol maar drie kwartier rijden, maar door files deed ik er soms anderhalf uur over. Daardoor moest ik altijd extra vroeg van huis. Tegenwoordig ben ik binnen een kwartier op mijn werk.’’

Op de vraag of Albert zijn droombaan heeft gevonden antwoordt hij bevestigend. ,,Het werk is leuk en uitdagend en ook met mijn collega’s kan ik het goed vinden. Verder is deze baan erg afwisselend: Ik zit op verschillende plekken en daarnaast geef ik tegenwoordig ook training in de opleiding. De grote verkeerstoren blijft mijn favoriet. Voor mij is dit het mooiste kantoor van Nederland.’’

Tekst: Geertjan Jansen

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie