
‘Ik was heel verbaasd en vroeg of ik een waarschuwing kon krijgen voor het fietsen. Maar nee’
27 januari 2025 om 13:30 OpinieBARNEVELD Naar aanleiding van de ingezonden brief van Arie van Duijvenbode voel ik mij écht genoodzaakt om het op te nemen voor onze sympathieke en inlevende burgervader, de heer Van der Tak. Volgens mij doelt onze burgervader niet op het negeren van de regels, wat betreft het fietsen in het centrum.
Elke Barnevelder weet dat je na 12.00 uur niet in het centrum mag fietsen. En dat daardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, dat weet ook iedereen. Dat zijn inderdaad zaken die we met z’n allen moeten zien te voorkomen. En waar we ook met z’n allen verantwoording voor dragen.
Maar er bestaan wat randgevallen, het bekende grijze gebied, waar de handhaving niet zo halsstarrig op zou moeten reageren. Het gaat over een vriendelijke en menselijke benadering en niet alleen het klakkeloos toepassen van de regeltjes volgens het protocol.
BRAAF OM HET CENTRUM HEEN
Zelf had ik afgelopen woensdagmiddag ook iets dergelijks bij de hand. Ik zal u de situatie schetsen : Elke Barnevelder weet dat je na 12.00 uur niet in het centrum mag fietsen. Dat weet ik ook. Om een boete hiervoor te voorkomen, fiets ik dus braaf om het centrum heen. Zo ook afgelopen woensdagmiddag....
Ik fietste rond een uur of half twee vanaf het parkeerterrein rondom de Rabobank op het Torenplein, linksaf langs de Oude Kerk op.Ik stak over bij het Nairacmuseum. Ter hoogte van de ingang van het Nairac Museum werd ik staande gehouden, door een dame van de handhaving van middelbare leeftijd, samen met ogenschijnlijk twee leerlingen c.q. stagiaires. Ik stapte keurig af, me van geen kwaad bewust. Deze dame vertelde mij dat ik in overtreding was, want ik zou daar niet mogen fietsen.
Zelf was ik in de veronderstelling dat dit wel mocht, juist ook omdat het bord van “de boete is duur” verderop richting het dorp overdwars voor de ingang van het centrum (aan de zijkant van de Oude Kerk) staat geplaatst.
Ik was heel verbaasd en vroeg of het niet bij een waarschuwing kon blijven. Maar nee, het mocht niet, want er staat dus een bord aan het eind van het parkeerterrein, terwijl in mijn beleving dat bord eerst ter hoogte van de kledingwinkel ‘Oh me, Oh my” stond. En ter hoogte van de zij-ingang van het Nairac Museum staat het bord ‘Einde voetgangersgebied’. Dus deze dame slingerde mij zonder pardon op de bon. Ik zei dat ik dit heel kinderachtig vond, maar de dame in kwestie zette de boete gewoon door. Zelf had ik echter het idee dat ik niks illegaals deed. Hier is dus echt sprake van een foutje in plaats van ongehoorzaamheid aan de wet.
Deze boete kost mij maar liefst 70 euro. Verder is zo’n boete voor mij als burger ook onverteerbaar, omdat er zoveel onrecht om ons heen gebeurt, waar de handhaving geen raad mee weet en het daarom ook vaak maar laat gaan. En dan voelt een dergelijke boete nog veel vervelender. Ten derde ben ik ervan overtuigd dat heel veel Barnevelders hier fietsen en zich (net als ikzelf) van geen kwaad bewust zijn.
ZORGVULDIG AFWEGEN
De handhaving zou in mijn beleving inderdaad zorgvuldig moeten afwegen of dat het gaat om een foutje wat niet willens en wetens gemaakt wordt, of dat er sprake is van gemakzuchtige burgerlijke ongehoorzaamheid die gevaarlijke situaties oplevert. Dat is een groot verschil !!
En daarin ben ik het helemaal eens met onze burgemeester, die optreedt als een vader voor zijn huisgezin, d.w.z. de Barneveldse samenleving.
Onze samenleving is al vanaf zijn vroege wortels gevormd door medemenselijkheid en oog voor elkaar. Dat is wat Barneveld altijd was, en ik hoop ook in de toekomst zal zijn en blijven.En dat heeft onze burgemeester heel goed door en dat siert hem ook.
En natuurlijk moeten er regels zijn, om de boel in goede banen te leiden. Helemaal mee eens. Maar het moet niet zo zijn dan de regels de medemenselijkheid verdringen. Dan doen we als samenleving écht iets fout. En juist daardoor ontstaat verharding en verwijdering ten opzichte van elkaar. Volgens mij moet je dat als gemoedelijke Barneveldse samenleving niet willen.
Geja Lagerweij, Barneveld




















