‘Ik wil mijn liefde voor dieren delen’

19 mei 2007 om 00:00 Nieuws
Na 27 jaar en meer dan duizend dieren, is preparateur Hendrik Hoogeveen uit Voorthuizen nog net zo enthousiast over zijn uit de hand gelopen hobby als in het begin. Voor de docent van de Christiaan Huygensschool blijft prepareren een ontdekkingsreis vol verwondering. ,,Ik word gelukkig als ik aan zo’n dier mag werken en het kan bestuderen.’’ Boven op zolder heeft Hoogeveen (48) een compacte werkplaats die van alle gemakken is voorzien. ,,Ik heb alles onder handbereik’’, wijst hij op de oude Zanker-centrifuge, een haardroger op standaard en de la met gereedschap waar een chirurg geen slecht figuur mee zou slaan. Op het werkblad ligt Karel, de éminence grise onder de kauwtjes. En een taaie rakker, zo blijkt gaandeweg. Hij is jammerlijk aan zijn einde gekomen bij een frontale botsing met een auto op de Apeldoornsestraat. Maar Karel zal niet in de vergetelheid geraken, daar zorgt de preparateur wel voor. Hetzelfde geldt voor andere vogels en zoogdieren, die inmiddels een plekje hebben gevonden in een klaslokaal, een museum of een educatief project. Karel ligt als een zwart lapje op een werkblad. Na het fatale ongeval hebben kinderen zich over hem ontfermd. ,,Mensen kennen de weg en brengen zo’n vogel dan bij mij’’, zegt Hoogeveen. Met kauwtjes heeft hij overigens een speciale band. Vroeger, als kind, had hij een eigen kauw; die uit de kerktoren was gevallen. Hij kon ermee lezen en schrijven, maar erg mensvriendelijk was het dier niet. ,,Karel pikte andere kinderen in de ogen’’, vertelt de Voorthuizenaar. ,,Het zijn wel intelligente vogels met een prachtig zwart toupetje en naarmate ze ouder worden een indrukwekkende grijze halskraag. Op deze najaarsachtige dinsdagavond in mei ligt Karel er niet op zijn voordeligst bij. Hoogeveen heeft het voorbereidende werk al verricht, dus is de kauw niet meer dan een met veren bedekt velletje en wat botjes. Het ‘interieur’, waarin darmen, lever, maag en hart zich bevinden, is eruit gehaald en ligt als een rode kogelbiefstuk voor hem op het blad. ‘De bout’, zoals Hendrik het biefstukje noemt, wordt in de loop van de avond weer teruggeplaatst in de romp van Karel. Althans, een kopie ervan, gemaakt van een speciaal soort piepschuim. De dode kauw is nog maar nauwelijks ontdooid. Hij komt namelijk uit de diepvries. Daar bewaart de preparateur alle dode dieren voordat hij ermee aan het werk gaat. ,,Op deze manier verrotten ze niet en gaat veel ongedierte dood. Vogels zijn namelijk vaak dragers van ziektes die ook voor mensen schadelijk zijn. Je moet altijd alert zijn op risico’s, vandaar dat ik eerst zeker wil zijn dat de meeste bacteriën en parasieten niet meer actief zijn.’’ Alvorens tot enige actie over te gaan, meet Hoogeveen de vogel minutieus op. Van ooghoek tot ooghoek, van ooghoek naar snavelpunt en ga zo maar door. ,,Die maten heb ik later nodig voor het inbouwen van het lichaam en de kop’’, legt hij uit. Vervolgens wordt de vogel gevild en de huid gelooid met een speciaal spulletje dat verrotting tegengaat. Dan worden alle nog aanwezige vlees- en vetresten van de huid geborsteld met een ingenieuze, door hem zelf vervaardigde borstelmachine. Het is een secuur werkje, want de kans dat je gaatjes borstelt in het tere huidje is groot. Het is ook tijdrovend, maar tijd speelt geen rol bij het werk van een preparateur. ,,Ik probeer alles zo goed mogelijk te doen, uit respect voor het dier. Als je je er met een jantje-van-leiden van afmaakt, heb je kans dat er vraat in het geprepareerde dier komt. Motjes bijvoorbeeld of kevertjes.’’ Eenmaal schoongeborsteld, is het tijd voor een sopje. Hendrik: ,,Gewoon afwasmiddel van de Aldi, het gaat om reinigen en ontvetten.’’ Terwijl Karel een badje neemt, gaat Hoogeveen met scalpels en veilen aan de slag. Weer neemt hij de maat op, nu van het ‘biefstukje’ dat nog steeds voor hem ligt. ,,Even de pootjes eraf, die snijd ik aan het kunstlichaam’’, onderwerpt hij het binnenlijfje aan een inspectie. Als een kunstenaar tovert hij een stuk veredeld piepschuim om tot een lijfje waar Karel zich niet voor hoeft te schamen. De inkepingen in het piepschuim geven aan waar de pootjes en de vleugels bevestigd moeten worden. Het is priegelwerk, want Hoogeveen is niet gauw tevreden. ,,Een geprepareerd dier is alleen maar mooi als alles klopt’’, zegt hij met het oog van een kenner. Karel is inmiddels verworden tot een nat lapje. Weliswaar ontdaan van vet en andere ontsierende substanties, maar onooglijk om te zien. ,,Nu komt het mooiste moment’’, verheugt de preparateur zich. Even in de centrifuge en dan trekt hij de voormalige handendroger naar zich toe en blaast Karel droog. De veertjes zetten op, het toupetje wordt weer een trots zwart petje. De Voorthuizenaar glimt van genoegen. De veren klopt hij nog wat op met een tandenborstel. ,,Het is elke keer weer een feest om elk veertje terug te zien komen’’, glundert de docent praktijkonderwijs van de Christiaan Huygensschool in Barneveld. Heel langzaam krijgt Karel zijn volume terug. ,,Ik bouw hem van voren naar achteren weer in’’, zegt Hoogeveen in preparateursjargon. Hij stut het koppie en de pootjes met ijzerdraad, naait de oorgaatjes dicht om te voorkomen dat vulling naar buiten piept, geeft het nekje met watten de juiste afmeting en drukt kunstogen in de met klei gevulde oogkassen. Karel werkt niet echt mee. Zijn hoofdje moet weer van binnen naar buiten worden gekeerd. Waar deze fase anders een fluitje van een cent is, is deze oude heer met zijn relatief dikke kop ‘een lastige klant’. Maar toch, na anderhalve avond werken, is Karel klaar om de tijden te trotseren. Alsof het zijn eerste vogel is, zó verguld is Hoogeveen met het resultaat. ,,Ik zie ze liever levend, laat dat duidelijk zijn. Maar zo kan hij nog een educatief doel dienen’’, verklaart hij zijn passie voor prepareren. ,,Ik wil mensen laten delen in mijn liefde voor dieren.’’ De Voorthuizenaar is een autoriteit op zijn gebied. Valkeniers, dierenartsen, collega-preparateurs, de politie en een groot netwerk van alerte kennissen en vrienden zorgen er altijd weer voor dat hij dieren krijgt. Wat hij prepareert, gaat naar musea als het Centrum voor Natuur op Terschelling, maar vooral ook naar zijn eigen educatieve projecten met de naam Bio-Visie. Aan de hand van een serie foto’s legt Hoogeveen uit wat hij verstaat onder Bio-Visie. ,,Ik maak vitrines in houten kisten. In die vitrines plaats ik geprepareerde dieren, zoals bij het project ‘Muis?’. Dat bestaat uit vitrines met verschillende dieren, waarbij ‘muis’ in de naam voorkomt: echte muizen, woelmuizen, spitsmuizen en slaapmuizen. Die kastjes vormen samen met een lespakket dat gebruikt kan worden vanaf groep één in het basisonderwijs tot en met volwassenenonderwijs. Het doel van die lesprojecten is dat je als docent met weinig tijd veel resultaat kunt bereiken.’’ Hoogeveen is een leraar in hart en nieren. Vandaar deze onderwijsprojecten. Ideeën heeft hij genoeg, maar soms moet hij jaren wachten totdat een project is voltooid. ,,Ik ben bijvoorbeeld al vijf jaar bezig met ‘roofvogels en uilen’. Het wordt een grote rondreizende tentoonstelling die ik uitleen aan bibliotheken, bezoekerscentra, natuurhistorische musea of het IVN.’’ Hij is één van de prepareervergunninghouders in Nederland en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Preparateurs. Zijn vergunning stelt hem in staat om alle beschermde vogels en zoogdieren te prepareren. Zijn carrière als preparateur begint in 1980 als een oud-politieman in Barneveld hem de eerste beginselen bijbrengt. Een collega-docent van een basisschool in Biddinghuizen, waar hij toen ook les gaf, helpt hem verder op weg en raadt hem aan een vergunning aan te vragen. ,,In die tijd, halverwege de jaren tachtig, was dat een hele klus, want het ministerie van landbouw bracht stropen en prepareren met elkaar in verband. Als er geen dode dieren nodig waren, zou er ook minder aanleiding zijn tot stropen, was de gedachte. Het is me toch gelukt een vergunning te krijgen op grond van mijn educatieve plannen en dat was het begin van een levenslange hobby.’’ Bij het afscheid lijkt hij bang te zijn dat hij een beeld heeft geschetst van een man die meer tijd aan zijn hobbby besteedt dan aan zijn gezin. Zo is het beslist niet, benadrukt hij. ,,Ik ben eerst echtgenoot en vader van drie kinderen, dan leraar en dan pas preparateur en fotograaf. Het is wel zo dat ik moeilijk stil kan zitten. Een avondje televisiekijken is op het moment zelf misschien leuk, maar na afloop denk ik altijd: ‘Ik had zoveel kunnen doen...”
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie