Bescheiden en actief

19 mei 2007 om 00:00 Nieuws
De nieuw-apostolische kerk in Voorthuizen bestaat vijftig jaar. Een bijzondere eend in de plaatselijke kerkelijke vijver. De nieuw-apostolischen vormen met ongeveer 10.000 leden een kleine geloofsgemeenschap in Nederland. Wereldwijd telt de kerk ongeveer elf miljoen leden, waarvan ruim acht miljoen in Afrika. Het opmerkelijkst is de geschiedenis van de kerk, met wortels in het Engelse Albury. Voorganger Gerard van der Laan noemt ‘de leer van Jezus’ een centraal gegeven in de nieuw-apostolische traditie. Wanneer de nieuw-apostolische kerk in Voorthuizen precies is begonnen, is niet meer te achterhalen. Dat moet te maken hebben met het mindere belang dat destijds aan exact notuleren werd gehecht. Maar toen de kerk in Voorthuizen werd gevestigd, ongeveer vijftig jaar geleden, bestond ze uit 25 leden. Die waren voorheen aangesloten bij de gemeenschappen in Putten en Ede. In Voorthuizen kwamen de nieuw-apostolischen eerst in ‘zaal Vis’ aan de Hoofdstraat samen, daarna in het toenmalige dorpshuis Pro Rege en nog weer later in de Jan Ligthartschool aan de Jan de Jagerweg. Daarna bouwden ze een eigen kerkgebouw aan de Gerard Doustraat, dichtbij de plek waar ooit Pro Rege stond. Gerard van der Laan is vanaf 1999 voorganger bij de nieuw-apostolischen in Voorthuizen. Zoals gebruikelijk in nieuw-apostolische kring is dat geen betaalde functie. Hij verdient zijn brood als zelfstandig ondernemer. Van der Laan groeide op in een nieuw-apostolisch gezin en de kerk zit in zijn genen. Zijn vader, grootvader en betovergrootvader - die in ‘s-Graveland woonden - waren ook lid van de Nieuw-Apostolische Kerk. Daarmee gaat de band tussen familie en kerk terug tot in de negentiende eeuw. Die eeuw was in de beleving van de nieuw-apostolischen een heel bijzondere in tweeduizend jaar christelijke geschiedenis. De kerk is rond 1860 voortgekomen uit een opwekkingsbeweging die rond 1830 in Engeland en Schotland begon, vertelt priester-voorganger Van der Laan. ,,Er waren in die tijd, rond 1830, mensen die zich niet meer thuis voelden in hun eigen kerken. Ze misten in hun eigen kerk ruimte voor de Heilige Geest en voor wat tegenwoordig wel bevinding wordt genoemd.’’ Vooral in Engeland, Schotland en Duitsland leefden deze gevoelens van iets wezenlijks te missen onder een deel van het kerkvolk. Dat juist in die tijd het gevoel heerste dat de Geest was uitgedoofd, is volgens Van der Laan ook wel te verklaren. Het was een tijd waarin de mens flinke vooruitgang boekte. De industriële revolutie was gaande, er ontstond meer aandacht voor educatie en de bijbelkritiek kwam op. Van der Laan: ,,Het was een tijd die zich goed laat vergelijken met de onze: de mondige mens dacht dat hij God niet meer zo nodig had en dat hij zichzelf wel kon redden.’’ Tegen die houding kwamen bezorgde christenen in Groot-Brittannië en Duitsland in het geweer. Gerard van der Laan vertelt wat er gebeurde. Het was kort voor 1830. ,,Laat ik voorop zeggen dat wij een reformatorische kerk zijn, dus staan in de traditie van Calvijn en Luther. Maar we zeggen ook dat er in de loop van de tijd iets wezenlijks was veronachtzaamd in de kerk. Eerst was dat nog niet zo helder, maar er werd in de jaren vóór 1830 al wel over gesproken. Het ging over de vraag waardoor er zoveel kou en laksheid in de kerk was. Die vraag werd heel concreet in Albury aan de orde gesteld door een groep verontruste christenen, die zelf veel bezig waren met bijbelstudie en die zich bezighielden met de wederkomst van Jezus.’’ ,,In Albury, een plaats in de omgeving van Londen, vroeg men zich af: Waar is de Geest Gods? Jezus had voor Zijn hemelvaart gezegd dat Hij de Geest zou zenden. Maar er was in de kerk van begin negentiende eeuw weinig van de werking van deze Geest te bespeuren. Men is dus gaan zoeken. Dat gebeurde in de weg van gebed en van bijbelstudie. Het was eerst niet de bedoeling, maar men is daar in Albury continu maanden bij elkaar geweest. Het was een heel bijzondere episode, er waren rijke mensen die zorgden dat het financieel mogelijk was om zo lang bij elkaar te blijven. Er kwamen allerlei tekenen en er was ‘tongentaal’. En langzamerhand kwam men tot de conclusie dat de werking van de Heilige Geest opnieuw moest worden afgebeden. Men heeft ook openbaringen gekregen. Die wezen erop dat er opnieuw apostelen moesten komen. Toen de aanwezigen dit zo hadden ervaren, gingen ze er ook mee naar buiten. Het was niet hun bedoeling een nieuwe kerk op te richten. Ze stelden de zaken in hun eigen gemeenten aan de orde. Alleen, ze werden met hun boodschap niet overal even enthousiast ontvangen en meestal werden ze uitgestoten. Zo ontstond er een aparte geloofsgemeenschap, die officieel in 1847 de naam van Katholiek Apostolische Kerk aannam, waaruit vervolgens in Duitsland een apostolische gemeente ontstond die zich doorontwikkelde tot de Nieuw-Apostolische Kerk zoals we die nu kennen. Er werden twaalf apostelen geroepen, net zoals in de eerste tijd, in de apostolische kerk die na het pinksterfeest uit Handelingen was ontstaan.’’ Wat is er over van geestkracht en bezieling die de eerste apostolischen dreef, inmiddels bijna twee eeuwen geleden? Zeker is dat de eendrachtigheid van het begin niet bleef. Er kwamen scheuringen in de beweging. En tegenwoordig zijn er heel wat verschillende apostolische kerken, van evangelisch tot nogal vrijzinnig. Aan Van der Laan de vraag welke richting zijn kerk en de gemeenschap in Voorthuizen heeft gekozen. Op de gevel van het kerkgebouw aan de Gerard Doustraat is prominent een kruis aangebracht, met er omheen diagonaal omhoog wijzende lijnen. Het kruis staat bij ons centraal, legt Gerard van der Laan uit. ,,De leer van Jezus heeft een centrale plek voor de Voorthuizense apostolischen.’’ De lijnen om het kruis heen symboliseren daarbij een stralende, opgaande zon. Ze zien op de toekomst en kijken uit naar de wederkomst van Jezus. Net als in de begintijd zijn de nieuw-apostolischen adventistisch, dat wil zeggen: gericht op de eindtijd. ,,We geloven dat we in de laatste tijd van de wereldgeschiedenis leven’’, zegt Van der Laan. Maar hij past ervoor op om daarbij grote woorden te gebruiken. ,,We kunnen als mensen niet berekenen in welke fase van de geschiedenis we precies leven. Dat is vroeger wel gedacht, maar we denken nu wat bescheidener. Wel zeggen we: Richt je leven zó in dat je altijd bereid bent om Jezus te ontmoeten, of dat nou aan het eind van je leven is of op de dag van Zijn wederkomst.’’ De apostolischen in Voorthuizen voelen zich nog altijd verbonden met de krachtige evangelische beweging die rond 1830 een misschien wel zelfvoldane en in tradities gevangen volkskerk tot nieuwe spirit wilde opporren. Actief meedoen in de kerk, actief geloven, zijn termen die Van der Laan als eerste noemt als hem gevraagd wordt wat hij heeft meegekregen van zijn vier generaties lang door het apostolische gedachtegoed geïnspireerde voorgeslacht. In de gemeente in Voorthuizen is iedereen actief, ook de elf personen tellende jongerengroep, die zojuist een actie heeft gehouden voor een dvd-speler voor woonzorgcentrum Nieuw Avondrust in Voorthuizen. ,,Vroeger leek het erop dat we onszelf zagen als dé weg tot God, nu zeggen we dat we ‘een’ weg tot God zijn.’’ In Voorthuizen doet Van der Laan mee met het halfjaarlijks overleg van de plaatselijke pastores. Hij voelt zich deel van een beweging die groter is dan alleen maar apostolisch. Zijn adagium is: respectvol omgaan met anderen en in je dagelijks leven laten zien dat je een volgeling bent van Jezus. ,,Vijfentwintig jaar geleden hadden we sterker dan nu de behoefte om te evangeliseren. Misschien dat we momenteel wel meer behoefte hebben om zelf te groeien in de eigen identiteit.’’ De gastendiensten die vanouds kenmerkend waren voor de nieuw-apostolischen, bestaan nog wel, maar die bieden vooral aan wie al geïnteresseerd is ,,een ontspannen manier met onze geloofsgemeenschap kennis te maken’’. Wat valt een bezoeker op in een nieuw-apostolische kerkdienst? Van der Laan: ,,Wat al vlug opvalt, is dat wij gaan staan bij elk gebed en dat er in iedere dienst het Heilig Avondmaal wordt gevierd.’’ Over dat avondmaal zegt de voorganger: ,,Het verbindt je met Jezus Christus, en dat is het meest intieme dat een gereinigde ziel kan gebeuren.’’ De reiniging van de ziel maakt deel uit van het gebed dat Jezus Zijn discipelen leerde, het Onze Vader. Daarin wordt uitgesproken ‘Vergeef ons onze schulden zoals wij onze schuldenaren vergeven’. In de nieuw-apostolische kerkdienst is dat niet zomaar een bede waar je gemakkelijk overheen luistert. Want na afloop van het gebed spreekt de priester de woorden uit: in opdracht van mijn apostel en in de naam van Jezus worden uw zonden vergeven. De Nieuw-Apostolische Kerk kent drie sacramenten, naast de Heilige Waterdoop en het Heilig Avondmaal is het derde sacrament: de Heilige Verzegeling, het ontvangen van de Heilige Geest. Met die Geest worden ‘geestesgaven’ op de gemeente en de gelovigen uitgestort, iets waar rond 1830 opnieuw om is gebeden. Hoe heeft de gemeente van Van der Laan de komst van vooral Het Kruispunt in Voorthuizen ervaren, een gemeente waar de Geest alle accent krijgt, mogelijk meer dan men in Albury kon dromen. Het Kruispunt is explosief gaan groeien terwijl de apostolischen klein bleven. Van der Laan: ,,Misschien dat wij als nieuw-apostolischen inmiddels ook weer te veel een instituut zijn geworden. Een gemeente die nog in ontwikkeling is, heeft daar nog niet mee te kampen.’’ Wel hoopt hij dat hij en zijn gemeente oprecht vanuit de Geest leven en blijven leven. En hij hoopt dat zijn medemensen zien dat dàt de apostolischen drijft. Verder wil Van der Laan met beide benen op de grond staan. ,,De nieuw-apostolische kerk in Voorthuizen is een gemeenschap waarin we aandacht schenken aan godsdienstig onderwijs en catechisatie, en dan de praktijk in. Dat wil zeggen: actief zijn in de gemeenschap en in de samenleving, je ontwikkelen als mensen die de gaven van de Geest hebben ontvangen.’’
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie