Ds. Wim Gorissen.
Ds. Wim Gorissen. Bram van den Heuvel

Ds. Wim Gorissen preekt nog steeds graag: ‘Gehoorzamen, maar niet in eigen kracht’

3 juni 2016 om 08:55 Religie

VOORTHUIZEN ,,Ik was een heel ‘lief’ jongetje’’, zegt Wim Gorissen (77), terwijl hij zijn hoofd schudt. Zo stopte hij de vlecht van zijn zuster in een inktpot. Daarom zei zijn moeder: Als je dominee wilt worden, moet je je eerst bekeren. Op 37-jarige leeftijd werd hij tóch predikant en werkte Gorissen jarenlang met veel vuur in de hervormde kerken van Stavenisse, Katwijk en Voorthuizen. En nog steeds kan hij het niet laten...

Wim werd geboren in Gouda. Hij wist al heel jong dat hij predikant wilde worden. ,,Mijn ouders waren bij de gereformeerde gemeente van dominee Steenblok. Vandaar dat mijn moeder zei dat ik me moest bekeren en dat is natuurlijk ook zo. Toen ik vijftien was, zijn zij daar vertrokken.”

Heeft u dat in uw leven ook zo beleefd, een bekering?

,,Ja. Ik was op z’n minst een godsdienstige, vrome jongen. Maar ik had heel veel angst, want er was mij natuurlijk verteld over hel en verdoemenis. Maar goed, mijn ouders gingen, samen met veel andere mensen, over naar ds. Gijsbert Boere in de hervormde kerk. Toen kwam ik in de Sint Jan, een kerk met van die prachtige ramen. Je keek je ogen uit. Gaandeweg werd ik zondagschoolmeester, knapenleider en jeugdouderling. Ik was heel erg kerkelijk betrokken.”

En toch ging u niet meteen theologie studeren?

,,Nee. Ik had een parfumeriezaak overgenomen van mijn vader. Totdat een vriend van mij voor de zending naar Indonesië ging. Toen besefte ik weer dat ik ook dominee wilde worden, terwijl ik weleens bij catechisatie voor predikanten inviel, als ze ziek waren of naar een synode moesten. Dat deed ik met liefde, dus toen kwam dat verlangen weer. Ik had wel diploma’s, maar verder had ik nauwelijks de lagere school afgemaakt. Dan zou ik vanaf de grond af moeten gaan studeren. Bij een beroepskeuzebureau zeiden ze dat ik er geen doorzettingsvermogen voor had. Dat was voor mij juist de druppel die de emmer deed overlopen. Ik dacht: kom nou. Maar ja, ik zou negen jaar moeten studeren, eerst op het gymnasium en daarna op de universiteit. Toen hoorde ik in een preek de geschiedenis van Mozes die me bijzonder aansprak. Hij werd geroepen en kreeg daarvoor een teken bij een struik. Maar daarvoor moest hij eerst wel helemaal terug naar Egypte. En dus ben ik wel gaan studeren, horde voor horde. Op m’n dertigste mocht ik m’n eerste college volgen en daarna ging het geweldig. In 1976 ben ik afgestudeerd en in januari 1977 bevestigd in Stavenisse op het eiland Tholen. Toen hadden we al een voltooid gezin met zeven kinderen.”

U ging aan het werk in de hervormde kerk?

,,Ja, maar ik ben toch blij dat ik vijftien jaar ‘vooropleiding’ in de gereformeerde gemeente heb gehad. Want tegenwoordig vinden mensen het allemaal snel goed, maar dat staat nu net niet in de Bijbel. Er zijn duidelijk twee wegen. De hoofdzaak is natuurlijk dat we mensen lokken en brengen tot Christus. De Heilige Geest vervult je met die opdracht. Maar je merkt veel tegenstand. Mensen halen heel snel hun stokpaardje van stal: ‘We gaan niet meer naar de kerk, want daar hoor je altijd hel en verdoemenis’. Tegelijk hoor ik mensen zeggen dat ze zelf geloven en de Here aannemen. Ik hoop het en gun het ze van harte, maar ik vertrouw het niet altijd.”

Waarom niet?

,,Omdat de kant vergeten wordt, van ‘Wie de weg geweten heeft en niet bewandeld, die komt er niet’. Het is wel een kwestie van gehoorzamen, maar niet in eigen kracht. Want dat heb ik ook mogen leren. Dat hoeft ook niet, het mag zelfs niet eens. Ik word uit genade zalig. Niet omdat ik dominee ben, keurig leef of bij de kerk iets doe.”

Hoe doe je dat... uit genade leven?

,,Dat is heerlijk. Wanneer de Heilige Geest je laat zien wie je bent en dat je eigenlijk verloren gaat. Ik kan het niet meer. En Hij laat je dan de Here Jezus zien, dat Hij voor jou volkomen betaald heeft, dan leef je daar dagelijks uit en dat wil je doorgeven. Hij houdt ook van jou.”

Dat draagt u graag uit?

,,Vorige week stond ik in de lift met twee mensen, van wie duidelijk was uit welke kerk ze kwamen. Ze zeiden dat ze naar de vierde verdieping moesten. Ik reageerde: ‘Man, dat is bijna in de hemel. Heeft u daar ook een beetje zicht op?’ Toen zeiden ze: ‘Meneer, dat gaat zomaar niet’. Maar in de Bijbel staat: wie gelooft zal zalig worden. ‘Dat is niet voor iedereen’, zeiden ze. Maar dat is een opgeblazen geloof: we moeten, maar we kunnen niet. Als je daar met een speld in prikt, houden ze niks over. Daarom heb ik geleerd om niet te stekelig te reageren en een beetje aan het knoopje van de ballon te morrelen, zodat er wat lucht uit gaat. Dan kun je makkelijker met ze praten. Anders zeggen ze meteen: ‘Over het geloof zijn we het toch niet eens’. Dat is pure angst.”

Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

,,Nee, maar tegelijk is het ook het echte leven. In de psalmen lees je al: ‘Daar de angst der hel mij alle troost deed missen. Ik was benauwd, omringd door droefenis’. En vervolgens: ‘Ik riep de Here aan in al mijn nood’.  Mijn vader heeft me in mijn angstperiode geweldig opgevangen. Hij stelde me gerust, wijzend op de God van het verbond.”

Waar bent u nog meer predikant geweest?

,,Twaalf jaar in het prachtige witte kerkje in Katwijk aan Zee en tien jaar in Voorthuizen in de hervormde kerk.”

Is de geloofsbeleving tussen de kerkleden daar en hier erg anders?

,,Ja, er is een verschil. In Katwijk nemen ze geen blad voor de mond. Vaak heel bruut, maar vervolgens zijn ze onder een hoedje te vangen. De Veluwenaar is meer een binnenvetter. Die heeft wel schik, maar laat dat niet zo merken. Er is hier intussen ook veel import, waardoor de bekrompenheid iets is verdwenen. De confessionelen in Katwijk beleven het geloof wel in een vast stramien, meer op traditie gestoeld.”

U was ook voorzitter van de evangelisatiecommissie 3xM (More Message in the Media), gelinkt aan de Evangelische Omroep (EO).

,,We zijn in Kenia bij zendelingen op bezoek geweest en de EO kwam dat er ore. Want 3xM moest losgemaakt worden van deze omroep. Dat heb ik toen 25 jaar mogen doen en daar ben ik zelfs voor geridderd. De opzet was om kerken te benaderen en via hen tv-uitzendingen te realiseren met het evangelie, maar ook over zaken als aids.”

Evangeliseren zit behoorlijk in u.

,,Ja. Laatst stonden we bij de supermarkt. Toen kreeg ik bij de kassa een cent terug. Ik zei: ‘Dat is fijn, morgen voor in de kerk’. De cassière zei: ‘Meneer, weet u dan niet dat de Here God geen gerinkel wil horen?’ Een man achter me zei: ‘Dat hoort u bij ons ook niet, want wij hebben collectebonnen’. Dat vind ik prachtige gesprekjes.”

U ontmoet ook veel mensen met verdriet. Hoe gaat u met hen om?

,,Een dominee uit de zware hoek zei eens: ‘De mooiste diensten zijn aan een graf’. Dat kon ik niet begrijpen. Ik heb intussen meer dan duizend mensen begraven, maar in die verdrietperiode zijn de nabestaanden inderdaad toegankelijker en kwetsbaarder. Als je dan de juiste toon kunt vinden, kun je heel veel voor hen betekenen. Ook na de begrafenis. Dan vraag je: ‘Ben je boos op God?’ Je moet het  meegemaakt hebben, wil je echt verdriet kunnen peilen. Als dat niet zo is, kun je niet zeggen: ‘Nou, ik begrijp u hoor’, want dat is niet waar. Maar je kunt wel dichtbij ze gaan staan en zeggen: het is wel Zijn kind hè, want wij krijgen ze van Hem. Het is Zijn eigendom en we hebben een gevend God. Maar het geschenk dat je gekregen hebt, is weg. Waarom weet ik ook niet. Jacqueline van der Waals heeft gedicht: ‘Heer, ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet’. Je kunt de Heer wel vragen waarom, hoor. Maar je moet het wel aan het juiste adres vragen. Want de Schenker blijft hoor.”

Maar mensen willen zo graag antwoord...

,,Dat kunnen ze krijgen, absoluut. ‘Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft’, dat staat er zwart op wit. Alleen je komt wel tegen dat men zegt (nors en luid): ‘Daar krijg ik toch geen antwoord op’. Als je zo begint, dan word ik daar toch een beetje verdrietig van. Job is degene die ontzaglijk vaak waarom vroeg. Dat kun je je wel voorstellen. Hij tobde, maar in het achtendertigste hoofdstuk staat dat de Heer antwoordde. Laten we het eerst maar eens bij het juiste adres vragen, want als we dat bij de buurman doen, krijg je 101 antwoorden. Bij het ‘hoofdkantoor’ moet je zijn. ‘Waarom o God verlaat Gij mij, verbergt U zich of laat U niks van U horen?’ Want Hij is getrouw. Misschien geeft Hij niet het antwoord dat je graag zou willen horen, want Paulus bad ook: ‘Heer, die doorn in het vlees, waarom kan die niet weg?’ Hij had geen antwoord, maar hij ging op pad met: ‘Mijn genade is u genoeg’. Prachtig. Vraag het Hem, want Hij is een levende God. ‘Al wat u ontbreekt, dat schenk Ik mild en overvloedig’.”

U bent nu nog actief met ouderen?

,,Ja. Ik werk hier in Voorthuizen als vrijwilliger in Nieuw Avondrust. Daar mag ik de hervormde mensen bezoeken op hun verjaardag, of als ze ziek zijn. Dat vind ik erg fijn, want ik ken ze nog van toen ze jong waren. Mensen die eenzaam zijn, of niet meer willen leven, kun je dan bijstaan. Want Hij laat hen niet los. In psalm 121 staat: ‘Hij is als een schaduw aan uw rechterhand’. Probeer die maar eens kwijt te raken. En de schaduw is er alleen bij de gratie van het licht. Hij is het licht. Dus Hij is bij je. En ik preek nog steeds heel graag.”

Wat vindt u het mooiste lied?

,,Psalm 116: ‘God heb ik lief, want die getrouwe Heer hoort mijn stem’. Maar psalm 27 is ook heel mooi. In het vijfde vers staat: ‘Mijn hart zegt mij o Heer, van Uwentwegen. Zoekt door gebeden met ernst Mijn aangezicht’. Prachtig toch? Hij wijst je de weg. Doe je handen samen. En er komt nog iets: ‘Ik zoek de zegen alleen bij U, o Bron van troost en licht’.”

Gaat u door als predikant tot u honderd bent?

,,Nou, ik tob wel een beetje hoor. Ik heb polyneuropathie, waardoor je geen gevoel in je benen hebt. Lopen wordt moeilijker. Bovendien heb ik prostaatkanker gehad. Dat is bestraald.”

Toen de dokter u vertelde dat u kanker had, wat gebeurde er toen met u?

,,Ik kon daar heel makkelijk mee omgaan. Hij zei wel dat het een agressieve kanker was, maar het kon bestraald worden. Soms denk ik weleens dat ik een onverschillige kerel ben, maar ik ben in Zijn hand. Laatst heb ik een vriend van me begraven, een opgewekt mens. Hij had twee jaar kanker. De dokter zei drie maanden geleden tegen hem: ‘Ik kan je het eeuwige leven niet geven’. Hij reageerde: ‘Maar dat hoeft ook niet, dat heb ik al’. Dat vind ik schitterend en is iets wat ik ook mag geloven. Ik krijg het niet, ik heb het al. Niet verdiend, maar puur door genade. Dat is juist de machtigste grond die er is. ‘Door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen’. Prachtig!”

door Freek Wolff

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie