
Barnevelder Aat Karens ontdekte twee bijzondere oorlogsverhalen
17 april 2025 om 17:17 Historie Tips van de redactieBARNEVELD Sinds 2013 geeft hij als voorlichter lezingen over antisemitisme, de Holocaust en Israël: Aat Karens (75) uit Barneveld. Recent ontdekte de vroegere geschiedenisdocent per toeval twee bijzondere oorlogsverhalen over de Jodenvervolging in Barneveld en omstreken.
De liefde voor geschiedenis loopt als een rode draad door het leven van Aat Karens. „Het verleden heeft me altijd geïnteresseerd. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik al als kind heel sterk geboeid was door kerkgeschiedenis. Dus die affiniteit met geschiedenis zat er eigenlijk vanaf jonge leeftijd wel in.”
Toch begon de uit Zoetermeer afkomstige predikantszoon Karens na de middelbare school niet onmiddellijk aan een studie geschiedenis. Hij had en heeft een passie voor verhalen vertellen en onderwijs geven en kwam in 1971 in het basisonderwijs voor de klas te staan, in Goes. Tijdens zijn werk in Zeeland begon hij alsnog aan de studie geschiedenis. „En toen heb ik in 1977 de overstap gemaakt naar het voortgezet onderwijs en ben ik op het Van Lodenstein College in Amersfoort hoofdzakelijk geschiedenis, maar ook kerkgeschiedenis, godsdienst en biologie, gaan geven.”
VOORLICHTING De stap naar het Van Lodenstein College bracht hem eind jaren zeventig in Barneveld, waar hij sindsdien woont. Een aantal jaren nadat hij op de Amersfoortse school voor de klas kwam te staan, belandde hij in de directie. Uiteindelijk zou hij er tot zijn pensioen in 2012 in dienst blijven.
Na zijn pensionering gingen de Tweede Wereldoorlog en het lot van de Joden toen en nu een grotere rol spelen in zijn leven, net als de toestand in Israël en antisemitisme. „De oorlog heeft me altijd wel beziggehouden. M’n vader heeft bijvoorbeeld in 1940 nog in Zoetermeer in het verzet gezeten. Maar pas toen ik in 2012 vanuit onze kerk, de Gereformeerde Gemeente, gevraagd werd om voorlichter te worden van het Deputaatschap voor Israël in Woerden is echt de liefde voor het Joodse volk en Israël en de belangstelling voor de Holocaust ontstaan.” Hij besloot zich gedegen op de taak van voorlichter voor te bereiden. „Ik ben geen voorlichting gaan geven over Israël en antisemitisme voordat ik me er helemaal in had verdiept: ik wilde beslagen ten ijs komen.”
![]()
De vader van Aat Karens, die deel uitmaakte van het verzet.
PLASTIC HOESJE Na een voorbereiding van een half jaar begon hij voordrachten te geven, onder meer op scholen, jeugdverenigingen, gemeenteavonden en seniorenmiddagen. Het was na afloop van zo’n voordracht in Barneveld dat hij voor het eerst met het onbekende verhaal van de onderduiker Ernst Gustav Büchler in aanraking kwam. „Ik hield een lezing in zorgcentrum Elim hier in Barneveld en daar kwam een mevrouw Blankestijn naar me toe en die zei: ‘Hier hebt u drie A4’tjes’. Die A4’tjes gingen over Büchler. Bij thuiskomst ben ik me er gelijk in gaan verdiepen. Dat was ontzettend interessant.”
Büchler bleek tijdens de oorlog ondergedoken te hebben gezeten in de boerderij van het echtpaar Heiwegen aan de Barneveldse Kweekweg, waar mevrouw Blankestijn en haar echtgenoot later voor dat echtpaar zouden zorgen.
SPIN IN HET WEB Veel meer was er over Büchler, die de oorlog zou overleven, alleen niet bekend. Een zoektocht via Google leverde weinig op, maar Karens beet zich erin vast en al snel kwam hij erachter dat Büchler oorspronkelijk uit Amersfoort kwam. „En tijdens het zoeken ontdekte ik in welk huis Büchler voor de oorlog in Amersfoort woonde. Onze kleinzoon woont er vlakbij, dus die maakte gelijk een foto.”
Karens vond verder de overlijdensakte van Büchler uit 1970 en een bedankbriefje dat de weduwe van de onderduiker na de oorlog aan het echtpaar Blankestijn stuurde. Hij mailde met tal van mensen en instanties en deed alles om meer te weten te komen over Büchler en zijn periode bij de Heiwegens in Barneveld. „Het leuke van dat speurwerk is dat je als een spin in het web zit. Ik was er soms zo intens mee bezig dat ik het vaak niet eens hoorde als m’n vrouw me riep voor de koffie.”
VRAGEN BLIJVEN LIGGEN Al snel leidde het intensieve speuren ook tot schrijven over het onderwerp en uiteindelijk wijdde hij een artikel aan de levensgeschiedenis van Büchler. Hoewel Karens veel informatie over Büchler boven water wist te krijgen en die in het artikel verwerkte, bleven er ook vragen onbeantwoord en schrijft hij aan het einde van het artikel: „Er blijven vragen liggen. Hoe lang heeft Büchler in de onderduik gezeten? Waar verblijft hij in de boerderij? Hoe brengt hij zijn dagen door? Is zijn leven vanwege huiszoeking nog in gevaar geweest? Vragen waar ik geen antwoord op heb.”
De precieze onderduikgeschiedenis van Büchler in Barneveld zal misschien wel altijd een mysterie blijven. Toch ligt in dat wat we wel weten over Büchler en het echtpaar Heiwegen voor Karens een belangrijke les over de oorlog besloten: „Uit dit verhaal blijkt dat er in de Tweede Wereldoorlog dappere Nederlanders zijn geweest die hun leven in de waagschaal hebben gesteld door Joden te verbergen. Vaak voor volslagen vreemden. Belangeloos, onopgemerkt, zonder ook achteraf veel stoere verhalen. In stilte, met liefde en zorg.”
![]()
Kettingkastenfabriek en rechts villa Van der Woerd.
KETTINGKASTENFABRIEK Karens had het artikel over Büchler nauwelijks voltooid of hij stuitte op een nieuw onderwerp om over te schrijven. Zijn Barneveldse buurman hoorde van iemand in de wijk over een onderduikster die in de kettingkastenfabriek van de familie Van der Woerd in Barneveld ondergedoken zou hebben gezeten. Het ging om het Joodse meisje Marijke Lorjé, geboren in 1939. Karens hervatte het speurwerk en correspondeerde wijd en zijd over het lot van deze Lorjé. Tot zijn verbazing vertelde één van zijn correspondenten hem dat Marijke nog in leven is. Een gesprek met de inmiddels 85-jarige Lorjé bleek niet meer mogelijk, maar Karens kwam in contact met haar dochter, Deborah, en met mensen die Marijke in de oorlog kenden, zoals Bertha Nijland-van Doorn.
![]()
Gezin Van Doorn, links vooraan Marijke, rechts vooraan Bertha.
DONKER HAAR Geleidelijk aan ontdekte hij met hulp van al deze contacten de geschiedenis van Marijke: het in Haarlem geboren meisje was in 1942 door haar moeder Debora op de fiets naar Barneveld gebracht; daar kreeg zij onderdak bij een dienstbode van de familie Van der Woerd en werd ze uiteindelijk verder gebracht naar de Betuwe. In de Betuwe kwam ze bij de familie Van Doorn, met dochter Bertha, terecht. Vader Van Doorn had donker haar en dus kon Marijke vrij eenvoudig voor een dochter van hem doorgaan. Haar Joodse identiteit was zelfs in het christelijke tuindersgezin niet bekend. Bertha Nijland-Van Doorn vertelde Karens: „Wij wisten zeker niet dat zij Joods was. Pas na de oorlog kwam de waarheid aan het licht.”
ELFJARIGE OPGEVANGEN Marijke overleefde bij de familie Van Doorn de oorlog. Helaas stierven haar beide ouders in de concentratiekampen, net als vrijwel haar gehele familie. Na de oorlog bleef ze eerst een aantal jaren in de Betuwe. Als elfjarige kwam ze echter naar Barneveld, waar ze door de familie Van der Woerd van de kettingkastenfabriek werd opgevangen. Later trouwde ze en kwam er een gezin met drie kinderen. Haar dochter Deborah kreeg ook kinderen en zegt aan het einde van Karens’ artikel met een zekere onverzettelijkheid: „Zelf heb ik twee kinderen, Ruben en Yael. Ze hebben ons niet uit kunnen roeien.”
![]()
Verborgen kamer in de kettingkastenfabriek.
ANTISEMITISME Karens bewondert deze onverzettelijke houding van Joodse mensen als Deborah, maar ziet in zijn contacten met Joden, ook met een Joodse man in Barneveld met wie hij veel contact heeft, dat het leven voor hen moeilijker wordt. De gebeurtenissen in Israël hebben, merkt Karens, hun stempel gedrukt op veel Nederlandse Joden en het antisemitisme doen toenemen. „Een aantal jaren geleden zeiden rabbijnen die ik ken bij antisemitische uitingen al gauw: discrimineren komt ook bij christenen en moslims voor. Dan had je soms het idee dat het gebagatelliseerd werd. De laatste anderhalf jaar, sinds de terreur van Hamas op 7 oktober 2023, merk je dat men de realiteit veel sterker onder ogen ziet.”
Die realiteit heeft Joodse Nederlanders volgens Karens met een lastig dilemma geconfronteerd: „De Joodse gemeenschap zit nu als het ware in een spagaat: in Europa zie je het antisemitisme toenemen, maar Israël is ook onveilig op dit moment, dus wat moeten ze kiezen? Maar ik denk: als ze dan moeten kiezen, kiezen ze, als je ziet hoe het antisemitisme hier toeneemt, voor Israël, ondanks dat daar nog geen vrede is.”
VOORLICHTING Het toenemende antisemitisme zal dus, naar het oordeel van Karens, meer Joodse mensen doen besluiten naar Israël te emigreren. Om dat hedendaagse antisemitisme tegen te gaan vindt Karens voorlichting op middelbare scholen over de Holocaust heel belangrijk. „Jonge mensen moeten weten wat er toen gebeurd is.”
Zelf hoopt Karens met zijn artikelen en vooral zijn lezingen op tal van plekken in de regio Barneveld en ook daarbuiten aandacht te kunnen blijven besteden aan antisemitisme, aan de „rode draad van Jodenhaat” die volgens hem door de geschiedenis loopt. Hij is dankbaar dat hij op 75-jarige leeftijd dat voorlichtingswerk nog kan doen. „Als je bijna 13 jaar met pensioen bent en met deze energie nog voorlichting mag geven, dan is dat echt een gave van boven.”
















