Historicus Gerjan Crebolder bij boerderij Gelkenhorst aan de Valkseweg. ,,Ik wijs naar de plek waar een Canadese tank door een Duits kanon vanaf de Hessenweg werd uitgeschakeld.''
Historicus Gerjan Crebolder bij boerderij Gelkenhorst aan de Valkseweg. ,,Ik wijs naar de plek waar een Canadese tank door een Duits kanon vanaf de Hessenweg werd uitgeschakeld.'' Pauw Media

Historicus Gerjan Crebolder: ‘Barneveld is midden in de nacht bevrijd’

17 april 2025 om 15:14 Historie Tips van de redactie

BARNEVELD De bekende Barneveldse historicus Gerjan Crebolder (78) publiceerde in de loop der jaren veel over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van onze regio. In gesprek met de Barneveldse Krant beschrijft hij die bevrijding en schetst hij een beeld van de oorlog in Barneveld en omstreken.

Zonder de Tweede Wereldoorlog had Barneveld het misschien zonder historicus Gerjan Crebolder moeten stellen. „Dankzij de oorlog zit ik hier in Barneveld. Mijn vader kwam in 1944 bij de hulpverleningsdienst, een soort burgerpoot van de Explosieven Opruimingsdienst. Die dienst zat eerst in Venlo, maar toen werd heel Nederland bevrijd en was Venlo niet meer zo centraal. Ze zochten een centralere plek en dat werd begin jaren vijftig Barneveld, waar De Schaffelaar leegstond.” 

Zo trokken vader en moeder Crebolder met hun in 1947 in Den Bosch geboren zoon Gerjan en twee jaar jongere dochter naar Barneveld. De komst van de familie Crebolder in 1952 was niet voor alle toenmalige Barnevelders even leuk. „In die tijd was de stelregel: man volgt werk, dus als je ergens ging werken, ging je er ook wonen. Maar daarvoor moest in ons geval wel iemand in Barneveld zijn huis uit, want in dat huis moesten wij gaan wonen.”

ZEKERE DISTANTIE De Crebolders bleven in Barneveld en Gerjan Crebolder stortte zich in de decennia na de oorlog op zijn passie voor geschiedenis. Hij kwam op het Barneveldse gemeentearchief te werken en publiceerde veel over de geschiedenis van deze omgeving, zeker ook over de oorlog. Met andere geschiedenisliefhebbers, zoals Evert van de Weerd en Tijs van den Brink, schreef hij meerdere boeken over de bevrijding, zoals bevrijdingskronieken en bevrijdingsatlassen. 

Voordeel bij al die schrijverij over de Tweede Wereldoorlog was dat zijn eigen familie niet te nauw bij de oorlog betrokken was. „Er is in mijn familie niemand om het leven gekomen door de oorlog en dus denk ik wel dat ik er met een zekere distantie over kan schrijven. Anders ga je het al heel snel op jezelf betrekken of op je familie en dat heb ik helemaal niet.”

DAGBOEKEN Bij het schrijven van al zijn boeken en artikelen over de Tweede Wereldoorlog in Barneveld en omgeving waren dagboeken en foto’s uit die tijd essentieel. Het aantal dagboeken was in deze contreien alleen niet heel groot. 

„Qua dagboeken is het heel weinig wat we hebben. Of ze zijn weggegooid, of ze hebben gewoon niet bestaan. Het waren natuurlijk niet zulke schrijvers hier in de regio, denk ik.” Ook is er van sommige dorpen nauwelijks beeldmateriaal uit de oorlogstijd. Zo zijn er ondanks tal van oproepen nog geen foto’s van de bevrijding van Terschuur en Zwartebroek. „Als iemand ooit nog aan een foto van de bevrijding van Terschuur en Zwartebroek kan komen, dan ik zou dat helemaal geweldig vinden. Ik heb nooit iets kunnen vinden.” 


Op de vernielde Canadese tank op de Valkseweg zit de jeugdige Gerrit de Graaff, die in april vorig jaar is overleden. Vanaf dit punt begon de bevrijding van Barneveld.

BEVRIJDERS OP KOUSENVOETEN Gelukkig zijn er wel dagboeken die ons een beeld geven van de bevrijding van Barneveld zelf, op 17 april 1945. Hoe is die verlopen? „Barneveld is midden in de nacht bevrijd. Dus de meeste mensen werden ’s ochtends gewoon wakker en toen waren ze bevrijd. Ze zagen Canadezen in het dorp en dachten: hé, onze bevrijders! Maar de echte bevrijders waren al doorgetrokken, uren eerder, op kousenvoeten eigenlijk.” 

De Barneveldse bevolking ging dus op 16 april onvrij naar bed en werd op 17 april bevrijd wakker: de Duitsers waren gevlucht. Deze bijna geruisloze bevrijding is voor de historicus wel een nadeel: „Ik ben gids bij oorlogswandelingen, maar over de bevrijding van Barneveld is bij zo’n wandeling weinig te vertellen, anders dan: ze kwamen hier binnen en daar gingen ze er weer uit.” 

VOORTHUIZEN In Barneveld waren rond en na de bevrijding geen hevige gevechten, maar in Voorthuizen lag dat anders. „Daar is veel gebeurd. In de Kerkstraat bijvoorbeeld zijn zo’n tien, twaalf burgers door beschietingen om het leven gekomen. Ik dacht door de Canadezen, om de doodeenvoudige reden dat die Duitsers allemaal richting Putten zaten en ze dus die kant op schoten.” 

Deze beschietingen en gevechten waren onderdeel van de Slag om Voorthuizen in april 1945. Hoe kwam die slag tot stand? „De Duitsers probeerden op het laatst van de oorlog als een speer naar het Westen te komen en van daaruit, vanuit de ‘Festung Holland’, wilden ze zich verdedigen.” Bij die terugtocht naar de provincie Holland werden ze door de Britten en de Canadezen in de tang genomen. „Daar zijn twee veldslagen uit voortgekomen: de Slag bij Otterlo en dus de Slag om Voorthuizen.”

GOEDE VADERLANDERS Die Slag om Voorthuizen liep uiteindelijk goed af en leidde tot de bevrijding van Voorthuizen op 17 april 1945. Een aantal buitendorpen moest iets langer op hun vrijheid wachten – De Glind, Terschuur en Zwartebroek waren pas op 24 april definitief bevrijd – maar uiteindelijk kregen Barneveld en omgeving na vijf lange oorlogsjaren hun vrijheid terug. 

Hoe kijkt Crebolder eigenlijk naar de manier waarop de inwoners van de gemeente Barneveld zich in die vijf oorlogsjaren hebben gedragen? „In het algemeen waren het goeie vaderlanders en ik denk dat Barneveld trots kan zijn op zijn gedrag in oorlog, zeker na de Slag om Arnhem, toen veel vluchtelingen vanuit Renkum, Oosterberk en Arnhem via Barneveld onderdak vonden. Natuurlijk was er in Barneveld ook een kern NSB, maar die had je in bijna elke stad en elk dorp. Tegelijkertijd zaten alle verzetsorganisaties hier in de gemeente, behalve de communisten.” 

VERZET Dat verzet was goed georganiseerd. „Het verzet hier in de omgeving was aardig gestructureerd. En in 1944 zie je dat het verzet geïntensiveerd wordt en groepen zich gaan specialiseren. Het verzet in Kootwijkerbroek legde zich bijvoorbeeld toe op ondergedoken piloten.” 

In die laatste oorlogsjaren sloten meer mensen zich bij het verzet aan. Die mensen is later wel opportunisme verweten. „Toen kreeg je de meeste verzetsstrijders van wie we nu na de oorlog zeggen: ze zagen dat het de goede kant op ging en zijn toen in het verzet gegaan.” Ten onrechte, vindt Crebolder. „In 1945 zijn er nog best veel verzetsstrijders door de Duitsers om het leven gebracht, dus zo veilig was het in 1944 niet om in het verzet te gaan.” 

JOODSE MENSEN Onderdeel van het verzetswerk was natuurlijk het zich sterk maken voor vervolgde Joodse medeburgers. Maar in Barneveld was de Joodse gemeenschap zeer klein in mei 1940. „Er woonde toen nog één Joods gezin in Barneveld, Swelheim-de Leeuw. De verdere Joodse gemeenschap was al weggetrokken. Niet omdat de mensen hier in de omgeving antisemitisch waren, maar vanwege de handel, want die liep hier niet. Ze hebben wel een synagoge gehad hier in Barneveld, maar ik geloof dat ze in het begin al mensen moesten halen uit Amersfoort en Nijkerk, want anders mochten ze geen diensten houden. Dat was veel te klein.” 

Het gezin Swelheim-de Leeuw dook onder in Kootwijkerbroek en overleefde de oorlog. Dit maakt dat je in Barneveld niet, zoals elders, een redelijk aantal struikelsteentjes tegenkomt. „Ze hebben zo vaak geprobeerd mij te laten vertellen waar zo’n struikelsteen moet komen, maar ik zou het echt niet weten. Zo’n steentje houdt in dat uit die woning iemand is weggevoerd en uit Barneveld kan dat niet, want dat enige Joodse gezin is ondergedoken, dus dan hoef je ook geen steentje te plaatsen voor het pand waar ze ooit woonden.”

HELDENDAAD Naast het ontbreken van struikelsteentjes zijn er in Barneveld zelf ook weinig fysieke sporen van de oorlog. „Ik ga binnenkort met een lokale politieke partij een wandeling maken door het dorp en dan vertel ik wat waar gebeurd is tijdens de oorlog, maar dat valt tegen hoor. Tijdens de meidagen van 1940 hebben ze behoorlijk wat kapot geschoten, maar voor de rest tijdens de oorlog niks en bij de bevrijding van Barneveld ook niet.” 

Hoe jammer dat voor de vertellende historicus ook is, het had slechter kunnen afgelopen voor Barneveld, weet Crebolder. „Begin januari 1945 is een Duits jachtvliegtuig boven Barneveld neergeschoten en de piloot daarvan heeft dat toestel net zo lang in de lucht gehouden tot-ie in het Schaffelaarsebos neerstortte. Hij heeft dus alles gedaan om niet in het dorp terechtgekomen. Dat vind ik een heldendaad.” 

De piloot redde daarmee veel Barneveldse burgers en gebouwen, maar stierf zelf toen het vliegtuig neerstortte in het bos. Voor deze man heeft Crebolder een zwak, al hebben alle oorlogsdoden, ook de Duitse, zijn belangstelling: „Iedereen die tijdens een oorlog om het leven komt is, vind ik, slachtoffer.”

MEER AFSTAND Crebolder praat over de oorlog met de kennis en het enthousiasme van iemand die zich er lang en veel mee heeft beziggehouden. Toch is in die belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog bij hem een kentering aan het komen: „Als ik heel eerlijk ben neem ik steeds meer afstand van de oorlog. Ik had een heel grote collectie boeken over de Tweede Wereldoorlog, maar ik heb die boeken allemaal weggegeven.” 

Crebolder wil het leed en belang van de oorlog niet relativeren, maar zegt tot slot wel: „Op een gegeven moment moet je ook denken: het is een rotperiode geweest de oorlog, maar het is vijf jaar op een geschiedenis van in Barneveld makkelijk tweeduizend jaar en eigenlijk, als je alle grafheuvels meetelt, nog langer.”

door Lennard Pater

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie