
Column Zevensprong: ‘Moeten we nu écht blij zijn met meer vrouwen in de Tweede Kamer?’
9 november 2025 om 09:08 ColumnEr is iets bijzonders aan de hand in Den Haag. De komende Tweede Kamer krijgt namelijk een recordaantal vrouwen. “Eindelijk!”, klinkt het overal. De lobby om meer vrouwelijke kandidaten op de kieslijsten te krijgen, heeft gewerkt. Alleen de SGP hield zich op de een of andere manier afzijdig.
Toch vraag ik me af: moeten we nu echt blij zijn met die grotere hoeveelheid dames? Begrijp me niet verkeerd, ik gun iedere vrouw een plek in de Kamer, net zo goed als iedere man. Maar het lijkt soms alsof we vergeten waarom we mensen überhaupt kiezen: om goed werk te doen. Niet om het gemiddelde te halen. Als we te hard gaan sturen op geslacht, bestaat het risico dat we een vinkjesdemocratie krijgen. Alsof politiek een puzzel is waarin elk hokje gevuld moet worden: man, vrouw, jong, oud, stad, platteland. Terwijl de vraag zou moeten zijn: wie is de beste? Wie kan overtuigen, luisteren, besluiten nemen?
Ik denk dat de meeste vrouwen zelf ook liever op die manier beoordeeld worden. Niet op hun geslacht, maar op hun kwaliteit. Niemand wil immers de ‘diversiteitszetel’ innemen. Wie in de Kamer zit, hoort daar te zitten omdat hij of zij iets toevoegt (kennis, visie, scherpte), niet omdat er nog een vrouw op de lijst moest.
Dat neemt niet weg dat er jarenlang drempels waren. De politiek was een mannenbolwerk, met haantjesgedrag en weinig ruimte voor andere werkstijlen. Het is goed dat dat verandert. Dat vrouwen tegenwoordig vaker wél doorgroeien, wél lijsttrekker worden. Dat is winst. Maar laten we niet doen alsof het aantal vrouwen op de teller de maatstaf is van vooruitgang.
Want een Kamer vol vrouwen is niet per se beter dan een Kamer vol mannen. Misschien generaliseer ik, maar we weten allemaal dat vrouwen langer aan het woord zijn dan mannen. Vergaderingen gaan dus sowieso vaker uitlopen. Andere uitdaging: vrouwen nemen kritiek persoonlijk. Met mannen kun je op het scherpst van de snede discussiëren en vervolgens na afloop gezellig een biertje drinken, maar bij vrouwen is dat niet mogelijk. Die denken alleen maar: ‘hij mag mij niet’. En dat is funest voor de onderlinge verhoudingen.
Ik heb jaren gefungeerd als voetbalcoach: bij meiden en bij jongens. Tegen jongens kon je zeggen: wat was jij slecht vandaag. En die jongens hoorden dan ook: wat was je slecht vandaag. Als ik dat tegen een meisje zei, begon ze meteen te huilen. ,,Erik mag me niet”, dacht ze dan, waarna ik weer wat boze ouders aan de lijn kreeg.
Nog een probleem: vrouwen onthouden alles. En soms is het in de politiek best handig om -net als Rutte- ergens geen actieve herinnering aan te hebben. Het zorgt ervoor dat de verhoudingen werkzaam blijven.
Misschien is dat de echte uitdaging voor onze politiek: niet méér mannen of vrouwen binnenhalen, maar simpelweg de besten. Mensen die iets willen betekenen, die weten waar ze voor staan en die verder kijken dan hun eigen bubbel. Laat het geslacht dan maar even bijzaak zijn. Want of ze nu hakken dragen of nette schoenen…als ze maar stappen vooruit zetten.
Erik Roest




















