Barneveldse ontwerper Ruben Esser slaat zijn

14 april 2007 om 00:00 Nieuws
vleugels uit De havo heeft Ruben Esser (26) nooit afgemaakt. ,,Wat moet er van je terechtkomen?’’, kreeg hij bij zijn voortijdig afscheid van school in Barneveld te horen. Inmiddels is hij, als jonge en succesvolle ontwerper onlangs cum laude afgestudeerd aan de prestigieuze Design Academy in Eindhoven. Bovendien is hij winnaar van de Willie Wortelprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge ontwerpers, én is hij geselecteerd om volgende week zijn werk te tonen op de beroemde Design Beurs in Milaan. Op school in Barneveld werd zijn creativiteit gedood, realiseert hij zich nu. Hij paste niet in het strakke schoolregime, daar werd hij opstandig van. Ook op het Grafisch Lyceum in Utrecht kon hij zijn vleugels nog niet helemaal uitslaan. ,,Het was een prima opleiding, technisch gezien. Maar echt creatief was het er niet. Dat bleek ook wel toen ik eenmaal op de Design Academy in Eindhoven zat. Eerst moest ik daar alles afleren wat ik in Utrecht had geleerd. Nou ja, de technieken zijn natuurlijk nooit weg. Maar zelf denken en vooral uitdenken, dat heb ik toch pas echt daarna geleerd. Eigenlijk werd ik in Eindhoven eerst helemaal ‘gereset’.’’ Een gemakkelijke prater is hij niet, wat wel eens lastig is als het gaat om het doorgronden van zijn ideeën en zijn werk. Vooral zijn nieuwste project ‘Google Poetry’, een combinatie van ‘googlen’ - de bekendste zoekmachine op internet -, gedichten en muziek is zó bijzonder, zó nog nooit vertoond, dat het moeite kost om duidelijk te krijgen wat het project inhoudt. Niet dat alles wat hij ontwerpt of bedenkt lastig te beschrijven valt. Eén van zijn twee afstudeerprojecten, ‘Overschot’, is eigenlijk een toonbeeld van eenvoud. Gewoon een goed idee met veel praktische mogelijkheden. ,,Het idee om iets met ‘overschot’ te doen, werd geboren toen ik me realiseerde dat we bergen papier overhielden in de studentenflat in Eindhoven waar ik tot voor kort woonde. Dat papier ben ik op een dag gaan versnipperen en verpulveren met als doel er ambachtelijk papier van te maken. Dat lukte aardig, zelfs in mijn studentenflatje. Dat je iets met overschot, in dit geval oud papier kon doen, was het begin van een lang denkproces dat uitmondde in mijn afstudeerproject.’’ De idee was om ‘overschot’ opnieuw te gebruiken in de vorm van een ander product of eenzelfde artikel maar dan wel anders dan voorheen. ,,Ik heb bijvoorbeeld na de verkiezingen bergen materiaal opgehaald. Verouderde folders en verkiezingsposters, ongebruikte t-shirts met logo’s van politieke partijen. In alle maten en soorten, maar altijd met een opdruk. Van dat materiaal wilde ik opnieuw iets bruikbaars maken. De oude opdrukken waren niet meer functioneel, de verkiezingen waren immers achter de rug. Ik wilde dat overtollige materiaal, in principe geen wegwerpmateriaal, een nieuwe identiteit geven. Op die manier zou een overschotproduct weer een nieuw product worden.’’ Het resultaat van al zijn experimentele werk mocht er zijn. Eerst waren er de kladblokken en het briefpapier, grafische kunstwerkjes met verknipt foldermateriaal als basis. ‘A new blanco’, noemt hij zijn nieuwe oude producten, of het nu om papieroverschot gaat of over ongedragen t-shirts die niet meer functioneel zijn. De t-shirts en poloshirts zijn een verhaal apart. Om te tonen wat hij bedoelt, pakt hij een boek vol monsters. Elk monster is een soort inktvlek, maar dan verschillend wat betreft reliëf en textuur. ,,Dat inktprocédé heb ik zelf uitgevonden. Ik gebruik die inktstructuren om oude logo’s op shirts weg te werken, maar dan zó dat je nog net, door een oogje, het oorspronkelijke logo kunt herkennen.’’ Een wit poloshirt met grote zwarte inktvlek op de borst dient als voorbeeld. Ergens in die grote vlek schemert nog net een groene D door, de D van D66. ,,De inkt heb ik gekocht in een ambachtelijke verffabriek in België’’, legt Ruben uit. ,,Daar ben ik mee gaan experimenteren in combinatie met zeefdrukken. Dit is het resultaat. Ik heb er inmiddels een eigen label van gemaakt, ‘No-label’. Die naam is met zorg gekozen. Wat mij namelijk altijd stoort, is dat mensen kleding weggooien omdat het label is verouderd. Ik hergebruik spullen, ik maak er weer iets heel nieuws van, iets zonder label, dus ook iets wat je niet weggooit vanwege het ‘verouderde’ label.’’ Hij heeft hoge verwachtingen van zijn No-label. ,,In oktober hebben we een expositie van het werk van de eindexamenkandidaten op school. Daar ga ik mijn nieuwe label lanceren. Ik verwacht dat ik de tijd mee heb. Mensen zijn veel milieubewuster dan een paar jaar geleden. Mijn label sluit naadloos aan bij het streven naar een beter milieu.’’ Of de verslaggeefster van Spinfish gehoord heeft. Tot zijn vreugde - dat had hij toch echt niet verwacht - is dat het geval. Het scheelt als het gaat om het uitleggen van zijn tweede afstudeerproject: ‘Google Poetry’. De laptop komt op tafel in zijn ouderlijk huis in Barneveld. De Nederlandse muziekgroep Spinfish zingt één van haar tekstueel mooie songs. De tekst komt ook in beeld, maar dan gebeurt er iets bijzonders. Terwijl de muziek doorgaat, verschijnt er een soort diapresentatie op het scherm van de meest uiteenlopende onderwerpen. Razendsnel schieten de beelden voorbij. Ruben lacht. ,,Wat er gebeurt, is dat de zoekmachine Google plaatjes zoekt op trefwoorden uit de song. Woorden als liefde, dood of wat dan ook, leveren een verrassende stroom plaatjes op. Dat, gekoppeld aan de muziek en de tekst van de song, geeft een heel bijzondere presentatie.’’ De laptop vertoont een bizarre show van op het eerste gezicht onsamenhangende plaatjes. In slow motion ontdek je dat elk plaatje inderdaad iets met een trefwoord uit de tekst te maken heeft. Het woord ‘rood’ levert kleuren op, politieke beelden, mode, zonsondergangen, vlaggen en ga zo maar door. De gemene deler is dat er altijd wel ergens een associatie met ‘rood’ is. De beelden bij het woord ‘liefde’ zijn schier onuitputtelijk. De beelden flitsen voorbij. De presentatie is voortdurend in beweging, want de zoekmachine ‘googlet’ gewoon door. ,,En dat is nu het interessante’’, legt Ruben uit. ,,Elke keer is het weer anders, want het is maar net wat Google aan plaatjes selecteert.’’ Een gedicht van Lucebert, door de dichter zelf uitgesproken, met de regel ‘Er is alles in de wereld het is alles’ levert een even waanzinnige presentatie op. Ruben: ,,En al die beelden zijn oorspronkelijk door mensen op internet geplaatst. Sterker nog, elke dag komen er nieuwe beelden bij, want mensen zetten er nu eenmaal aldoor ‘verse’ plaatjes op internet. Wat ik doe, is bij mijn weten nog nooit gedaan: het koppelen van beelden, muziek of geluid en tekst. In wezen doe ik er zelf weinig aan, Google Poetry ontstaat vanzelf.’’ Van dinsdag 17 tot maandag 23 april wordt zijn ‘uitvinding’, Google Poetry, getoond op de beroemde Design Beurs in Milaan. Dat zijn werk ervoor geselecteerd is, doet hem goed. ,,Het is een grote opsteker, net als de Willie Wortelprijs die ik van school kreeg. Dat is een aanmoedingsprijs voor een veelbelovende jonge ontwerper. Het liefst zou ik eerst ervaring opdoen in een ontwerpstudio en dan mogelijk op den duur voor mezelf beginnen.’’ Het werk van Ruben Esser is binnenkort te bekijken op: www.rubenesser.nl.
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie