[-30-
4 mei 2026 om 08:41De tweede kamer in het midden was kleiner en had een stapelbed en een kleine commode, en de derde kamer aan de voorkant had een eenpersoonsbed, een smalle linnenkast en een kleine tafel met een stoel.
‘Het is prachtig!’ zei Francien. ‘Veel groter dan ik verwacht had. En het ziet er allemaal zo netjes uit!’
‘Fijn zo,’ lachte de vrouw. ‘We hebben twee jaar geleden nog alles geverfd en behangen.’
Ze liepen weer naar beneden. Via de bijkeuken kwamen ze in de achtertuin terecht. Die had een klein grasveldje en een nog kleiner terras. In de borders stonden allerlei bloeiende planten. Achter in de tuin stond een klein schuurtje waar een paar fietsen en wat tuinmeubels stonden.
Toen ze weer binnen in de woonkamer zaten, verzuchtte Francien: ‘Wat een heerlijk huis, en wat een mooie plek! Waarom gaan jullie hier in vredesnaam weg?’
De man lachte. ‘We gaan verhuizen naar een nog mooier plekje, in Spanje. We hebben daar een huis gekocht met een prachtig uitzicht over een dal.’ Hij stond op en pakte een mapje uit de boekenkast. ‘Kijk, dit wordt ons nieuwe huis.’
Francien had nauwelijks oog voor de foto’s in de map, zó vol was ze van dit huis hier. O, als dit toch eens haar nieuwe woning mocht worden!
Ze gaf het mapje terug. ‘Mooi,’ zei ze beleefd.
De vrouw lachte. ‘Volgens mij zit u met uw gedachten al in dit huis en ziet u zichzelf hier al wonen, klopt dat?’
Francien knikte. ‘Is het zo duidelijk?’ zei ze met een brede glimlach. Maar toen fronste ze haar wenkbrauwen. ‘Tenminste… als ik kan betalen wat u voor de inboedel vraagt. Wat hoort daar allemaal bij?’
‘Alles,’ zei de man. ‘Behalve uiteraard de persoonlijke dingen, zoals de boeken in de boekenkast. En de fietsen. Maar verder alles.’
‘Ook de wasmachine?’ vroeg Wiebe. ‘En de koelkast, en…’
‘Alles,’ zei de man weer. ‘Inclusief de bedden en de kasten boven, bijbehorend linnengoed, keukenspullen, serviesgoed, bestek, alles.’
‘Maar… maar dat kan ik nooit betalen,’ zei Francien verdrietig. Ze zag het huis al aan haar neus voorbijgaan.
De man keek even met een woordeloze vraag naar de vrouw, en toen zij knikte, zei hij: ‘We waren van plan om de inboedel aan een goed doel te schenken, maar ik denk dat we ons goede doel al gevonden hebben.’
De vrouw beaamde dat. ‘Wij hoeven er niets voor te hebben, en zo te zien komt het op een goede plaats terecht.’
Francien was sprakeloos. ‘Maar… maar… dat is toch veel te gek!’
De vrouw schudde haar hoofd. ‘Nee hoor. Wij zijn zelf ook weleens geholpen terwijl we dat niet verwachtten, en dit is een mooie gelegenheid om zelf een ander te helpen.’
‘Bent u gelovig?’ vroeg de man, en toen Francien knikte, zei hij: ‘Dank Hem dan maar, dat Hij u op ons pad heeft gebracht.’
‘Dat zal ik zeker doen!’ zei Francien dankbaar. ‘Maar jullie ook héél hartelijk bedankt!’
Bij een tweede kopje koffie werd er besloten dat Francien per maandag 2 september in het huis terechtkon. ‘Wij zorgen dat zaterdag 31 augustus alle persoonlijke spullen opgehaald zijn. U kunt dan maandag om negen uur de sleutel bij de verhuurder ophalen, en met hem kunt u verder alles regelen.’
Onderweg naar huis kon Francien haar dankbaarheid niet genoeg uiten, ze was er helemaal vol van. Dus stelde Wiebe voor: ‘Heb je zin om mee te gaan naar Goes, mam? Dan kun je bij ons lunchen, Vera is vast ook benieuwd naar hoe het afgelopen is met het huis, en de kinderen vinden het altijd gezellig als je komt. En dan breng ik je na de lunch weer naar huis.’
‘Graag!’ zei Francien. ‘Dan kan ik het ook meteen appen naar Lotte en Gert-Jan.’
Francien werd met gejuich ontvangen door de tweeling, en ook Remco kwam zijn oma even gedag zeggen.
Vera was eveneens blij verrast toen ze hoorde van de meevaller die Francien te beurt viel. ‘Wat heerlijk voor je, ma!’
Daarna belde Francien eerst naar haar ouders. Zij had hun nog niet verteld over het huis waar ze vanmorgen naar ging kijken, maar ze wist dat ze met haar meeleefden.
‘Kind, wat fijn voor je!’ zei haar moeder. ‘Er wordt goed voor je gezorgd.’
‘Zeker weten,’ zei Francien.
Daarna appte ze een kort bericht naar Lotte en Gert-Jan, die allebei hetzelfde reageerden: Fijn, mam! Gert-Jan appte erachteraan: Als wij nog iets kunnen doen, horen we het wel.
Francien appte terug: Lief van je, maar september wordt nog druk genoeg voor jullie. Blijf jij maar dicht in de buurt van Merel, voor als jullie kindje zich onverwacht aandient.
Hij antwoordde met een smiley en een hartje.
Na de lunch, toen de kinderen weer naar buiten waren, zei Vera: ‘Dus je kunt op 2 september naar dat huis toe?’
Francien knikte. ‘Ja, dus aanstaande maandag over drie weken. Ik ben thuis al wat spullen aan het verzamelen die ik mee wil nemen, maar dan kan ik tegen jullie vader zeggen dat ik niets van de meubels hoef, of van het serviesgoed en zo. Dan hoeven we daar tenminste geen ruzie over te maken.’
‘Weet pa dat je bezig bent met een ander huis?’
‘Ja, ik heb hem gisteravond ook gezegd dat ik vanmorgen naar een huis ging kijken.’
‘En hoe reageerde hij daarop?’ ‘Hij zei: “Je moet maar doen wat je niet laten kunt.”’ Wiebe schudde zijn hoofd. ‘Die man…!’ Toen hij haar later weer naar huis bracht, vroeg Wiebe: ‘Lukt het straks allemaal, mam, dat regelen met de verhuurder en zo?'
[wordt vervolgd