Den Haag

19 juni 2026 om 19:52

'Getuigen tegen mij wilden minder straf'

(ANP) De 66-jarige Eugène N., die bij de rechtbank in Den Haag terechtstaat voor betrokkenheid bij de genocide in Rwanda in 1994, meent dat getuigen tegen hem hebben verklaard om zelf, bij hun berechting door lokale rechtbanken in Rwanda, strafvermindering te krijgen. Dat zei N. vrijdag tijdens een urenlang verhoor ter zitting.

Centraal daarin stond de vraag of N. op 24 april 1994 aanwezig was in het Byiza-stadion in de Rwandese gemeente Mbazi. Op die dag zijn daar naar schatting 3000 Tutsi's op gruwelijke wijze vermoord. "Het waren verschrikkingen die niemand ooit eerder had gezien", aldus een ooggetuige. De slachtoffers was verteld dat ze veilig zouden zijn in het voetbalstadion. Ze werden gedood met geweerschoten, handgranaten, machetes en knotsen.

De massaslachting was onderdeel van de genocide die op 6 april 1994 begon en in drie maanden tijd aan naar schatting 800.000 mensen het leven heeft gekost. N. kwam in 1998 naar Nederland. Na een onderzoek van het Team Internationale Misdrijven werd hij in 2024 opgepakt.

"Ik ben die dag nooit in het stadion geweest", stelde N. tijdens het verhoor bij herhaling. Hij zegt dat hij samen met anderen vanaf een heuvel heeft gezien wat er in en om het stadion gaande was. Het was door honderden mensen omsingeld, om ervoor te zorgen dat er niemand kon ontsnappen. N. zegt dat er op een zeker moment op hem is geschoten, dat hij bang werd en naar huis is gegaan.

Volgens getuigen was N., die een functie had als lokale bestuurder, wel in het stadion aanwezig. Hij zou er handgranaten hebben uitgedeeld en die ook zelf hebben gegooid naar mensen op het veld. N. meent dat de getuigen, die samen gevangen zouden hebben gezeten, tegen hem hebben samengespannen en verklaringen op elkaar hebben afgestemd.


Straatsburg

'Zorg detentiecentra vreemdelingen onvoldoende'

(ANP) De zorg in Nederlandse gevangenissen voor vreemdelingen schiet deels tekort. Dat geeft het anti-foltercomité (CPT) van de Raad van Europa aan in een rapport na een bezoek in oktober aan de detentiecentra in Rotterdam en op Schiphol en de gevangenis in Ter Apel.

Het comité zag in het detentiecentrum in Rotterdam veel mensen met complexe problemen, zowel fysiek als mentaal, en met een verslaving. Volgens het CPT is de zorg onvoldoende voor de mensen die daar zitten. "Dit draagt bij aan het hoge niveau van geweld tussen gedetineerden onderling en de frequente inzet van het Intern Bijstand team (IBT)."

Ook in de gevangenis in Ter Apel zag het comité veel mensen met psychische problemen en verslavingen. Ook voor hen was er onvoldoende zorg. Ook de speciale afdeling voor kwetsbaren was niet geschikt, mede door de grote omvang en het gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel. Wel was het comité onder de indruk van de variëteit aan activiteiten, werk en onderwijs in de PI Ter Apel.