Afbeelding
Jacob-Carl Pauw

Afscheid Arjen Korevaar (Pro’98): ‘We gaan in de politiek soms te keurig met elkaar om’

20 juni 2026 om 14:00 Politiek Tips van de redactie

BARNEVELD Na veertien jaar nam Arjen Korevaar dit voorjaar onverwacht afscheid van de Barneveldse politiek. De kiezer sprak, ‘zijn’ Pro’98 verloor een zetel en zo viel de voormalige fractieleider buiten de boot. Een gesprek over het plotselinge zwarte gat, politiek thee drinken en de verandering van Barneveld.

Het was een bijzondere wending na de gemeenteraadsverkiezingen in Barneveld, afgelopen maart. Hoewel het landelijke sentiment vooraf al liet zien dat progressieve partijen het moeilijk zouden krijgen, overviel de harde realiteit Arjen Korevaar op de verkiezingsavond zelf. Judith van den Wildenberg, overgestapt vanuit een andere partij, verzamelde genoeg stemmen voor een raadszetel. En zo kon het gebeuren dat de Barnevelder en jarenlang fractievoorzitter onverwachts met lege handen stond.

,,Het besef dat het klaar was, was er vrij snel, nog op de verkiezingsavond zelf”, blikt Korevaar terug. ,,Alleen moest ik vervolgens nog wel door een soort van fase van rouw heen. Het was ook ‘rauw’ met ‘au’, zo voelde het. Je wordt opeens uit iets getrokken waar je al zo lang een wezenlijk onderdeel van bent. Dat was emotioneel en leverde ook tranen op.”

LOUTEREND

Toch bracht het gedwongen afscheid Korevaar al snel een gevoel van rust. Er viel een last van zijn schouders. ,,Het heeft louterend gewerkt. Ik voel me een soort van bevrijd. Ik was altijd ontzettend loyaal aan mijn club, aan Pro’98, waardoor er eigenlijk nooit een goed moment was om zelf te stoppen. Daarom is zo’n verkiezingsuitslag achteraf gezien wel mooi: het systeem zegt gewoon heel nuchter: voor jou stopt het hier. Dat voorkomt scheve gezichten.”

De plotselinge leegte is wel even wennen. ,,Mijn telefoon stond veertien jaar lang roodgloeiend, maar is nu bijzonder stil. Het is ongekend”, lacht hij. Het afscheid leverde Korevaar ook nieuwe inzichten op over de inrichting van het raadswerk. ,,Als je in de politiek zit, kijk je heel weinig naar buiten. Je bent zo druk met wat er in het gemeentehuis gebeurt. Je wordt overladen met informatie die je moet verwerken. Dat maakt dat je bijvoorbeeld geen lid meer kunt zijn van de muziekvereniging of de voetbalclub. Je moet vergaderen. De verbinding met de samenleving is best ingewikkeld zodra je in de politiek zit, terwijl je júíst volksvertegenwoordiger bent. Natuurlijk ben je bereikbaar via mail en telefoon, maar het vraagt bizar veel van een persoon om dit te combineren met een reguliere baan en een gezin.”

VERBINDING

Bij zijn afscheid van de raad, afgelopen april, herintroduceerde Korevaar een metafoor van oud-PvdA-leider Job Cohen om de specifieke politieke cultuur in Barneveld te duiden: die van het ‘theedrinken’. Cohen presenteerde deze ooit (,,je kunt beter theedrinken dan azijn pissen”), waarna Geert Wilders hem ermee om de oren sloeg (Cohen als ,,kampioen theedrinken”). ,,Cohens uitleg, de oproep tot verbinding, daar ben ik het op zich volledig mee eens”, zegt Korevaar. ,,Het klinkt heel stoer om als politicus te roepen dat iemand ,,keihard moet worden aangepakt”, maar dan ben je diegene eigenlijk al verloren. Waar ik met ‘thee drinken’ op doelde, is dat we in de Barneveldse raadszaal soms zó keurig met elkaar omgaan, dat we vergeten om de échte contrasten in de samenleving naar elkaar uit te spreken. Dan kom je de avond heel gemakkelijk door, maar het schuurt niet.”

En soms is dat nodig in de politiek, is Korevaars overtuiging. Als voorbeeld noemt hij de in Barneveld geregeld terugkerende discussies over de regenboogvlag. ,,Men zegt dan: ‘Wij willen die vlag niet, want het symbool staat voor ons voor iets anders.’ Maar daarmee ga je het échte gesprek over wat erachter schuilgaat uit de weg: namelijk dat een deel van de raad het gewoon heel ingewikkeld vindt om met mensen met een andere geaardheid om te gaan.”

REGENBOOGVLAG

Nu deed wethouder Jolanda de Heer vorig jaar de - naar eigen zeggen - ‘symbolische’ uitspraak: ,,Ik wil dat elke Barnevelder zich voluit een Barnevelder kan voelen. Ongeacht zijn of haar achtergrond, hoe hij of zij ook in het leven staan en welke keuzes hij of zij maakt binnen de wet.”
Korevaar kreeg er echter niet direct het goede gevoel bij. ,,Ik zeg niet dat haar woorden niet oprecht waren. Maar het voelde ergens als een ‘moeten’. Ik ga zelf ieder jaar naar de Regenboogviering in de Emmaüskerk. Ik heb daar nog nooit iemand van het gemeentebestuur gezien. Waarom niet? Als je de regenboogvlag zelf niet wilt uithangen, prima. Maar toon dan op een andere manier je betrokkenheid bij die inclusieagenda. Dan mag het antwoord niet zijn dat je geen uitnodiging hebt gehad. Je kunt er op eigen initiatief naartoe.”

ANDERSDENKENDEN

Korevaar zei meer tijdens zijn afscheidsspeech, bijvoorbeeld over de demografische en culturele veranderingen in de gemeente Barneveld. ,,Mijn oud-fractievoorzitter Monique Rosbergen zei ooit dat Barneveld aan het ‘refoïseren’ is: het wordt steeds meer van hetzelfde, en de groep andersdenkenden wordt kleiner. Daar kan ik me goed in vinden. Mijn boodschap aan de SGP is altijd geweest: je mag getuigen van je geloof, maar getuigen is iets anders dan jouw wil aan een ander ‘opleggen’. Naarmate de SGP groter wordt, hebben ze als bestuurspartij de verantwoordelijkheid over een hele hoop mensen die níét zo denken. Dan wordt het ingewikkeld om vanuit die oude getuigenisretorica te blijven functioneren.”

ZONDAGSWET

Korevaar illustreert dit met de discussie over de zondagsrust en een vroegere openstelling van het zwembad. ,,Er werd altijd geschermd met de Zondagswet: je mag vóór 13.00 uur geen openbare vermakelijkheden organiseren. Op een gegeven moment ben ik die wet gaan spellen en dacht: een openbare vermakelijkheid gebeurt op de openbare weg en om een zwembad staat een hek, dus dat valt er juridisch helemaal niet onder. Het vervelende vond ik dat ik de wet moest gebruiken om dat punt te maken, omdat je het hier via de politieke lijn niet meer voor elkaar krijgt. Andere partijen, zoals het CDA en Lokaal Belang, leunen dan achterover en wachten af wat de wethouder ervan vindt, in plaats van zelf een politiek standpunt in te nemen.”

Volgens Korevaar heeft dit gedrag reële gevolgen voor het dorp. ,,Als ik met Pinksteren op mijn racefiets een rondje doe, roepen mensen die onderweg zijn naar de kerk me wel eens na dat ik ‘de verkeerde kant op ga’. Dat is ‘opleggen’. In mijn eigen vriendengroep zie ik dat heel veel mensen zijn weggegaan en niet meer terugkomen. Barneveld is een heerlijk dorp en een mooie uitvalsbasis, maar het wordt vervelend als een makelaar in de krant laat optekenen dat mensen die op zondag hun auto willen wassen misschien beter ergens anders kunnen gaan wonen. Dan krijg je een ‘self-fulfilling prophecy’. Mensen denken: ‘Laat Barneveld maar zitten, ik kijk wel in Amersfoort’. Het Barneveld van nu is echt niet meer het Barneveld van toen ik geboren werd.”

AMBTSGEBED

Ook het traditionele ambtsgebed aan het begin en eind van de Barneveldse raadsvergaderingen is Korevaar een doorn in het oog. Onder zijn leiding besloot de fractie enkele jaren geleden om te blijven zitten. ,,De verordening stelt dat de burgemeester het ambtsgebed uitspreekt. Feitelijk is dit in strijd met de wet: je mag een burgemeester niet dwingen om te bidden. In het fractievoorzittersoverleg wilden ze dat half repareren. Ons voorstel was buitengewoon netjes: verplaats het gebed naar vlak vóór de opening en vlak ná de sluiting van de vergadering, buiten de formele agenda om. Maar die ruimte was er niet. Dan word je dus gedwongen om mee te bidden.”

Met gemengde gevoelens kijkt de oud-fractievoorzitter terug op de turbulente coalitieperiode 2018-2022 waarin Pro’98 meebestuurde samen met SGP, CDA en ChristenUnie. Het was een tijd die werd getekend door gevoelige affaires zoals de zandcrisis rondom afvalverwerker Vink en de mislukte herindeling met Scherpenzeel. De verhoudingen in de Barneveldse raadszaal waren sterk verzuurd. Met name ten opzichte van oppositiepartij Lokaal Belang, waarin ook Korevaar zich niet onbetuigd liet. Waar sommigen spreken van een ‘traumatische periode’ in de Barneveldse politiek, kiest Korevaar andere woorden. Over de zandcrisis zegt hij: ,,Ik vind vooral dat het als een nachtkaars is uitgegaan. Aan de voorkant kreeg het enorm veel zuurstof, mede door de media-aandacht van Zembla. Natuurlijk moesten we dit serieus nemen - we lieten niet voor niets een stevig onderzoek doen - maar als je ziet wat er uiteindelijk uit is gekomen... Op elk stukje grond in Nederland is inmiddels wel een vorm van vervuiling of PFAS te vinden. In feite was er in Barneveld heel weinig aan de hand. Maar het kostte wel ongelooflijk veel energie.”

HARMONIEUS

Ondanks de ideologische verschillen, noemt Korevaar de coalitiesamenwerking met de SGP verrassend harmonieus. ,,We hadden de afspraak gemaakt: samen uit, samen thuis. Dat hebben we tot het einde toe overeind weten te houden. Dat vond ik echt een prestatie en ik heb het, ondanks al het gedoe, als een heel fijne tijd ervaren. Onlangs zijn we als vier fractievoorzitters van destijds nog een hapje gaan eten. We kijken allemaal op een heel prettige manier terug op die tijd.” Hij vindt ook dat zijn partij een blijvende stempel op het beleid heeft kunnen drukken. ,,Als je het alleen al hebt over de cultuuragenda, de activiteitenkalender die gemeentebreed is uitgewerkt en waar allerlei scholen nog steeds gebruik van maken. We hebben echt wel kleur gegeven aan het beleid.”

Terugkijkend op zijn tijd als raadslid, vraagt Korevaar zich weleens af of zijn principiële houding de partij niet simpelweg stemmen heeft gekost. Met name het dossier rondom windenergie achtervolgde zijn partij. ,,Ik heb altijd het dilemma gehad: ben ik nu bezig om heel veel stemmers binnen te halen, of vertel ik een eerlijk verhaal van wat wij echt vinden? Bij die windmolens had ik heel makkelijk kunnen roepen dat ik tegen was, want dat was wat iedereen op dat moment wilde horen. Maar dan snijd je jezelf op de lange termijn in de vingers. We hebben daar waarschijnlijk een flinke tik van gehad bij verkiezingen, maar we hebben geweigerd dat principe los te laten voor electoraal gewin.”

BIODIVERSITEIT

Soms moest hij soms ook concessies doen, voor een hoger doel. Als voorbeeld noemt hij een besluit van eerder dit jaar over de herplant van 333 bomen. ,,In mijn hart wilde ik tegenstemmen. Niet omdat ik tegen groen ben, maar omdat het voorstel inhoudelijk slecht was en er geen fatsoenlijke begroting bij zat. Maar dan maak je de afweging: bij een tegenstem krijgen we het gezeur dat Pro tegen groen is. Hetzelfde gold voor de vier ton die naar de herinrichting van het Pastoriebos in Voorthuizen ging. Voor zo’n bizar bedrag had je ‘tiny forests’ kunnen aanleggen waar de biodiversiteit veel meer aan zou hebben. Op zo’n moment laat je het dan maar gaan. Dat heb ik wel eens moeilijk gevonden.” Toch waren er ook kleine successen die bij hem zijn blijven hangen. ,,Ik heb me ooit bemoeid met trottoirbanden. Ik wilde zogeheten ,,vergevingsgezinde”, schuine trottoirbanden bij de rotonde Bouwheerstraat - Gowthorpeplein - Churchillstraat, om valpartijen bij ouderen en fietsers te voorkomen. Op die specifieke plek werd het tot mijn irritatie niet opgelost, maar vanaf dat moment werden álle nieuwe trottoirbanden in de gemeente wel zo aangelegd. Dus ik hoop maar dat die in de toekomst een hoop breuken voorkomen.” Korevaar stipt tegelijk wel een keerzijde aan. ,,Als ik nu door Stroe rijd, zie ik mensen denken: ‘Oh handig, een schuine band’ en parkeren hun auto half op de stoep. Dat zijn de mooie dilemma’s die voortkomen uit iets waarvan je denkt dat het goed is.”

PRINCIPES

Al met al overheerst bij Korevaar het voldane gevoel over zijn tijd in de Barneveldse politiek. ,,Soms gaan dingen niet acuut de goede kant op, maar zie je Barneveld met het verstrijken van de tijd wel veranderen.” Het nut van zonnepanelen noemt hij als voorbeeld. ,,Andere raadsleden zeiden eerst: die leg je op je dak uit liefhebberij, om subsidie mee te trekken. Inmiddels is de wereld toch wel wat veranderd. En dan biodiversiteit. Toen ik begon als raadslid, besloot het college om te bezuinigen op het maaien: struiken zouden veel meer geld kosten in onderhoud dan gras. Wij waren daar tegen. Inmiddels is men er wel achter dat struiken van grote waarde zijn en dat je die bovendien maar eens per jaar hoeft te snoeien. Wat is er nu efficiënter? Maar vooral: wat is er beter voor het ecologisch systeem? Dat ziet men nu dan in. Als je al die jaren consistent blijft aan je principes, zie je dat het effect later zijn uitwerking krijgt. En dat is waar je het voor doet.”