[-60-

8 juni 2026 om 10:57


[HOOFDSTUK 16

‘Ziezo, en dat is nummer drie.’ Francien had net de verfspullen opgeruimd en keek met een voldaan gevoel naar de deur die ze zojuist de tweede laklaag had gegeven. 

Ze was begonnen aan een opknapbeurt van haar huisje. De afgelopen twee jaar had ze in verband met corona veel binnen gezeten, en nu die akelige pandemie eindelijk zo goed als voorbij leek te zijn, had ze het plan opgevat om de binnenmuren en -deuren een nieuw, fris kleurtje te geven, als een soort nieuwe start. 

Ze had een lichte, mintgroene kleur uitgekozen voor de deuren, en voor elke slaapkamer boven een ander behang: haar grote slaapkamer wit met smalle mintgroene strepen, de middelste, die het donkerst was, wit met gele bloemetjes, en de voorste slaapkamer mintgroen met smalle witte strepen. Ze was er nog niet uit hoe ze het beneden wilde opknappen, maar dat kwam gaandeweg wel.

Ze had eerst op internet gezocht hoe ze deuren moest verven. Behangen had ze al eerder gedaan, niet alleen vroeger bij haarzelf thuis maar ook in het huis van Wiebe en Vera toen ze dat net gekocht hadden. Ze had toen wel geholpen met kozijnen verven, maar liet de deuren maar aan Vera over, die kon dat veel netter. Nu had ze zich toch maar zelf aan de deuren gewaagd, en het resultaat viel haar niet tegen.

‘Je kunt het!’ zei ze tegen zichzelf. Zoals ze dat de laatste jaren steeds vaker tegen zichzelf gezegd had. En daardoor had ze in die tijd ontdekt dat ze veel meer kon dan ze gedacht had.

Ze schonk een glas thee voor zichzelf in en ging ermee in de tuin zitten, waar ze vanmorgen al een tuinstoel had klaargezet. De schaapjes waren net geschoren en huppelden in de wei. Het zonnetje scheen, en in de tuin bloeide en groeide alles heerlijk.

Ze dacht terug aan de eerste keer dat ze die schaapjes had gezien. Dat was nu alweer bijna drie jaar geleden, toen ze met Wiebe was wezen kijken, en ze toen zo wonderbaarlijk geholpen was doordat de vorige bewoners al hun meubels en huisraad en linnengoed achterlieten voor haar.

Alweer bijna drie jaar! Wat was er inmiddels veel gebeurd! Ze zonk terug in haar herinneringen.

Ze had er in die tijd drie kleinkinderen bij gekregen: in september 2019 was Yara geboren, het oudste kindje van Gert-Jan en Merel. Op 9 juni 2020 zag Christian het levenslicht, het tweede zoontje van Lotte en Vincent, en twee maanden geleden, op 14 april 2022, werden Gert-Jan en Merel voor de tweede keer ouders, van een zoontje dit keer, die naast zijn roepnaam Ruben de doopnamen Bartel Johannes had gekregen, respectievelijk naar Merels vader en naar opa Jobse, die in augustus 2021 onverwacht overleden was. Evert was niet vernoemd.

Evert… Nadat ze zo van streek was geweest door de tekst die op de trouwkaart van Evert en Gerda had gestaan, had ze eerst een hele poos amper iets over hen willen horen. Alsof ze alleen zo afstand van Evert had kunnen nemen. Buurman Koos zag ze niet meer sinds zijn neef overleden was, dus via hem hoorde ze niets meer over Evert en Gerda. Ze had zijdelings vernomen dat de kinderen niet naar de huwelijkssluiting geweest waren, maar dat Gert-Jan en Lotte een eenvoudig bloemstuk hadden laten bezorgen met alleen hun beider namen erop, geen ‘gefeliciteerd’ of zoiets. 

Lotte had een geboortekaartje gestuurd toen Christian geboren was, en had eenzelfde kaartje terug ontvangen als Gert-Jan en Merel gekregen hadden bij de geboorte van Yara. En of Gert-Jan en Merel nu al iets gehoord hadden na de geboorte van Ruben, wist ze niet, ze had hen er in elk geval nog niet over gehoord.

Gert-Jan had vorig jaar een keer toen ze in Zeeland logeerden en de coronamaatregelen wat meer ruimte boden, de stoute schoenen aangetrokken: hij was op een zondagmiddag naar Evert toe gereden en had aangebeld. Evert had opengedaan en was in de deuropening blijven staan. ‘Wat is er?’

‘Dag pa,’ had Gert-Jan rustig gezegd, ‘mag ik even binnenkomen?’

‘Waarvoor?’ was de weinig toeschietelijke reactie geweest.

‘Kunnen we misschien even praten?’ had Gert-Jan aangehouden.

‘Waarover?’

‘Nou, over het feit dat we je niet meer zien, dat er amper contact is tussen ons. Wij zijn toch je kinderen?’

Evert had zijn hoofd geschud. ‘Daar valt niet over te praten. Jullie accepteren Gerda blijkbaar niet, maar geen contact met Gerda is geen contact met mij.’

Toen was Gerda naar de gang gekomen. Ze trok Evert aan zijn arm naar binnen. ‘Evert, je weet wat we afgesproken hebben.’ Ze deed een stap naar voren en duwde de deur zonder pardon voor Gert-Jans neus dicht.

Die had een poosje verbaasd naar de deur staan staren, maar toen die dicht bleef, was hij maar weer vertrokken. Hij had nog een blik door het raam geworpen. Er stonden diverse andere meubels, had hij gezien, en de muur boven het dressoir was leeg, de fotocollage hing daar in elk geval niet meer.

Francien had dit jaar voor haar verjaardag een nieuwe collage gekregen, maar ze vroeg zich wel af en toe af waar die andere gebleven was.

Haar telefoon ging over. Ze pakte hem van de tuintafel en keek op het schermpje. Kristel.

‘Hoi Kristel.’

‘Hoi. Ben je druk?’

[wordt vervolgd