[-46-

19 mei 2026 om 10:12


Francien knikte. ‘Ja. Gert-Jan kon hem dat niet telefonisch berichten, Evert heeft de telefoonnummers van mij en de kinderen geblokkeerd. Maar Gert-Jan heeft hem wel een geboortekaartje gestuurd.’

‘En heeft hij daar al op gereageerd?’

‘Ja. Met een kaart die hij niet zelf geschreven heeft, volgens Gert-Jan, en “Groetjes” erop.’

‘Groetjes? Van Evert?’

‘Ja, ik denk dat Gerda die kaart gestuurd heeft.’

‘O.’ Het was even stil. ‘Woont die bij hem dan?’

Francien schokschouderde. ‘Geen idee. Maar dat gaat mij ook niet meer aan.’

Kristel zuchtte. ‘Ingewikkeld allemaal, en verdrietig.’

‘Tja…’

‘Nou lieverd, ik hoop echt dat je binnenkort weer eens langskomt.’

‘Ik hoop jou ook gauw te zien.’

Francien had net het gesprek met Kristel afgesloten toen haar telefoon ging. Aart, zag ze op haar display. Ze drukte meteen op Videogesprek.

‘Ha Aart!’

‘Dag schoonzus, van harte gefeliciteerd met je kleindochter. We kregen gisteren het geboortekaartje. Is alles goed gegaan?’

‘Wat lief dat je belt,’ zei Francien. ‘Ja, alles is goed gegaan, en het is een prachtig meisje. Ik zal je straks wel wat foto’s appen als je dat leuk vindt.’

‘Graag, Brigitta was al heel benieuwd naar foto’s, zei ze. Haar zoon heeft vorige maand verteld dat hij en zijn vrouw hun eerste kindje verwachten in maart. Brigitta heeft al twee kleinzoons, ze hoopt zó dat dit een kleindochter wordt.’ Francien hoorde hem grinniken.

Francien vertelde dat ze de week ervoor op kraamvisite geweest was, en dat het zo fijn was om even al haar kinderen en kleinkinderen bij elkaar te hebben. ‘Maar dat Evert er niet bij was, was toch wel pijnlijk,’ besloot ze.

‘Logisch toch?’ zei Aart. ‘En, ben je al een beetje gewend in je nieuwe huis?’ Francien had hem af en toe via de app op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en dat ze ging verhuizen, en begin september had ze hem haar nieuwe adres geappt, maar ze hadden elkaar niet meer gesproken sinds Francien hem in mei vertelde dat ze bij Evert wegging.

‘Ja hoor, het is een fijn huis. Zal ik je een rondleiding geven?’ Ze stond meteen op en bewoog haar telefoon de kamer rond. ‘Dit is de woonkamer.’ 

Ze liep met haar telefoon filmend door het hele huis, en besloot bij de achterdeur: ‘En dit is de tuin. Ik word ’s morgens wakker met blatende schaapjes. Je ziet: ik heb zelfs logeerruimte, dus als jullie een keer naar Nederland willen komen, dan kunnen jullie hier slapen.’

‘Nou, dat ziet er goed uit, fijn voor je!’

Het was even stil. Toen vroeg Francien: ‘Heb jij nog contact met Evert?’

Aart schudde zijn hoofd. ‘Nee, helaas. Meteen na jouw telefoontje in mei heb ik hem gebeld. Ik was alleen zo dom om direct met de deur in huis te vallen en te zeggen: “Waar ben jij in vredesnaam mee bezig?”, en toen hing hij meteen op. Ook mijn telefoontjes daarna nam hij niet op, en hij reageert ook niet op mijn apps, hij leest ze niet eens, ik zie geen blauwe vinkjes. Dus ik ben daar maar mee gestopt. Nou verliep het contact tussen mij en hem sowieso altijd al via jou, hij belde mij nooit. Weet jij hoe het met hem gaat? Weet hij trouwens dat hij weer opa is geworden?’

Francien knikte. ‘Ja, Gert-Jan kon hem niet bellen, Evert heeft de nummers van mij en de kinderen geblokkeerd. Dus Gert-Jan heeft hem een geboortekaartje gestuurd. En daar kwam een kaartje terug op, maar dat had hij niet zelf geschreven.’

Aart fronste zijn wenkbrauwen. ‘Niet zelf geschreven?’

‘We denken dat Gerda het geschreven heeft.’

‘Gerda? Wie is dat nu weer? Jij had het in mei over een andere vrouw, is dat die Gerda? Is hij daar dan nu mee?’

Francien haalde haar schouders op. ‘Geen idee. Maar hij bleef contact met haar houden, ook nadat ik gezegd had weg te gaan bij hem.’

‘Wat is dat voor iemand, die Gerda?’

‘Ze is tweeënveertig, dus wel vijftien jaar jonger dan Evert. Ze is getrouwd en heeft twee jongens van zeventien en twaalf. Ze woont ergens in de Achterhoek.’

‘Getrouwd?’

‘Ja, maar een slecht huwelijk, volgens Evert. Hij heeft haar leren kennen via Facebook, nu zo’n twee jaar geleden. Anderhalf jaar geleden kwam ze een keer naar Zeeland, en ze hadden het heel gezellig samen. Daarna kwam ze steeds vaker, soms wel om de twee of drie weken, en dan bleef ze een lang weekend.’

‘En dat vond jij goed?’ vroeg Aart verbaasd.

Francien zuchtte. ‘Nee, ik voelde me steeds meer het vijfde wiel aan de wagen. Maar als zij er was… Evert was dan zo anders, zó de Evert op wie ik destijds verliefd was geworden… Dus ja, ik heb het zelf laten gebeuren. Maar na twee jaar kon ik er niet meer tegen en heb ik Evert voor de keuze gesteld: óf Gerda, óf ik.’ 

Ze dacht weer terug aan dat moment waarop ze gespannen zijn antwoord afwachtte.

‘En toen koos hij voor Gerda?’ concludeerde Aart.

Francien schudde haar hoofd. ‘Nee, hij zei dat hij niet kon kiezen. Dat was voor mij voldoende om te zeggen dat ík dan wel zou kiezen, en dat ik bij hem wegging.’

‘En hoe reageerde hij daarop?’

[wordt vervolgd