[-45-

19 mei 2026 om 10:09


Nadat ze opgehangen had, zat Francien na te denken over Gert-Jans opmerking. Zij een eigen auto? Dat was nog nooit in haar opgekomen. Evert liet haar vrijwel nooit rijden, alleen in de tijd dat hij overspannen was en de kinderen ergens naartoe gebracht of opgehaald moesten worden, had hij dat noodgedwongen moeten toestaan. 

Maar vanaf dat hij begonnen was met zijn eigen bedrijfje had hij zelf de auto altijd mee, en daarna had hij elke keer als ze ergens samen naartoe moesten en zij voorgesteld had dat zij zou rijden, gezegd: ‘Nee hoor, ik zit niet graag naast jou in de auto, jij rijdt zo onzeker!’ En geld voor een tweede auto was er nooit geweest. Dus de laatste vijftien jaar had ze op een enkele keer na alleen maar meegereden.

Zou ze het nog kunnen? Ze hoorde Gert-Jans stem: ‘Tuurlijk wel!’

Het was in elk geval het overwegen waard. Ze had nu geen geld voor een auto, maar ze was zuinig, en deze maand al hield ze meer geld over van haar loon dan ze anders over hadden gehouden toen ze nog samen met Evert was. Tja, Evert was makkelijk met geld uitgeven. Zou hij het wel redden zonder haar inkomen?

Weer voelde ze een diep verdriet opkomen. Om Evert, van wie ze toch nog steeds hield, en om wie ze zich toch ook zorgen maakte. Om hun scheiding, terwijl ze toch zeker wist dat ze zó niet verder had willen gaan. Om het verdriet van hun kinderen daarover.

Ze veegde de opkomende tranen met een bruusk gebaar weg. Dat had geen zin, om hier te gaan zitten treuren terwijl ze net zo blij was geweest met het beeld van haar kleindochter, die met een heerlijk voldaan gezichtje de slaap der onschuldigen sliep. Zo heerlijk voldaan kon Lotte er ook bij liggen als baby na het drinken.

Er gleed een glimlach over haar gezicht. Hoe verdrietig het ook allemaal was, ze had samen met Evert drie prachtige kinderen mogen krijgen en daar volop van mogen genieten!

Ineens schoot het kaartje dat Evert naar Gert-Jan en Merel had gestuurd haar te binnen, of, nou ja, het kaartje dat hij had láten sturen. Zou hij dat aan Gerda gevraagd hebben, of zou ze dat zelf voorgesteld hebben? Hij had toch zelf kunnen bedenken dat Gert-Jan aan het handschrift kon zien dat hij het niet zelf geschreven had, en aan dat ‘groetjes’ dat Evert nooit zou gebruiken?

En zou Gerda nu al bij hem ingetrokken zijn? Evert woonde nu vier weken alleen, hoe zou het huis eruitzien? Zou hij op tijd zijn bed uit komen, de was doen, en de afwas, en stofzuigen en koken? Of zou Gerda dat nu allemaal doen? En zou zij hem dan ’s morgens ook drie keer roepen en hem zijn ontbijt op bed brengen, zoals zijzelf dat altijd gedaan had?

Ze stond op. Nu draaiden haar gedachten alwéér om Evert! Tijd om aan andere dingen te denken. Of andere mensen.

Hoe zou het met Kristel zijn? Ze keek op de klok: kwart voor elf. Dan was Kristel meestal al klaar met haar rondje door de kamers.

Ze ging weer zitten, zocht Kristels nummer op en drukte op de camera voor een videogesprek. Al snel zag ze Kristels gezicht verschijnen. ‘Ha Francien, hoe is het? En hoe is het met je nieuwe kleindochter? We kregen donderdag het kaartje binnen.’

Francien had Kristel uiteraard al via de app op de hoogte gebracht van de geboorte van Yara, en wat foto’s doorgestuurd. ‘Het gaat goed,’ zei ze. ‘Ik heb hen net gebeld, ze is al zo veranderd in een week tijd!’

‘En met Merel? Voedt ze het zelf?’

‘Ja, en dat gaat gelukkig ook goed. Morgen is de kraamzuster voor het laatst, maar Gert-Jan is de komende week vrij, dat is wel fijn voor Merel.’

‘En voor Gert-Jan,’ zei Kristel. ‘Het is ook niet niks om vader te worden, lijkt mij. Al hebben we zelf dat geluk niet mogen hebben, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen hoe het is om vader of moeder te worden.’

Francien wist hoe Kristel en Stef geworsteld hadden met het feit dat hun huwelijk kinderloos zou blijven, maar Kristel was nooit afgunstig geweest op mensen die wél kinderen kregen. Francien bewonderde haar daarom.

‘Wanneer kom je weer eens?’ vroeg Kristel toen. ‘Dan kan Stef je wel weer komen halen bij Breskens.’

Francien glimlachte. ‘Gert-Jan stelde net voor dat ik zelf een auto zou kopen. Als ik een auto zou hebben, zou ik zó naar je toe komen rijden.’

‘Hé, wat een goed idee!’ riep Kristel enthousiast. 

‘Zou ik het nog kunnen?’ vroeg Francien wat onzeker. ‘Het is al zo lang geleden dat ik achter het stuur gezeten heb.’

‘Tuurlijk,’ was Kristels reactie. ‘En desnoods neem je tegen die tijd een paar rijlessen, dan ben je het zo weer gewend.’

‘O ja, dat kan natuurlijk ook. Nou ja, het is nog niet zover. Maar ik vind het wel een leuk idee. Hoe is het met jullie?’

‘Goed hoor. Stef is een beetje aan het kwakkelen, die is vorige week door zijn rug gegaan en dat zit hem nog steeds niet lekker.’

‘Hè, vervelend voor hem, en voor jou, want nu moet je natuurlijk alles alleen doen.’

‘Och, de zomerdrukte is nu voorbij, de komende weken is het een stuk rustiger dan de afgelopen paar maanden. Dus als je zin hebt om weer eens langs te komen, dan hebben we vast wel ruimte voor je.’

‘Ik zal het overwegen.’

‘Hoor je nog weleens wat van Evert?’ vroeg Kristel toen wat aarzelend.

Francien haalde haar schouders op. ‘Nee, niks. Maar dat had ik ook niet verwacht.’

‘Weet hij dat hij weer opa geworden is?’

[wordt vervolgd