[-44-

19 mei 2026 om 10:07


‘Wat een mooi cadeau!’ zei Francien. ‘En vond tante Merel het een leuke verrassing?’

Beide meisjes knikten.

‘We hadden met Remco’s verjaardagsfeestje T-shirts geverfd, met textielverf, en daar hadden we nog wat van over,’ legde Vera uit. ‘Dus dat hebben ze gistermiddag gedaan. Ik heb de rompertjes gisteravond meteen gewassen, en vanmorgen waren ze droog en konden we ze inpakken.’

Ze keken allemaal op toen de deurbel ging. Gert-Jan kwam de trap af. ‘Dat zijn vast de geboortekaartjes, die zouden ze langsbrengen.’

Maar het waren Lotte, Vincent en Denis. Er werd veel geknuffeld, en Francien vond het heerlijk om nu al haar kinderen en kleinkinderen even bij elkaar te hebben. Denis, die de laatste keer dat ze hem zag alleen nog maar kon kruipen, vertoonde nu trots en met een big smile zijn loopkunsten aan oma.

Er werd weer gebeld, en dit keer was het wel de leverancier van de geboortekaartjes. Even later deelde Gert-Jan de kaartjes uit. Ze waren zachtgeel. Op de voorkant stond alleen Yara in mooie letters. Binnenin stond de tekst: Van God ontvangen, met liefde verwacht en met dankbaarheid aanvaard, Yara Francina Maria, en daaronder de datum en de namen en het adres van Gert-Jan en Merel.

‘Mooi,’ zei Francien. ‘Mag ik het meenemen?’

‘Tuurlijk, dat scheelt ons weer een postzegel,’ grijnsde Gert-Jan.

Zodra Wiebe en Remco weer beneden waren en ze Lotte en Vincent gedag gezegd hadden, zaten ze nog even gezellig samen te praten voordat Lotte en Vincent naar boven zouden gaan.

Francien keek vergenoegd de kring rond. ‘Hè, bijna net als toen Denis geboren werd…’

‘Alleen zat pa toen constant op z’n mobiel te facebooken en te appen,’ zei Wiebe schamper. ‘Gezellig als altijd…’

Francien schudde haar hoofd. Wiebe had wel gelijk, maar dat beeld wilde ze nu even niet voor zich zien.

Daarna maakten ze aanstalten om weer naar Goes te vertrekken.

‘Willen jullie niet nog wat drinken?’ vroeg de kraamzuster.

Vera schudde haar hoofd. ‘Nee, het is ruim twee uur rijden naar Goes, voor we thuis zijn is het alweer bijna etenstijd.’

‘We gaan pannenkoeken eten!’ riep Sanne.

‘Dát is lekker!’ zei de kraamzuster. ‘Nou, dan snap ik dat jullie naar huis willen.’

Er werd afscheid genomen, en even later waren ze weer op weg.

Francien was dankbaar voor deze dag, maar toch miste ze Everts aanwezigheid. Juist op zo’n dag als vandaag.

Hij wist nog niet eens dat hij een nieuwe kleindochter had. Dat zou hij pas te weten komen als hij het geboortekaartje ontving. Ze was benieuwd of hij een reactie zou sturen…

[HOOFDSTUK 12

Een week later belde ze naar Gert-Jan. Hij had via de app al een paar keer laten weten dat alles goed ging, en wat foto’s gedeeld, maar Francien wilde even zijn stem horen.

Gert-Jan schakelde van alleen telefoongesprek gelijk over naar een videogesprek. Hij bleek naast Merel op de bank te zitten, terwijl Merel net klaar was met voeden. 

Francien bewonderde haar kleindochter. ‘Wat is ze al veranderd! Gaat het goed met de borstvoeding, Merel?’

Merel knikte. ‘Ja hoor, prima. Morgen is de kraamzuster voor het laatst, en ik voel me goed. Gert-Jan heeft de komende week vrij genomen, zodat we samen kunnen genieten van Yara.’

‘Dat is fijn. Hebben jullie nog iets gehoord van je vader, Gert-Jan?’ kon ze toch niet nalaten te vragen.

Gert-Jan draaide het toestel van Merel weer naar zichzelf. Hij knikte. ‘Gisteren kregen we een felicitatiekaartje.’

‘Alleen een kaartje? Wat stond erin?’

Gert-Jan leek te aarzelen, dus zei Francien: ‘Vertel het maar gewoon.’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Er stond alleen maar “Groetjes, pa”.’

Francien snapte er niks van. Evert die zoiets als “groetjes” schreef? Dat was niks voor hem.

Toen snapte ze ineens Gert-Jans aarzeling. ‘Heeft hij dat kaartje wel zelf geschreven?’

Gert-Jan schudde zijn hoofd. ‘Het was niet zijn handschrift.’

Francien viel even stil. Dat kaartje zou Gerda dan wel geschreven hebben. Dat betekende dat ze dus weer bij Evert geweest was. Misschien was ze zelfs wel bij hem ingetrokken…

Ze schudde haar hoofd. Niet aan denken. Ze was bij Evert weg, die kon dus nu gewoon zijn eigen gang gaan, daar had zij niets meer over te zeggen.

‘Hè, wat is het toch jammer dat we niet bij elkaar in de buurt wonen,’ zei ze. ‘En dat ik geen auto heb, anders zou ik zó wel weer even langs willen komen.’

‘Misschien kun je zelf eens een auto kopen, dan ben je niet steeds afhankelijk van een ander,’ stelde Gert-Jan voor. ‘Je rijbewijs is toch nog wel geldig?’

Francien knikte. ‘Ja, gelukkig wel. Al liet jullie vader me vrijwel nooit rijden, ik heb het wel steeds laten verlengen. Maar ik weet niet of ik in mijn eentje wel zo’n eind zou durven rijden.’

‘Tuurlijk wel!’ zei Gert-Jan. ‘Dat kun je best. Gewoon een paar keer doen, dat went vanzelf.’

[wordt vervolgd