[-42-
18 mei 2026 om 06:12Wiebe haalde zijn schouders op. ‘Ik heb me de laatste tijd afgevraagd waarom pa is zoals hij is. Zo… zo… níét aardig. Zo weinig liefdevol. Ik zou hem niet eens “streng” noemen, want bij streng denk ik aan iemand die heel de tijd op je zit te letten of je wel je best doet, terwijl ik me bij pa juist afvraag waarom hij niet of nauwelijks geïnteresseerd is in ons. Ik bedoel, wij zijn toch zijn kinderen? Het gaat bij pa altijd alleen maar om wat híj wil, wat híj vindt, hoe zíjn bui is. Ik snap niet hoe je het zo lang uitgehouden hebt met hem…’ Hij schokschouderde even.
‘De liefde bedekt alle dingen…’ zei Francien.
‘Ja, dat is jouw lijfspreuk, ik weet het. Alles bedekken met de mantel der liefde. Maar Jezus accepteerde toch ook niet alles zomaar? De dominee preekte afgelopen zondag over de tempelreiniging, jammer dat je er niet bij was. Jezus noemde de farizeeën “huichelaars” en “addergebroed”. Zonde moet bij de naam genoemd worden, zei de dominee, dat deed Jezus ook. Zoals ik het zie, heeft pa al veel te lang zijn zin gekregen, en hebben jij en wij drieën veel te lang alles maar van hem geaccepteerd, en is dat alles bedekt met de mantel der liefde. En heeft dat hem een beter en mooier mens gemaakt? Nee! Hij is alleen maar egocentrischer geworden, en denkt dat hij met alles wegkomt. Jij pikte alles van hem door hem heel veel ruimte te geven voor zijn buien, hem te verontschuldigen bij anderen, zelfs als hij ronduit onbeschoft was, en zelfs zijn contact met Gerda te accepteren. Hij bedankte je daarvoor door je zomaar weg te laten gaan toen zelfs jij die acceptatie niet meer op kon brengen. Wij liepen op onze tenen om maar te zorgen dat pa niet boos werd, en hij bedankte ons daarvoor door het contact te verbreken omdat hij er niet van gediend was dat wij met hem wilden praten over wat hij jou aandoet door zijn relatie met Gerda.’
Francien had hem stilzwijgend aangehoord. Wiebes woorden zetten haar aan het denken. Was het verkeerd van haar geweest om alles te bedekken met de mantel der liefde? Had Wiebe gelijk en had dat Evert alleen maar egocentrischer gemaakt?
‘Door die preek afgelopen zondag loop ik steeds maar aan pa te denken,’ ging Wiebe verder. ‘En waarom jij en wij nooit eens riepen: “Nou is het genoeg, hou nu maar eens rekening met ons!” Misschien had het geholpen als wij ook weleens boos op hem zouden zijn geweest, zoals Jezus op die geldwisselaars. Maar wij trokken ons allemaal terug, bang voor een grote mond van hem.’
‘Ik heb nu eenmaal een hekel aan ruzie,’ zei Francien.
‘Dat snap ik, maar soms kan een ruzie de lucht opklaren, dat heb ik van Vera geleerd. Ik weet dat ik in sommige dingen op pa lijk, maar dat wil ik niet, en ik werk er hard aan om dat te veranderen en meer op opa Jobse te lijken. Vera pikt niet alles van mij, en al heb ik daar wel aan moeten wennen, ik ben er nu blij mee. Anders hadden we net zo’n soort relatie gekregen als jij en pa, waarin ik alles bepaalde en zij onderdanig was en mij naar de ogen keek. Eigenlijk net zo’n soort relatie als opa en oma Visser ook hadden, zoals ik daar nu aan terugdenk. Maar daar ben ik pas de laatste weken bewuster naar gaan kijken.’
Francien vond het jammer dat ze inmiddels waren aangekomen bij het huis van Vera en Wiebe. Ze had graag nog verder gepraat met hem, hij zette haar aan het denken. Wat hij zei, vond ze soms wel pijnlijk, maar vreemd genoeg ook fijn. Ze legde haar hand even op de zijne. ‘Ik vond het fijn om naar je te luisteren, jongen. Je hebt me veel om over na te denken gegeven.’
De tweeling stond al op de uitkijk en kwam naar buiten gestormd. ‘Oma!’, gevolgd door hun gebruikelijke gezamenlijke omhelzing.
‘We hebben een nichtje!’ riep Sanne.
‘En ze heet Yara!’ riep Marlies.
‘We hebben een heel leuk cadeautje voor haar,’ vervolgde Sanne.
‘Maar dat is nog een verrassing,’ vulde Marlies aan.
‘Nou, laat oma eerst maar eens rustig naar binnen gaan,’ zei Wiebe. Hij pakte de meisjes elk bij een schouder en duwde hen voor zich uit de gang in.
Vera stond in de keuken en verwelkomde haar schoonmoeder. ‘Dag ma, ik heb de koffie klaar, lust je nog een bakje voor we weggaan?’
‘Graag, ik heb na het ontbijt om zeven uur niks meer op, ik heb een poosje in de tuin gewerkt voor Wiebe kwam.’
Om halftwaalf zat iedereen geïnstalleerd in de auto. Sinds Remco op voetbal zat en er regelmatig naar wedstrijden gereden moest worden, had Wiebe een zevenzitter aangeschaft, waardoor iedereen ruim kon zitten. Francien mocht voorin naast Wiebe, Remco en Vera daarachter, en de tweeling op de bank daarachter.
Halverwege stopte Wiebe op een parkeerplaats waar ook een toilet en picknicktafels waren. De lunch werd alle eer aangedaan, iedereen had trek. Vera had een paar pakken melk en karnemelk meegenomen en wat bekers. En daarna ging de reis weer verder.
Om kwart over twee stopten ze voor het schattige huisje van Gert-Jan en Merel. Er hingen roze slingers voor het raam, met daarop de naam Yara.
De deur werd opengedaan door de kraamverzorgster. ‘Gert-Jan heeft gevraagd of jullie nog even willen wachten, de baby wordt net gevoed,’ zei ze. ‘Lusten jullie beschuit met muisjes?’
‘Jaaa!’ juichten Sanne en Marlies.
‘Willen jullie mij helpen?’ vroeg de zuster.
[wordt vervolgd