
Nutteloos [spoorlijntje] naar Radio Kootwijk kost kwart miljoen
15 mei 2026 om 11:46In de winter van 1918/’19 werd de bouw van het Radiostation Kootwijk, toen nog deel uitmakende van het grondgebied van de gemeente Barneveld, voorbereid door het egaliseren van het terrein door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Dat gebeurde aanvankelijk door zo’n vijftig arbeiders, werklozen uit voornamelijk Amsterdam die daarvoor waren geworven door de Commissie voor Productieve Werkverschaffing in onze hoofdstad.
Ze werden ondergebracht in tien houten barakken waarvan de eerste later kantine zou worden. In december 1918 werd door de Nederlandsche Heidemaatschappij een begin gemaakt met de aanleg van een ongeveer vijf kilometer lang smalspoorlijntje tussen het in aanbouw zijnde radiostation en de halte Assel aan de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn. Dit lijntje werd omstreeks 1922 weer afgebroken omdat inmiddels de vier meter brede klinkerweg tussen de halte Assel en Radio Kootwijk en een echte spoorlijn gereed waren gekomen. Bovendien werd de zandweg van Assel via Hoog Buurloo naar Kootwijk Radio door de gebroeders Van Polen met klinkers verhard.
AANVOER Via dat smalspoorlijntje werd al het benodigde materiaal voor de bouw van het toekomstige arbeidersdorp, de zendmasten van het merk Mannesmann, vanuit Amsterdam aangevoerd waar het aanvankelijk naartoe was gebracht omdat het ‘aftaklijntje’ nog niet gereed was. Het gebruikte smalspoorlijntje was een zogenaamde ‘Decauvillespoorweg’, genaamd naar zijn uitvinder de Fransman Paul Decauville (1846-1922) en was een lichte en verplaatsbare spoorweg met een geringe spoorwijdte bedoeld voor industriële toepassingen. Het systeem bestond uit kant en klare, op stalen dwarsliggers gemonteerde delen spoor. Deze lichte spoordelen konden zonder veel voorbereiding en grondwerk tot een spoorweg aan elkaar geschroefd worden.
Het was al direct de bedoeling dat het ‘dorp’ Kootwijk Radio zo compleet mogelijk zou worden uitgerust met een centrale keuken, eetzalen, een ziekenzaal, administratiegebouw, een paardenstal en een smederij, alsmede een watertoren en een Amerikaanse ‘windmotor’ om de waterpomp mee aan te drijven. De woonbarakken waren van hout en werden met rode pannen gedekt. De inrichting van het complex kwam voor rekening van het Rijk maar het eten moest door de arbeiders zelf worden betaald.
IMPOSANT Het was een monsterklus voor de arbeiders. In totaal namen ze 380.000 kuub grond op de schop In november 1919 was dit deel van het werk gereed nadat 25 arbeiders tot besluit 1.800 vim heide hadden aangeplant om het stuifzand te bedwongen. Buiten het eigenlijke zendterrein werden bovendien veel bomen geplant. Alleen de aanleg van wegen en het egaliseren kostte de Staat uiteindelijk al een miljoen gulden. De bouw van het gehele cirkelvormige zenderpark met een diameter van 1.200 meter, nam ongeveer twaalf jaar in beslag ofschoon er in de jaren nadien nog veel werd ge- en verbouwd en bepaalde onderdelen al eerder in bedrijf werden gesteld. Op 9 augustus 1920 werd het eerste beton voor het gebouw A van het Radiostation Kootwijk gestort door de echtgenote van de toenmalige minister van Waterstaat uit het kabinet Ruys de Beerenbrouck, ir. A.A.H.W. König, mevrouw J.M. König-de Bruyn. Het gebouw was een ontwerp van de Haagse architect Marie Julius Luthmann (1890-1973), tot 1923 architect bij de Landsgebouwen in de Hofstad. Behalve gebouw A ontwierp hij ook een aantal bijgebouwen zoals de watertoren en de dienstwoningen.
In 1921 werd het tehuis voor vrijgezelle ambtenaren gebouwd dat later bekend zou worden als ‘Hotel Radio’. Architect Luthmann tekende ook hier voor het ontwerp. Op 7 mei 1923 werd het nieuwe station voor de publieke dienst officieel in gebruik genomen als eerst vaste Nederlandse PTT-radio-telegraafstation voor lange afstanden.
COMMISSIE NOLTING In 1923 werd de Commissie Nolting ingesteld met als opdracht om te onderzoeken of het aantal hogere PTT-ambtenaren verminderd zou kunnen worden, maar die oorspronkelijke opdracht bleek aanmerkelijk te zijn uitgebreid zodat het gehele bedrijf onder de loep werd genomen. ‘Had het personeel reeds veel bezwaren, toen bij de instelling der commissie bleek dat de vakorganisaties van elke medezeggenschap in de Commissie werden uitgesloten, thans nu de opdracht aan de Commissie zeer belangrijk is uitgebreid, neemt de ontstemming over die uitsluiting hand over hand toe’, meldde de Maasbode op 26 juli 1924.
Nolting en de zijnen namen vrijwel alle zaken betreffende post, telefonie en telegrafie onder de loep en dus ook de radiostations in Kootwijk en Sambeek waar de berichten vanuit Nederlands Indië ons land binnenkwamen. Het toezicht op de bouw en in het bijzonder de financiële afwikkeling daarvan, kreeg van de Commissie Nolting een onvoldoende: ‘Naar ‘Het Volk’, die een uittreksel geeft van het rapport, voor de verrichtingen van de werken van civielen en bouwkundigen aard geraamd een bedrag van f. 2.307.500,- terwijl is uitgegeven een bedrag van f. 3.121.576,-, derhalve ruim f. 800.000,- meer dan geraamd werd. De commissie verklaart, den indruk gekregen te hebben, dat de verantwoordelijke personen bij den technischen dienst meenden, dat toezicht van de afdeeling comptabiliteit van het hoofdbestuur zooveel mogelijk achterwege moest blijven.’ Het werk van een controller werd destijds kennelijk niet op prijs gesteld en werkte, volgens de techneuten denk ik, alleen maar vertragend. In sommige gevallen ben ik geneigd de techneuten van toen gelijk te geven!
NUTTELOOS Nolting en de zijnen richtten destijds hun pijlen ook expliciet op het spoorlijntje dat immers speciaal werd aangelegd voor het vervoer van materialen voor de bouw van het zenderpark en de zendgebouwen. Daarover stond in het rapport van de commissie het volgende te lezen: ‘De commissie deelt verder mede, dat een spoorbaan aangelegd werd voor het vervoer van materialen van de halte Kootwijk tot nabij het hoofdgebouw, met welken aanleg een bedrag gemoeid was van f. 255.683,- . Deze spoorweg kwam gereed, toen reeds het grootste deel van de materialen per décauville-spoorweg was vervoerd! De commissie verklaart, dat de uitgave van f. 255.683,- niet gewettigd was en dat overigens de spoorweg niet wordt gebruikt. (…). Dodelijk dus. Ik vermoed dat de Deutsche Reichspost het definitieve spoorlijntje tijdens de Tweede Wereldoorlog toen Radio Kootwijk als ‘Sender Friesland’ contact onderhield met Duitse onderzeeërs, nog wel zullen hebben gebruikt. Na de bevrijding werden de door de Duitsers gestolen en teruggevonden onderdelen van de zender, weer via deze aftakking van de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn naar Radio Kootwijk terug gebracht.
Na de bevrijding van ons land moest ook de infrastructuur van het radiostation er aan geloven. In 1948 werd het spoorlijntje afgebroken en ook het stationnetje van Assel verdween. Of je er nog wat van in het landschap terug zou kunnen vinden, weet ik niet, maar een minutieus onderzoek van Otto Thomassen ut Kootwijk naar sporen in het heidegebied rond Kootwijk liet zien dat zelfs de door de rupsbanden van geallieerde tanks, gemaakt in 1945, nog decennia later zichtbaar waren.
KRIS KRAS Aangezien het vrij lastig is om gedurende 52 weken u een aflevering voor te kunnen schotelen over een gebeurtenis die honderd jaar geleden plaatsvond, neem ik de vrijheid om vanaf de volgende week wat meer kris kras door de geschiedenis van Barneveld te struinen. Onder de titel ‘Verrassend Verleden’ moet dat best gaan lukken!




