Zevensprong

8 mei 2026 om 13:47

Losse Flodders

Er zijn van die onderwerpen waarbij je bijna automatisch weet: hier gaan we weer even met z’n allen iets van vinden. De musical Flodder is er zo één. Nog voordat de eerste noot klinkt, is het morele kompas alweer uit de kast gehaald om te toetsen of dit wel past binnen het culturele landschap van Barneveld. SGP-leider Jan Top opende het debat door openlijk zijn zorgen te uiten over de ‘ongepaste zaken’ die wellicht op het podium te zien zijn, inclusief taalgebruik en toespelingen. Kenners van de serie zullen ongetwijfeld meteen “Buurman, wat doet u nu?” in hun hoofd hebben gehoord.

Top kreeg vervolgens de wind van voren van Pro’98 en de VVD, die de SGP van censuur en vrijheidsbeperking beschuldigden. Wie zijn zij, klonk het verontwaardigd, om hun normen aan anderen op te leggen?

En eerlijk is eerlijk: daar zit natuurlijk ook iets in. In een vrije samenleving mogen ondernemers programmeren wat zij willen en mogen bezoekers zelf bepalen waar ze wel of niet heen gaan. Niemand wordt verplicht een kaartje voor Flodder te kopen. 

Toch maakt dat de onderliggende discussie niet onzinnig. Want de vraag blijft: wat vinden we eigenlijk passend in een publieke voorstelling waar ook gezinnen en jongeren op afkomen? Persoonlijk vind ik wel degelijk dat makers rekening mogen houden met de omgeving waarin ze hun voorstelling brengen.

Dat hoeft helemaal geen bekrompen standpunt te zijn. Sterker nog: juist in de culturele wereld worden voortdurend bewuste keuzes gemaakt over toon en taal. Neem de musical 40-45. De makers daarvan besloten heel bewust om geen vloeken in het script op te nemen. Niet omdat de Tweede Wereldoorlog ineens een vriendelijk onderwerp is, maar omdat woorden sfeer bepalen. Taal doet ertoe. En dat geldt breder dan alleen vloeken. Ook seksistische opmerkingen of goedkope dubbelzinnigheden hoeven niet automatisch de norm te zijn om humor te laten werken. Soms wordt iets juist sterker als makers bewust kiezen voor wat ze níét zeggen.

Tegelijkertijd zou het ook zonde zijn als de geest van Flodder volledig wordt gladgestreken. De familie Flodder ís nu eenmaal ordinair, ongemakkelijk en over de grens. Dat is precies waarom het ooit werkte. Als je alle scherpe randjes verwijdert, doe je uiteindelijk ook de oorspronkelijke bedenker tekort. Theater hoeft niet braaf of tandeloos te worden.

Maar er is wel een verschil tussen scherpte en gemakzucht. Een goede grap zit vaak slimmer in elkaar dan alleen een vloek of een platte toespeling. Juist daarom zou het helemaal geen vreemde gedachte zijn als makers nadenken over de vraag waar humor sterker wordt…en waar niet.

Misschien zit daar uiteindelijk wel de kern van deze hele discussie. Niet in de vraag of iets mág, maar of makers ook verantwoordelijkheid voelen voor de toon die ze neerzetten. Vrijheid en terughoudendheid hoeven elkaar namelijk niet uit te sluiten.

Dat is geen verbod. Geen moraalpolitie. Hooguit de gedachte dat niet alles wat kán, ook altijd nodig is. En eerlijk gezegd is dat best een beschaafde gedachte. Zelfs in de wereld van Flodder.

[Erik Roest