
Drone zoekt [reekalfjes
7 mei 2026 om 11:06Zoemend schiet het van propellors voorziene apparaat de strakblauwe lucht in. Op 35 meter hoogte zet het in horizontale lijn koers naar een bomenrij, waarachter enkele percelen hoog opgeschoten Italiaans raaigras liggen die vandaag gemaaid moeten worden. Op het achtererf van boer Teus Toonen aan de Lunterse kant van de Renswoudsestraatweg turen twee mannen elk naar een op een statief gemonteerd klein beeldscherm met identiek beeld: een vogelvluchtperspectief van het landschap, dat omslaat naar zwart-wit-bovenaanzicht als de drone het land bereikt heeft waar misschien reekalfjes verborgen liggen.
Rémon Jansen op de Haar, dronepiloot voor landgoed De Boom en organisatie Boerennatuur, stuurt het vliegmachientje aan. Gert van de Munt, die hier de jacht heeft, en zijn jachtmaat Martijn Tessers kijken mee. Van de Munt legt uit: ,,Het is nog vroeg in het jaar, maar er zouden al kalfjes kunnen zijn. Die zijn vanaf de grond verrekte moeilijk te vinden in het lange gras.” Vanuit de lucht gaat dat een stuk beter en een warmtebeeldcamera is daarvoor ideaal.
WIT VLEKJE Op de schermen is het patroon op de grond goed te zien en alles wat warm is licht wit op, dus ook warmbloedige dieren. Er is een wit vlekje in beeld en de camera’s schakelen over naar kleur, Jansen op de Haar laat de drone dalen tot vier meter hoogte en dan begint het puzzelen: wat is er te zien? Het gras hangt er half overheen en de ‘piloten’ komen er niet uit, dus besluiten Tessers en Van de Munt naar de plek te lopen om poolshoogte te nemen.
ZWALUWEN De boer vertelt over de vogels op zijn erf. Met de boerenzwaluwen gaat het minder goed. ,,Sinds 2024 staan de stallen leeg en vanaf vorig jaar heb ik geen nestjes meer. Daarvoor vijfentwintig. Boeren en vee hebben voor veel dieren een belangrijke functie.”
De jagers keren terug – het was loos alarm. De zoektocht wordt voortgezet en intussen geeft Tessers een nadere toelichting, regelmatig onderbroken door de ontdekking van een nieuwe warmteplek, nu steeds vanaf scherm wel te herkennen als haas, molshoop of omgevallen heiningpaaltje.
HAZEN ,,Dit is geen natuurgebied maar agrarisch gebied met natuur'', legt hij uit. ,,Dat moet beheerd worden om de biodiversiteit hoog te houden en te voorkomen dat er voornamelijk roofdieren zoals kraaien en vossen overblijven. Jagers werken aan een goede leefomgeving voor onder meer hazen en als de stand het toelaat oogsten we er elk jaar een paar – een mooier stukje biologisch vlees bestaat niet. Konijnen zijn er bijna niet meer, dus die schieten we niet.”
Een bruine kiekendief op doortrek vliegt laag over het veld in de hoop op een prooi, maar wordt verjaagd door kraaien.
KALFJES BESCHERMD Voor reeënbeheer hebben de jagers opdracht van de provincie, omdat er veel ‘valwild’ was, aangereden dieren. ,,Dit is de hoek waar ze altijd zitten, want hier is het rustig. Die wal daar”, wijst Van de Munt, ,,was mooi breed, maar is nogal uitgedund.” Er moet dus wel eens een vrijgezelle bok geschoten worden, maar de kalfjes worden beschermd. Tessers: ,,Wat wij vooral niet willen, is dierenleed.”
Opeens verschijnen drie witte vlekken op de schermen en het beeld wordt ingezoomd. ,,Ik zie oren, het zijn reeën. Ja, volwassen, dit is een geit. Drachtig denk ik, hij lijkt dik. En dat is een bok.”
Dit moet het overblijfsel zijn van een ‘sprong’ van zes reeën die hier altijd liep. ,,Een geit die gaat kalven zondert zich af”, legt Tessers uit. De drie van deze 'sprong' liggen niet in dit veld, besluiten de speurders als het is uitgekamd. Intussen belt de loonwerker of hij kan maaien. Van de Munt geeft groen licht: ,,De reeën gaan wel op de loop.”
En zo gaat het. Als de maaitrekker de plek nadert, komen drie reeën te voorschijn uit het lange gras en vluchten naar een veilig perceel, waar ze gaan grazen. Kalfjes zouden de eerste weken blijven liggen, dus die hebben bescherming nodig van zorgzame jagers.







