[-34-
4 mei 2026 om 13:12Ze haalde de fiets van de fietsendrager en zette die tegen het huis, terwijl Francien alvast de voordeur opende. Daarna haalden ze de dozen uit de auto en zetten die binnen. Paulien keek haar ogen uit.
‘Joh, wat een gezellige kamer! En leuk, dat raam boven het aanrecht, met dat uitzicht!’
Francien gaf haar zus een rondleiding door het huis. Boven bleek het tweepersoonsbed in de achterste slaapkamer al opgemaakt te zijn. En beneden in de keuken lag een briefje van de vorige bewoners. Veel geluk in je nieuwe huis. Francien was er ontroerd van.
Daarna liep Paulien naar buiten. Ze haalde nog een doos uit de auto en gaf die aan Francien. ‘Hier, voor jou, de eerste benodigdheden.’
Francien keek verbaasd in de doos. Daar zaten allerlei levensmiddelen in: koffie, thee, koekjes, kruiden, rijst, pasta, melk, yoghurt, kaas, eieren, boter, hagelslag, fruit, waspoeder, er kwam van alles tevoorschijn.
De tranen schoten Francien in de ogen. ‘Joh, wat lief!’ stamelde ze. Ze gaf haar zus een dikke knuffel.
‘Nu lust ik wel een bakje koffie,’ lachte haar zus.
‘Dat krijg je,’ lachte Francien door haar tranen heen. Ze ging meteen aan de slag. Er stond een koffiezetapparaat op het hoekje van het aanrecht, dat had ze al gezien. Ze zocht in de kastjes naar koffiebekers, en zag dat er ook nog van alles in de keukenkastjes stond, wat de vorige bewoners blijkbaar hadden laten staan. Ze hoefde voorlopig weinig boodschappen te doen, alleen maar vers spul, zag ze. Maar toen ze even later de yoghurt en de melk en de kaas in de koelkast wilde zetten, zag ze dat die ook gevuld was. Ze zag melk, vleeswaren, zalm, kaas, boter en margarine, een halfje brood, een bloemkooltje, een paar tomaten en wat uien in de groentela, een pot mayonaise en een potje mosterd, een fles appelsap, en bovenin een doos met een halve kersenvlaai erin. smakelijk, stond er met grote letters op geschreven.
Francien sneed twee punten af en legde ze op een schoteltje. Gebaksvorkjes vond ze in de keukenla. Toen de koffie doorgelopen was, schonk ze twee bekers in, zette die op een dienblad, samen met de gebaksschoteltjes, en liep ermee naar de woonkamer, waar Paulien net de bank uitprobeerde. ‘Die zit lekker,’ zei ze. Toen keek ze met verbaasde ogen naar het gebaksschoteltje dat Francien voor haar neerzette.
‘Waar haal je dat nu zo snel vandaan?’ vroeg ze.
‘Van de vorige bewoners, stond in de koelkast,’ glunderde Francien.
Paulien lachte breed. ‘Wat een mooi begin in je nieuwe huis,’ zei ze hartelijk.
Ze nam een hapje van de vlaai en wees toen met het vorkje naar de eettafel. ‘Dat is een uitschuiftafel, wist je dat?’
‘Nee?’ zei Francien.
Paulien at eerst haar vlaai op en liet toen zien hoe de twee halfronde helften uit elkaar konden schuiven, waardoor een rechthoekig blad daaronder zichtbaar werd, dat tussen de twee helften neergelegd kon worden. ‘Makkelijk als je eters hebt. Ik heb nog wel twee stoelen staan die erbij passen, die kun je dan in de bijkeuken kwijt tot je ze nodig hebt.’
‘Graag!’ Na de koffie maakte Paulien aanstalten om naar huis te gaan. Ze had haar jas al gepakt en vroeg voor ze de deur uit stapte: ‘Blijf je in Goes naar de kerk gaan? Je kunt ook zondag met ons mee naar onze kerk, we hebben een fijne gemeente.’
‘Ja, dat had ik mezelf ook al afgevraagd. Van hier naar Goes is een hele reis, denk ik. Zou ik zondag met jullie meekunnen? Dan kan ik het op de fiets af.’ ‘Tuurlijk. Als je om halftien bij ons bent, lopen we samen naar de kerk, de dienst begint om tien uur. Blijf je dan ook na afloop bij ons koffiedrinken?’
‘Graag. Ik heb die dag middagdienst, dus dat kan. Ik wil vanmiddag of morgen eens uitvogelen hoe ik van hier naar mijn werk moet rijden.’
‘Dan zie ik je zondag.’ Daarna reed Paulien weer naar haar eigen huis.
Francien haalde de diverse dozen leeg en borg de inhoud ervan op. Haar kleren hing ze in de kast op de slaapkamer achter. Ze stond een poosje voor het raam boven, genietend van het mooie uitzicht. Daarna probeerde ze het bed even. Het lag prima.
Van de slaapkamer aan de voorkant zou ze haar naaikamertje maken, had ze besloten. Ze sjouwde haar naaimachine naar boven en installeerde die op het tafeltje. Ook had ze de bureaulamp meegenomen die ze altijd naast de naaimachine had staan. Ziezo, hier had ze weer een fijn hokje!
Weer beneden schonk ze nog een kopje koffie voor zichzelf in, en ging ermee op de bank zitten. Buiten begon het te miezeren, zag ze. Ze had vandaag een rondje willen fietsen om de omgeving te verkennen en alvast een route naar haar werk uit te stippelen, misschien klaarde het weer vanmiddag nog op.
Er lag nog een hele dag voor haar. Vandaag en morgen had ze vrij genomen van haar werk, in de verwachting dat ze die dagen nodig had om zich te settelen. Maar nu was ze al helemaal klaar. Het gebeurde maar zelden dat ze overdag vrije tijd voor zichzelf had, meestal was er wel iets om schoon te maken of te wassen of te strijken. Wat zou ze eens gaan doen?
Ze pakte haar telefoon, maakte een selfie van zichzelf op de bank, en wilde die naar de kinderen appen. Ze opende de app die ze samen met de kinderen had. ‘Verdrietige boodschap', heette die app nog steeds. Dat moest maar een andere naam worden, ze had nu toch geen verdrietig nieuws? Of wacht, ze zou een nieuwe groep aanmaken waar ook de schoonkinderen aan toegevoegd konden worden.
[wordt vervolgd