Directeur en commandant veiligheidsregio Gelderland-Midden, Anton Slofstra, heeft op 24 april 2026 een koninklijke onderscheiding gehad. Hier staat hij bij een van de brandweerauto's aan de Breelaan in Ede.
Directeur en commandant veiligheidsregio Gelderland-Midden, Anton Slofstra, heeft op 24 april 2026 een koninklijke onderscheiding gehad. Hier staat hij bij een van de brandweerauto's aan de Breelaan in Ede. Diana Kervel

Koninklijke erkenning voor brandweercommandant Anton Slofstra uit Ede: ‘We lossen het samen op’

7 mei 2026 om 08:54 Mensen

EDE Volledig verrast stond hij in het gemeentehuis in Arnhem, oog in oog met zijn familie. Hij zou komen praten over verkeersmaatregelen in Arnhem. Pas seconden later viel het kwartje: lintjesregen. Op 24 april ontving brandweercommandant Anton Slofstra uit handen van burgemeester Ahmed Marcouch de koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. ,,Ik had echt niets door”, zegt hij. Om er aan toe te voegen: ,,Bij de brandweer kan een dag opeens anders zijn dan vooraf bedacht. Die ‘verrassingen’, daar houd je rekening mee. Maar deze was van een ander kaliber.” 

door Diana Kervel 

Het gesprek vindt plaats bij de brandweerkazerne aan de Breelaan in Ede. Slofstra is directeur en commandant van Veiligheidsregio Gelderland-Midden en vervult daarnaast landelijke rollen, onder meer op het gebied van natuurbrandbestrijding en crisiscoördinatie. De onderscheiding geldt als bekroning op een loopbaan van tientallen jaren, waarin hij zowel regionaal als internationaal actief was. Toch blijft hij nuchter: ,,Dit werk doe je nooit alleen. Sterker nog, in je eentje stel je helemaal niet zoveel voor.”  In de regio zijn 850 vrijwilligers actief en 300 beroepskrachten. 

OVER DE GRENZEN HEEN

Die samenwerking kwam recent scherp naar voren bij de grote heidebrand bij ’t Harde. Honderden brandweermensen uit het hele land werden ingezet. ,,Op het hoogtepunt waren er zo’n vierhonderd mensen bezig”, vertelt Slofstra. ,,Dan zie je hoe de brandweer in Nederland werkt: niemand vraagt ‘heb je mij echt nodig?’. Iedereen komt.” 

Bij de brandweer vraagt niemand of men echt nodig is. Iedereen komt.

De brand op de Veluwe onderstreept volgens hem het belang van regionale samenwerking. Gelderland-Midden werkt nauw samen met Noordoost-Gelderland als één organisatie voor natuurbrandbestrijding. ,,Regiogrenzen op de Veluwe staan los van de inzet. Dus wij werken met dezelfde plannen, middelen en procedures. Een officier uit mijn regio kan net zo goed leidinggeven aan een eenheid van de buren.” 

Ook in communicatie wordt die eenheid gezocht. Slofstra vervult landelijk een rol in woordvoering namens Brandweer Nederland. Onlangs zat Slofstra nog bij tv-programma Pauw & De Wit om over de natuurbranden te praten. ,,We willen één geluid laten horen. We zijn vijfentwintig autonome veiligheidsregio’s, maar juist in samenwerking zit onze kracht.”

‘HIGH ALERT’ DOOR DROOGTE

De brand bij ’t Harde kwam niet uit de lucht vallen. Nederland bevindt zich volgens Slofstra in een periode van verhoogd risico. ,,We zitten landelijk in high alert. Droogte, oostenwind en uitgedroogde vegetatie maken dit een kwetsbare tijd van het jaar.” Juist het voorjaar is volgens hem risicovol. ,,Er is nog weinig blad aan de bomen en de fijne vegetatie is kurkdroog. Dat kan snel ontbranden.” 

Defensiehelikopters staan daarom paraat om indien nodig vanuit de lucht te blussen. Tegelijk wijst hij op een bredere ontwikkeling. ,,Ik maak me professioneel zorgen. Door klimaatverandering krijgen we over twintig jaar hier omstandigheden die lijken op Zuid-Europa. Dan moet je nú beginnen met maatregelen zoals landschapsinrichting en betere compartimentering van natuurgebieden.” 

Ik maak mij professioneel zorgen. Door klimaatverandering krijgen we omstandigheden die lijken op Zuid-Europa

,,In het gevecht tegen het water hebben we in Nederland de Deltawerken. Voor het gevecht tegen natuur moeten we ook groter denken dan het blussen van branden.”  De Edenaar wijst op het gebrek aan wetgeving: ,,Eigenlijk wordt er vooralsnog alleen gekeken aan het brandveilig bouwen van gebouwen, dat zullen we ook moeten opzetten voor onze natuur.” Als er al jaren geen natuurbranden meer zijn, lijkt de urgentie weg. ,,Regelgeving loopt altijd achter op de praktijk. Als brandweer moeten we kennisgericht gaan adviseren.” 

MEER TECHNIEK, MINDER BRAND

Opvallend is dat het werk van de brandweer zelf ook verandert. ,,Technische hulpverlening neemt toe”, zegt Slofstra. ,,Meer dan de helft van onze inzetten heeft daar inmiddels mee te maken.” Denk aan verkeersongevallen, beknellingen of instortingsgevaar. Daarnaast is het werk complexer geworden. ,,Auto’s, gebouwen, materialen, alles is technischer. Vroeger knipte je een auto open zonder na te denken. Nu moet je weten waar airbags zitten of waar je niet kunt knippen door elektrische systemen.” 

Slofstra verwijst ook naar een inzet waarbij acht woningen zijn verwoest bij een brand in Arnhem omdat zonnepanelen het bluswerk belemmerden. ,,Die complexiteit vraagt om aanpassing van protocollen en intensieve trainingen.” 

Meer dan de helft van de inzet bestaat uit technische hulpverlening.

VAN EINDHOVEN NAAR HAÏTI

Het begon voor Slofstra niet met een jongensdroom om brandweerman te worden. Met een achtergrond in besturingstechniek rolde hij via de vrijwillige brandweer in Eindhoven, zijn geboortestad, het vak in. Via de Brandweeracademie kwam hij uiteindelijk terecht in Dordrecht, waar hij 27 jaar werkte en doorgroeide tot commandant. Internationaal deed hij ervaring op met Urban Search and Rescue (USAR), onder meer na de aardbeving in Haïti in 2010. ,,We hebben daar mensen gered, maar ook slachtoffers geborgen. Soms kun je alleen zekerheid geven dat er geen overlevenden meer zijn. Hoe zwaar dat ook is.”

DE MENS ACHTER HET UNIFORM

Ondanks de professionalisering blijft de menselijke kant essentieel. ,,We zijn niet van steen”, zegt Slofstra. ,,Na heftige incidenten hebben we opvangteams en nazorg. Soms zijn het juist de kleinere incidenten die blijven hangen. Dan komt het door je professionele pantser heen. ” Toch overheerst trots. ,,Iedereen loopt weg bij gevaar, wij gaan ernaartoe. Dat is de grondhouding. En we gaan pas weg als het opgelost is.”

KROON OP HET WERK

De onderscheiding voelt voor Slofstra als een erkenning van dat gezamenlijke werk. ,,Als je al iets verwacht, dan misschien bij je afscheid. Maar dit… de koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, dat is echt een kroon op mijn werk.” Na de ceremonie in Arnhem wachtte thuis in Ede een verrassing met familie en vrienden, zorgvuldig georganiseerd door zijn vrouw. ,,Zelfs de drank was bij de buren verstopt, betaald via mijn zoon zodat ik de bankafschriften niet zou zien”, lacht hij.