Afbeelding
Heliflight.nl

‘Stankoverlast’ Brons Voorthuizen: provincie Gelderland krijgt stevige tik op de vingers

7 mei 2026 om 19:00 Natuur en milieu

VOORTHUIZEN De provincie Gelderland had belangen van omwonenden zwaarder moeten wegen en haar handhaving vanwege geur- en geluidsoverlast niet zomaar mogen staken bij mengvoerfabriek Brons in Voorthuizen. Dat stelt de onafhankelijke commissie Rechtsbescherming in een bezwaar die buurtbewoner Frans Annot tegen de provincie aanspande.

De commissie oordeelt hard: de provincie bewandelde een onjuiste juridische weg en hield daarmee feitelijk het bedrijf aan de Molenweg in Voorthuizen uit de wind. Dit ten koste van naaste omwonenden, wiens belangen daarin volgens de commissie simpelweg werden genegeerd.

De zaak heeft directe raakvlakken met de nieuwe ontwerpvergunning die de provincie onlangs ter inzage legde en waar deze krant deze week over schreef. Aan die vergunning is 3,5 jaar gewerkt. Brons had de productie willen opvoeren, dit willen combineren met moderniseringsmaatregelen - onder meer een hogere schoorsteen - en vroeg daar de nieuwe vergunning voor aan. Afgelopen week keurde de provincie de hogere schoorsteen goed, maar uit angst voor geuroverlast mag Brons niet meer gaan produceren.

STANKKLACHTEN

De zaak voor de commissie Rechtsbescherming draaide om de handhaving van milieuovertredingen: de bewoners - namens wie Annot de zaak indiende op persoonlijke titel - vonden dat de provincie direct had moeten ingrijpen na eerder handhavingsverzoeken. Volgens de oude vergunning overschreed het bedrijf verschillende milieuregels. Zo zou het bedrijf te veel produceren, waardoor er veel klachten waren over stank.

Hoewel de provincie al in 2022 een dwangsom oplegde - het bedrijf moest overtredingen binnen acht weken beëindigen - deed zij in de praktijk niets zolang er werd gewerkt aan deze nieuwe vergunning. Die zou de overtredingen moeten ‘legaliseren’, zo was toen de gedachte. De provincie rekte de handhavingstermijnen meer dan eens op, met een verlenging eind november tot 1 mei 2026. Zo creëerde men ruimte voor zichzelf om zonder tijdsdruk verder te werken aan de nieuwe vergunning, kon Brons tegelijk verder produceren, maar bleven bewoners met stank- en geluidsoverlast zitten.

NOOIT INGETROKKEN

Procedureel gestuntel bij de provincie bleek er de oorzaak van dat er - volgens de provincie zelf - feitelijk een eindeloze termijn voor de handhaving was ontstaan. Hierdoor meende men juridisch zelfs niet meer te kúnnen handhaven. Dit probeerde de provincie in november te corrigeren door formeel een nieuwe handhavingstermijn vast te stellen. Het bedrijf kreeg nog tot 1 mei 2026 de tijd om de overtredingen te stoppen. Onjuist, zo stelt de commissie nu: de oude termijnen uit 2022 waren juridisch helemaal nooit ingetrokken. Al die tijd had de provincie ‘gewoon’ kunnen handhaven. 

Bovendien is bij het zo lang oprekken van de nieuwe termijn sprake van oneigenlijk gebruik van de wet, vindt de commissie: een handhavingstermijn is bedoeld om een overtreding zo snel mogelijk te stoppen, niet om de tijd te overbruggen tot een nieuwe vergunning eindelijk klaar is, betogen zij. Het besluit in november om de termijn te verlengen, kan volgens de commissie daarom niet overeind blijven.

Gedeputeerde Staten moeten nog beslissen of ze meegaan in het bezwaar en of ze alsnog gaan handhaven bij Brons. Dit heeft geen gevolgen voor de nieuwe vergunning, die inmiddels ter inzage ligt en waar belanghebbenden op kunnen reageren.