[-32-

4 mei 2026 om 13:07


Ze luisterde ingespannen. Ging hij de douche in? Nee, dat niet. Het leek wel of hij de grote slaapkamer binnenging in plaats van de logeerkamer.

Even later hoorde ze hem weer naar beneden gaan. Blijkbaar had hij iets nodig gehad uit de linnenkast, want toen ze zelf naar bed ging, stond die kastdeur een beetje open.

Goed dat ze dit keer niet zo vroeg op bed lag, ging het door haar heen. Ze deed de slaapkamerdeur nog steeds op slot ’s avonds, maar ze was ongetwijfeld wakker geworden als ze Evert aan de deur had horen morrelen.

Wat zou hij nodig gehad hebben uit de linnenkast?

Ze opende de deur en keek naar de plank die Everts afdeling was. De stapel overhemden was een stuk kleiner dan toen ze die gisteren aangevuld had met de schone was, en ook zijn stapeltje ondergoed was kleiner dan anders. Blijkbaar ging hij weer een weekend weg.

Toen ze haar koffiemok naar beneden bracht, stak ze haar hoofd om de kamerdeur. ‘Ben je dit weekend weer weg? Ik zag dat je overhemden en ondergoed gepakt had.’

‘O, word ik in de gaten gehouden?’ zei hij wat schamper. ‘Jij gaat toch ook je eigen gang? Maar als je het wilt weten: ja, ik ben het weekend weg. Vanaf morgenochtend tot dinsdagavond. Dan weet je dat.’

Francien trok haar hoofd weer terug. Dit weekend moest ze werken, gelukkig had ze dan afleiding genoeg om zich niet heel de dag af te vragen waar Evert was en of hij nog thuis zou komen. 

Ze zuchtte. Nog ruim drie weken… Ze keek er nu al naar uit dat ze straks op zichzelf zou wonen.

[HOOFDSTUK 9

Zondagavond 1 september. Francien lag in bed. Ze kon niet in slaap komen. Dit was haar laatste nacht hier in huis…

Ze wist nog als de dag van gisteren hoe blij zij en Evert geweest waren met dit huis. Ze hadden na hun trouwen eerst een paar maanden in een flat gewoond, maar zodra ze wisten dat er een kleine onderweg was, hadden ze dit huis kunnen huren. Alle drie de kinderen waren hier geboren, en hadden hier hun eerste stapjes gezet. Ook waren ze alle drie vanuit hier getrouwd. De oude slaapkamer van Lotte was nu het naaikamertje voor Francien, de slaapkamer van Gert-Jan was de logeerkamer geworden, en de zolder waar Wiebe zijn slaapkamer had gehad, was nu omgetoverd tot een speelruimte voor de kleinkinderen.

Die zouden daar waarschijnlijk geen gebruik meer van maken, dacht Francien, net zomin als van de logeerkamer. Evert, die op Facebook altijd zo scheutig was geweest met het delen van foto’s van de kleinkinderen, had het contact met zijn kinderen – en dus met zijn kleinkinderen – verbroken. Van Wiebe had ze gehoord dat Lotte en Gert-Jan nog wel geprobeerd hadden contact te zoeken, maar Lotte had slechts één keer een appje van Evert gekregen dat hij het ‘geen stijl’ vond dat alle drie de kinderen de kant van Francien gekozen hadden. Francien was verbijsterd geweest toen ze hoorde wat Evert daar nog achteraan geappt had: Jullie moeder ging bij me weg en jullie hebben haar geen van allen tegengehouden. 

Als er één iemand was geweest die haar tegen had kunnen houden, was dat Evert zelf geweest. Maar hij had haar laten gaan…

Wiebe had verteld dat Evert alle drie de kinderen geblokkeerd had, ze konden hem niet meer bellen of appjes sturen. En Francien vroeg zich af of zij vanaf morgen ook geblokkeerd zou worden.

Toen ze vanavond naar bed ging, had ze Evert welterusten gewenst. ‘Ik weet niet of ik je nog spreek morgenochtend. Paulien komt me morgen om halfnegen ophalen en brengt me naar Middelburg. Ik heb wat spullen ingepakt die ik meeneem, maar misschien ben ik wat vergeten. Kan ik daar dan later nog om komen?’

‘Laat je sleutel maar hier. Als je nog wat nodig hebt, bel je maar aan,’ was Everts korte reactie.

Francien was even stil geweest, beduusd door zijn botte reactie. Ze aarzelde. Moest ze nu nog iets zeggen? Wat zeg je in een afscheid na drieëndertig jaar huwelijk? Ze kon niets anders verzinnen dan ‘Het ga je goed’. Maar daar reageerde hij niet eens op.

Ze keek op haar wekker. Kwart voor twaalf. Ze lag nu al ruim anderhalf uur wakker, dat schoot niet op zo.

Ze sloeg het dekbed opzij en stapte uit bed. Soms hielp het als ze een beker warme melk dronk. Ze liep zacht de trap af en stapte de keuken in. Evert was blijkbaar nog op, alle lichten brandden nog beneden.

Ze schonk een beker melk in en warmde die op in de magnetron. Daarna pakte ze een pot honing en deed daar een lepel van in de melk.

Toen ze met de beker in haar hand naar boven liep, hoorde ze Evert praten. Ze weerstond de neiging om aan de deur te luisteren wie hij aan de telefoon had, maar ze kon het wel raden. Met wie anders zou hij bellen rond twaalf uur ’s nachts? Het maakte haar weer verdrietig. Het was maar goed dat ze vanaf morgen haar eigen plekje had, dan hoefde ze niet meer vanaf dichtbij mee te maken wat Evert allemaal met Gerda uitspookte.

Terug in bed nam ze kleine slokjes van de hete melk. Ze dacht aan morgen. Haar zus Paulien zou haar morgenochtend op komen halen. Paulien, haar man Marcel en hun twee dochters Elly en Andrea woonden ook in Middelburg, straks maar een paar minuten fietsen vanaf de woning van Francien. 

[wordt vervolgd