[-31-

4 mei 2026 om 08:43


‘Ja hoor, maak je maar geen zorgen,’ zei Francien. ‘Je moeder redt zich wel.’

Wiebe haalde zijn schouders op. ‘Dat weet ik wel, maar vroeger regelde pa altijd dat soort dingen, en was je veel afhankelijker van hem.’

‘Ja, vroeger,’ zei Francien. ‘Maar de laatste jaren regelde ik steeds meer zelf, dus dit kan ik ook wel.’

Ze zuchtte even. ‘Ik zal wel moeten.’ Maar toen vermande ze zich. ‘Ik sta er niet alleen voor. God helpt mij, dat zag je vandaag maar weer aan dat huis en dat ik zomaar heel de inboedel kreeg. En jullie zijn er ook als het nodig is.’

Even was het stil. Toen vroeg Wiebe zacht: ‘En, zou pa het wel alleen redden?’

‘Dat vraag ik me ook weleens af,’ zei Francien verdrietig. 

‘Misschien zit die Gerda wel binnen de kortste keren bij hem in huis, als je weg bent,’ zei Wiebe bitter.

‘Die kans bestaat,’ zei Francien. ‘Al verwacht ik dat niet. Gerda heeft toch ook haar eigen gezin?’

‘Maar een slecht huwelijk, had je toch verteld? Bovendien zijn die kinderen zo klein niet meer, de oudste is zeventien, de jongste is net twaalf. En die man en de kinderen van Gerda hebben er blijkbaar ook nooit moeite mee dat ze zo vaak weg is, anders zou ze toch niet zo vaak in haar eentje weg kunnen?’

Francien dacht na. Gerda bij Evert in huis? Dat leek een gekke gedachte. Aan de andere kant: Evert had zich uit laten schrijven bij de kerk, hij was geen verantwoording aan een baas verschuldigd, het contact met zijn broer en met de kinderen was al minimaal. Eigenlijk waren de enige mensen met wie hij op dit moment een levendige relatie onderhield, de zogenaamde ‘vrienden’ van Facebook. En die kon hij van alles wijsmaken…

Wiebe zette haar af bij de voordeur. ‘Ik rijd meteen weer terug, mam, ik wilde vanmiddag nog wat in de tuin doen.’

‘Prima, jongen.’ Ze gaf hem een kus op zijn wang. ‘Dank je wel dat je vanmorgen met me meegegaan bent, en dat ik gezellig bij jullie mocht lunchen. Dat was fijn, ik zat zó vol van alles, en kon nu meteen mijn verhaal kwijt.’

Ze stapte uit. ‘Zondag moet ik werken, dus dan kom ik niet. Fijn weekend, jongen.’

‘Fijn weekend, mam.’ Daarna reed hij weg.

Francien liep om het huis heen en ging via de achterdeur naar binnen. Ze hing haar vest op de kapstok, pakte haar telefoon eruit en liep toen naar boven naar haar naaikamertje. Op haar laptop ging ze naar de site van de verhuurder van het huis dat ze vanmorgen was wezen bekijken. Ze zocht zijn telefoonnummer en belde hem meteen.

Even later sloot ze met een blij gezicht het gesprek af. Ze had een huis! Al over ruim drie weken! En wát voor huis! Ze zag zichzelf al zitten in de tuin, ’s avonds bij zonsondergang, met een glaasje fris, kijkend naar de schaapjes. Haar hart vulde zich met dankbaarheid.

Toen ze ’s middags wat in de tuin werkte, betrapte ze zichzelf erop dat ze zachtjes een van haar lievelingsliederen zong. Blijkbaar had ze naast het verdriet dat ze voelde, toch een reden om weer te zingen…

Evert kwam die avond pas tegen acht uur thuis.

‘Heb je al gegeten?’ vroeg Francien. Evert schudde zijn hoofd. Hij liep meteen door naar de computer.

Francien warmde een portie spaghetti voor hem op en zette dat naast de computer neer. ‘Eet smakelijk. En ik verhuis op 2 september, dus over ruim drie weken. Ik hoef geen meubels of zo mee, dat staat allemaal daar, dus hoeven we ook geen ruzie te maken over de verdeling van de inboedel. Dan weet je dat.’

Hij leek toch even van zijn stuk gebracht. ‘Zo?’ En toen: ‘Dat gaat dan snel.’

Het kan mij niet snel genoeg gaan, dacht Francien, met die ijzige sfeer hier. Maar ze zei niets.

Terwijl Evert zwijgend at, keek zij intussen naar het journaal. Ze keek weinig tv meer de laatste tijd, sinds Evert had geklaagd dat het geluid hem stoorde. Hij had ook weleens gemopperd dat het sturen van facturen zoveel van zijn tijd opslokte – als een stille hint naar de hulp die zij hem nu niet meer gaf – maar Francien had daar niet op gereageerd. De avonden dat Evert niet thuis was, zat ze meestal boven in haar naaikamertje. Ze was dit keer bezig met een schattig babyjurkje voor het aanstaande kindje van Gert-Jan en Merel.

Toen Evert zijn eten ophad, nam ze het bord mee naar de keuken en zette het in de vaatwasser. Daarna maakte ze koffie voor hen beiden. Ze bracht Evert een mok, en nam die van haar mee naar boven. Daar dronk ze eerst haar koffie op voordat ze aan het jurkje verderging, ze wilde er geen vlekken op maken.

Even later was ze ingespannen bezig met het borduurwerk van het gesmokte jurkje dat ze aan het maken was. Het was een heel gepriegel, maar het gaf een prachtig resultaat. Ze had vroeger voor Lotte ook een paar keer een jurkje gesmokt, en ook voor de tweeling was ze weleens bezig geweest. Dit keer was ze begonnen aan een zacht mintgroen jurkje, met een wit kraagje geborduurd met roze bloemetjes, pofmouwtjes, groen borduurwerk en roze bloemetjes op het smokwerk boven het wijde rokje. Ze verheugde zich nu al op het eindresultaat en op het gezicht van Merel als ze het jurkje uitpakte.

Ze was zo ingespannen bezig geweest dat ze opschrok toen ze Evert naar boven hoorde komen. Ze keek op haar horloge. Kwart voor elf. Laat voor haar doen, meestal ging ze rond tien uur al naar bed. Maar Evert die al om kwart voor elf naar boven kwam?

[wordt vervolgd