[-29-

30 april 2026 om 14:34


Ze belde af en toe naar de woningbouwvereniging of er al een woning voor haar beschikbaar was, maar ook zocht ze zelf af en toe op haar laptop of er iets te huur stond in de omgeving. 

Begin augustus vond ze iets op internet wat haar wel aanstond. Het ging om een huisje aan de rand van Middelburg. Er stond bij dat er eventueel wat meubels en ander huisraad overgenomen konden worden, en omdat Francien zich al afgevraagd had hoe Evert en zij dat met de verdeling van de inboedel moesten oplossen, belde ze meteen naar de verhuurder of ze mocht komen kijken. Ze kon daar de volgende morgen, donderdag, om tien uur terecht. Omdat ze wist dat Wiebe en Vera die week nog vakantie hadden, belde ze naar Wiebe of hij met haar mee wilde gaan kijken.

‘Ik sta om halftien bij je voor de deur, is dat goed?’

‘Prima, fijn dat je mee wilt,’ zei Francien. ‘Tot morgen.’ Daarna zocht ze op internet naar de mogelijkheden van huursubsidie aanvragen. Waarschijnlijk kwam zij daar wel voor in aanmerking.

Die middag zocht ze alvast wat dingen uit die ze mee wilde nemen, zoals de fotoalbums van de vakanties met de kinderen, wat dingen die ze voor haar verjaardagen gekregen had, wat serviesgoed dat nog van haar oma geweest was, kortom, vooral persoonlijke spullen. Ook het album met de trouwfoto’s pakte ze in. Ze verwachtte niet dat Evert daar interesse in had.

Evert kwam tegen zessen thuis. Terwijl hij zijn eten opschepte in de keuken doorbrak Francien de gebruikelijke stilte. 

‘Ik ga morgenochtend kijken naar een woning.’

Evert keek even op. ‘Je moet maar doen wat je niet laten kunt,’ was zijn antwoord, en hij ging weer door met opscheppen en nam zijn bord mee naar de kamer.

Francien zuchtte. Tegelijkertijd dacht ze: Wat had je dan verwacht? Dat hij enthousiast zou zijn? Ze vroeg zich voor de zoveelste keer af of hij het zou redden in z’n eentje. Maar ook of ze het zelf wel zou redden in haar eentje…

De volgende morgen om half tien stopte Wiebe voor het huis. Francien stond al op de uitkijk. Ze sloot de voordeur af en stapte in de auto.

‘Waarnaartoe?’ vroeg Wiebe.

Francien noemde het adres. ‘Weet je dat te vinden?’

Hij knikte. ‘Daar in die straat woont een vriendin van Vera.’

Tijdens het rijden vertelde Francien waarom ze hoopte dat dit huis iets voor haar was. ‘Als ik wat van de inboedel kan overnemen, kan ik het meeste thuis laten staan voor je vader. Hopelijk vragen ze er niet te veel voor. Ik heb al wat gespaard, maar ik zal ook een maand huur vooraf moeten betalen.’

‘Als het nodig is, kunnen Vera en ik ook wel bijspringen, hoor,’ zei Wiebe. ‘En ik denk dat Lotte en Gert-Jan dat ook wel zullen willen.’

‘Jullie zijn schatten!’ zei Francien dankbaar. ‘Maar hopelijk is dat niet nodig.’

Even later stopten ze voor het genoemde adres. Terwijl Francien uitstapte, keek ze met belangstelling naar het huis.

Het was een klein, vrijstaand huisje. De voordeur bevond zich aan de zijkant van het huis, en toen Francien en Wiebe ernaartoe liepen, zag Francien dat de achterkant van het huis uitkeek op een weiland. Zou dat mooie uitzicht straks van haar zijn? Ze belden aan, en de deur werd opengedaan door een vrouw van een jaar of dertig. Ze stelde zich voor en nam hen mee naar de kleine woonkamer, waar haar man zat. De man stond op, stelde zich ook voor en nodigde hen uit om te gaan zitten.

‘Koffie?’ vroeg de vrouw. ‘Graag!’

Terwijl de vrouw naar de keuken ging, keek Francien de kamer rond. Hij was niet al te groot, met een heerlijke bank, twee luie stoelen, een salontafel en een boekenkast. In de hoek van de kamer stond een kleine ronde eettafel met vier stoelen eromheen. Het was een allegaartje aan meubels, maar het geheel straalde knusheid en gezelligheid uit.

De vrouw kwam binnen met een blad met vier koffiekopjes. ‘Als jullie melk en suiker willen, help jezelf,’ zei ze. ‘En dan krijgen jullie daarna een rondleiding. Voor wie is het huis bestemd? Voor jullie samen?’

Francien schudde haar hoofd. ‘Nee, alleen voor mij. Dit is mijn zoon, ik heb hem gevraagd om mee te gaan kijken, en hij was zo lief me hierheen te rijden. Ik heb zelf geen auto.’

Ze haalde even diep adem en zei toen: ‘Mijn man en ik liggen in scheiding, ik wil nu op mezelf gaan wonen. Vandaar dat ik het wel een fijn idee vond dat ik wat van de inboedel zou kunnen overnemen, dan hoef ik niet alles nieuw aan te schaffen, want dat zou te veel in de papieren gaan lopen. Ik heb niet zoveel spaargeld, ziet u, en mijn man…’

De man reageerde meteen. ‘Daar komen we vast wel uit. Eerst maar eens de rondleiding afwachten, of het wel groot genoeg is en het allemaal naar uw zin is.’

Na de koffie liet het echtpaar eerst de keuken zien, die tegenover de woonkamer lag. Die was niet al te groot, maar wel lekker licht, met een raam boven het aanrecht en een kleine tafel met hoekbank. Naast de keuken bevonden zich een kleine doucheruimte en een bijkeuken, waarin een wasmachine stond. Het toilet bevond zich in de gang naast de voordeur. Tussen de kamer en de keuken was een deur met daarachter de trap naar boven. 

Boven keek Francien met verbazing rond. Ondanks dat het een klein huisje leek, waren er wel drie slaapkamers. In de grootste kamer aan de achterkant stonden een tweepersoonsbed en een linnenkast, en de kamer had een prachtig uitzicht over het weiland. Francien zag schapen in de verte. Ook kreeg ze alvast een indruk van de kleine tuin achter het huis.

[wordt vervolgd