Crew van de tank waar Harry Elwood Wright (bovenste rij, midden) op zat.
Crew van de tank waar Harry Elwood Wright (bovenste rij, midden) op zat. Vogelaar

‘Verhalen van deze [gesneuvelde bevrijders] sneeuwen te vaak onder'

1 mei 2026 om 13:13

Voorthuizenaar Roland Vogelaar (56) is al heel lang geboeid door de bijzondere levensgeschiedenissen van de Canadese soldaten die in april 1945 in Barneveld en omstreken omkwamen. Hij vindt het jammer dat er voor het lot van deze Canadezen relatief weinig aandacht is. „In deze regio is behoorlijk gevochten rond de bevrijding, maar de individuele verhalen van de Canadese jongens die daarbij gesneuveld zijn, sneeuwen vaak onder als het over de Tweede Wereldoorlog in deze streek gaat. Er is altijd veel aandacht voor de mensen in het verzet en dat is terecht, maar ik vind dat er ook iets meer oog mag zijn voor de Canadese soldaten die hier vielen en dat zij de eer mogen krijgen die ze op basis van het offer dat ze in dit gebied toen gebracht hebben verdienen.”

GEZICHT GEVEN Om hoeveel Canadese en eventueel andere geallieerde soldaten gaat het eigenlijk? Vogelaar zegt: „Als ik de lijst met oorlogsdoden in deze omgeving erop nasla, kom ik toch wel aan zo’n 12 tot 15 militairen die hier in april 1945, toen deze regio natuurlijk bevrijd werd door de geallieerden, omgekomen zijn en misschien zijn het er nog wel iets meer.”  

Om de verhalen van die veelal vrij jonge mannen aan de vergetelheid te onttrekken en de gestorven militairen een gezicht te geven, schreef Vogelaar een aantal jaren terug voor de organisatie Faces to Graves, die de levensloop van in ons land tijdens de oorlog gestorven Canadese soldaten reconstrueert, een biografie van de bij Voorthuizen overleden soldaat Leo Clyne. Ook verdiepte hij zich in de levens van de in de buurt van Barneveld gedode geallieerde militairen Stanley Foster en Gordon Fraser Johnson.  


HARRY ELWOOD WRIGHT Via de contacten die hij aan deze naspeuringen overhield, leerde Vogelaar over het interessante verhaal van de op 28-jarige leeftijd in onze regio gestorven Harry Elwood Wright. „Deze Wright diende bij een tankdivisie, genaamd Lord Strathcona’s Horse, en is op 17 april 1945, toen zijn divisie op weg was naar Voorthuizen, gesneuveld bij Terschuur. Bijzonder is dat hij, in tegenstelling tot de meeste hier in de buurt gesneuvelde soldaten, in deze regio een tijdelijk graf kreeg. Vorig jaar had ik contact met iemand die een foto had van dat tijdelijke graf van Wright, maar niet wist waar in de omgeving van Barneveld zich dat precies bevond.” 

Vogelaar zelf kende de locatie van het graf in eerste instantie ook niet, maar ging op onderzoek uit. „In de oorlogsbiografieën van de verschillende divisies die hier vochten, staan vaak de coördinaten die ze gebruikten en met behulp daarvan heb ik de locatie van Wrights graf kunnen vinden. Het graf bleek zich daar te bevinden waar nu Het Ei is. Daarmee was het raadsel opgelost.”

Waarschijnlijk hebben Wrights strijdkameraden hun overleden collega in allerijl moeten begraven en is daarvoor tijdelijk die plek in Terschuur uitgezocht. Later is het lichaam herbegraven op de Canadese begraafplaats in Groesbeek. Wrights overlijden zelf werd, zo valt te lezen in zijn door Ans Mostert geschreven biografie op Faces to Graves, veroorzaakt door granaatscherven; hij was op slag dood. 


GORDON FRASER JOHNSON Een dag voordat Wright op 17 april 1945 bij gevechten rond Terschuur het leven verloor, sneuvelde in onze regio een andere militair voor wie Vogelaar veel belangstelling heeft: de in 1919 geboren Gordon Fraser Johnson. Johnson, afkomstig uit een presbyteriaans gezin met zes kinderen, bemande net als Wright een tank en diende in Lord Strathcona’s Horse regiment. Hij is gestorven nabij Barneveld toen hij met zijn tank Duits antitankgeschut onschadelijk probeerde te maken. Dat laatste lukte, zij het dat hij er zelf uiteindelijk het hoogste offer voor heeft moeten brengen. Voor die heldhaftige daad is hij postuum onderscheiden.  


MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN Een neef van deze Gordon Fraser Johnson, de Canadees Patrick Johnson, schreef een boek over het regiment waar zijn oom bij diende en behandelt daarin ook de bevrijding van de regio Barneveld. Interessant is dat een lid van Johnsons regiment in dat boek vertelt dat de omstandigheden in deze regio voor de geallieerde tanks ontzettend moeilijk waren. „Het terrein leende zich”, zegt de veteraan, „niet voor oorlogsvoering door middel van tanks en was in het voordeel van de verdedigende partij.” Zo moest het Lord Strathcona’s Horse regiment met zijn tanks in één lange rij door een gebied met weinig beschutting rijden, wat maakte dat ze gemakkelijk konden worden beschoten.  


LEVEN VOOR BARNEVELD Dat gebeurde dus ook op die voor Johnson fatale 16e april en de in zijn tank kwetsbare sergeant verloor zijn leven bij Barneveld. Wrang is dat het einde van de oorlog op dat moment in zicht was en Johnson er al een behoorlijk oorlogsleven op had zitten. 

Dat oorlogsleven begon in 1941 in Canada met een opleiding tot soldaat. Een jaar later ging de Canadees naar Engeland, waar hij meer training kreeg en meermaals promotie maakte. In november 1943 begint de oorlog voor Johnson echt en vertrekt zijn tankdivisie naar het strijdtoneel in Italië. 

Daar is de divisie tot begin 1945 bij zware gevechten betrokken. Roland Vogelaar denkt dat Johnson en de andere leden van zijn divisie mede als gevolg van die gevechten door de wol geverfde soldaten waren toen ze later in ons land arriveerden. „Op het moment dat die jongens in 1945 met hun tanks in Nederland kwamen, zullen ze door de oorlog geharde soldaten zijn geweest, want ze hadden toen al meerdere oorlogsjaren achter de kiezen en zeker die periode in Italië zal niet gemakkelijk zijn geweest.”


OPERATION CLEANSER Als ze de strijd in Italië hebben doorstaan, krijgen Johnson en zijn divisie in februari 1945 de opdracht zich naar West-Europa te verplaatsen. Via België komen ze in maart in Nederland aan. Daar worden ze in april ingezet bij de voor de bevrijding van onze regio essentiële Operation Cleanser. Na eerst Otterlo te hebben bevrijd, trekken de tanks, waarvan de Duitsers eigenlijk dachten dat ze zich nog in Italië bevonden, door naar Barneveld. Daarbij komt het tot confrontaties met de vijand en weet deze de kwetsbaarheid van de geallieerde tanks op dit terrein te benutten om slachtoffers te maken, onder wie Gordon Fraser Johnson. 


TIJDELIJKE BEGRAAFPLAATS In tegenstelling tot Wright wordt Johnson na zijn dood niet eerst bij ons in de buurt begraven. Vogelaar vermoedt dat hij via Otterlo naar Arnhem is gebracht. „In Otterlo was een Eerste Hulppost en dat was vermoedelijk de meest vooruitgeschoven medische post. Het is waarschijnlijk dat Johnsons lichaam, net als dat van de hier in de buurt gestorven Foster en Clyne, via Otterlo naar Arnhem is gegaan, waar het een tijdelijke begraafplaats kreeg. Later is er voor hem, en voor Foster en Clyne, een graf gekomen op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.” 

Dat deze soldaten in Groesbeek en niet in de nabijheid van Barneveld begraven liggen, heeft er volgens Vogelaar mede voor gezorgd dat de aandacht in onze gemeente voor hun dood wat beperkter is. „Ik denk dat het lot van deze Canadese soldaten hier meer zou leven als er, net als in Groesbeek of Arnhem, zo’n begraafplaats zou zijn. Dat speelt mee. Dat zie je aan de aandacht die er wel is voor de twee piloten die tijdens de oorlog op de Hunnenweg in Voorthuizen zijn neergestort en hier echt begraven liggen.” 


CONTACT MET DE FAMILIES Toch probeert Vogelaar ook de nagedachtenis van de Canadese soldaten, onder wie Johnson, levend te houden. Hij heeft af en toe contact met de nabestaanden van die soldaten en merkt dat zij blij zijn dat Nederland hun omgekomen familielid niet vergeet. „De families van Johnson, Clyne en Foster waarderen het ontzettend dat wij hun gesneuvelde dierbare en de bevrijding nog altijd, ook zoveel jaar later, herdenken.”

BLIJVEN HERDENKEN Die reacties van nabestaanden en dierbaren onderstrepen voor Vogelaar ook het belang van blijven herdenken. Is hij optimistisch over de toekomst van het herdenken van de Tweede Wereldoorlog en de in onze regio gestorven geallieerde soldaten? „Ja, ik verwacht dat het herdenken wel zal doorgaan. In deze streek ligt het wel anders dan in bijvoorbeeld Oosterbeek of Arnhem, waar de strijd vanuit historisch perspectief bekeken groter is geweest dan bij ons, maar ik denk dat we niet moeten vergeten dat hier in de gemeente Barneveld significant gevochten is. Daarom is het ook belangrijk de levens van de militairen die daarbij omkwamen, zoals Johnson en Wright, niet zomaar te vergeten.” 


Dit artikel kon tot stand komen dankzij de door de stichting Faces to Graves vervaardigde biografieën van Johnson en Wright. Speciale dank gaat uit naar Alice van Bekkum, voorzitter van Faces to Graves, en Marian Straatman, die voor Faces to Graves de biografie van Gordon Fraser Johnson schreef.



[,,Ik denk dat het lot van deze Canadese soldaten hier in de gemeente Barneveld meer zou leven als er, net als in Groesbeek of Arnhem, een oorlogsbegraafplaats zou zijn
Gordon Fraser Johnson.
Het graf van Gordon Fraser Johnson op de Canadese begraafplaats in Groesbeek.
Het graf van Harry Elwood Wright op de Canadese begraafplaats in Groesbeek.