Een herinnering (souvenir) aan hotel ’t Hilletje in Kootwijk met foto’s van de voorzijde, de dependance (oude pastorie) met de eetzaal aldaar en de passantenzaal van ’t Hilletje.
Een herinnering (souvenir) aan hotel ’t Hilletje in Kootwijk met foto’s van de voorzijde, de dependance (oude pastorie) met de eetzaal aldaar en de passantenzaal van ’t Hilletje. Beeldbank Barneveld

Hotel-pension ’t Hilletje in Kootwijk [wordt heropend

1 mei 2026 om 13:55

Over dat drama, waarna de dader zelfmoord pleegde door onder de sneltrein Apeldoorn-Amersfoort te springen, schreef ik verleden jaar al een verhaal. Voor die feestelijke opening had de eigenaar van ’t Hilletje’ ongeveer de hele vaderlands pers en een aantal speciale gasten uitgenodigd om aan een gemeenschappelijke maaltijd deel te nemen. 

Volgens de door het Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad aanwezige journalist hadden er slechts weinig van zijn collega’s de uitnodiging aangenomen. Zij die de moeite genomen hadden om wél de uitnodiging van mr, Blaupot ten Cate te accepteren, publiceerden later uitsluitend lovende artikelen over het hotel-pension dat als een Feniks uit zijn as was herrezen!  Tikje overdreven misschien want het nieuwe gebouw leek in de verste verte niet op die oude, tot pension verbouwde boerderij. De Utrechtse journalist haalde de dichter De Genestet aan die kennelijk iets over een gure, natte meidag dichtte waardoor het onmogelijk was om het openingsfeestje buiten te houden: ‘Toch vermocht deze Novemberachtige bloeimaand geen invloed uit te oefenen op de stemming, die onder de gasten heerschte. Nadat de meest uitgezochte spijzen het gehemeltje hadden gestreeld en de fijnste wijnen de tongen hadden losgemaakt, werd in alle toonaarden op het heil van ‘Het Hilletje’ en deszelfs gastvrijen eigenaar gedronken en geklonken en werden tevens de beste wenschen uitgesproken voor een spoedige verbetering van het weer, zonder welke het hotel-pension, hoe idyllisch ook gelegen, zelfs onder de voortreffelijkste exploitatie groeien noch bloeien kan’.

 

RUIMER EN HOGER Mr. Blaupot ten Cate trad zelf als architect op en nam zijn eigen zomerverblijf, ‘Kerkendel’ als voorbeeld. De aannemers voor de bouw waren Arend van de Fliert en G. van de Ploeg uit Barneveld. De Maasbode meldde in haar uitgave van 19 mei 1926 dat het gebouw veel ruimer en hoger was dan het oude pand en een ruime ontvangstkamer en eetzaal alsmede dubbele logeerkamers bevatte. ‘Over dertig logeerplekken kan worden beschikt. Alles is volgens de hygiënische eischen ingericht. De gasten hebben na een wandeling door het Kootwijkerzand in de ruime badkamer een prachtige gelegenheid tot verfrissching. In de ontvangstkamer is een hoekschouw ingemetseld, waarbij het knappend haardsteenvuur, de dames en heeren zich, al was het midden-Mei zich heerlijk verwarmden’.


RECLAME Het Algemeen Handelsblad van 18 mei was eveneens lyrisch over Kootwijk en het nieuwe Hilletje. Je vraagt je onwillekeurig af of Blaupot ten Cate middels een envelop met inhoud dan wel enkele flessen wijn, er bij de journalist in kwestie, een extra loftuiting had uitgesleept. Zo noteerde de verslaggever onder andere: ‘Nu is Kootwijk een gehucht, dat maar weinig bekend is, ook in ons land. Sommigen weten van het Radiostation, waarvan zij de hooge masten van uit den trein hebben gezien. Anderen hebben wel eens gehoord van de zandverstuivingen, terwijl eene enkele, die zin heeft voor historische bijzonderheden, zich het verhaal herinnert, dat in den Franschen tijd op één plek in Nederland onze vlag zou zijn blijven wapperen, nl te Kootwijk, waarvan het heet dat de Franschen het niet hebben kunnen vinden. Maar Kootwijk’s natuur, kent men die? De automobilist niet, die kan er nauwelijks komen. Geestdriftige wielrijders natuurlijk wel: de rijwielpaden van Assel, Milligen Stroe, Harskamp komen er samen, en die lokken wel. Maar ach, ook de wielrijder bemerkt niets van de zandverstuivingen en laat de Zwarte Bergen en de Brummelkamer links – of rechts – liggen. En wie die niet bezocht heeft, kent Kootwijk niet, zelfs als hij op den brandtoren van het Staatsboschbeheer is geklommen en daar van het prachtige uitzicht heeft genoten. Want na de mooie wandeling langs de lupinenvelden en de oude schaapskooi, door bosch en heide naar de Zwarte Bergen, ziet men van daar naar de Stroeschen kant weer heel anders: van de Brummelkamer gezien vormen de bosschen van Hoog-Buurlo en Soeren, die den horizon naar het noorden en oosten afsluiten, een heerlijk contrast met de heide en het zand aan de andere zijden. En de zandverstuivingen, duinen, die geen duinen zijn, met de dennengroepjes en de jeneverstruiken er op en er tegen aan, zijn zulk een kleurig, sms grillig geheel, dat men aan en boschrand uren kan liggen genieten van het uitzicht van deze wijdte, van deze stilte.’



,,  Nergens is de rust         grooter dan op de heide, tusschen de roggevelden, in de         bosschen om het lieve, kleine dorp 



WELKOME BEZOEKERS Tegenwoordig hebben de automobilisten het dorp wel degelijk gevonden en over de Heetweg passeren, vooral in de weekenden, vele honderden, al dan niet antieke auto’s en motoren het dorp, om van de tientallen fietsers maar niet te spreken. Voor de lokale horeca, waaronder dus ’t Hilletje, welkome bezoekers. De genoemde stilte komt tegenwoordig wel eens in het gedrang. Wat dat betreft trof de journalist van het Algemeen Handelsblad het vroeger beter: ‘Ja, de stilte, dat is het allerbeste van Kootwijk. Nergens is de rust grooter dan op de heide, tusschen de roggevelden, in de bosschen om het lieve, kleine dorp. Tenzij – op de brink van het gehuchtje. Want op dat grasveld met de pomp bij de linde, met het lage oude kerkje en de enkele huizen eromheen, treft de stilte ’s avonds ons nog sterker, om  de nabijheid van de menschen die men om zich heen weet en toch niet hoort.  Kootwijk, dat is de stilte. Een oude dame heet het eens zeer teekenend gezegd, zittende buiten, onder den wijden sterrenhemel, met de groote heide voor zich: ‘Met een slecht geweten zou je hier niet durven zitten’.


WILLEM VAARZON MOREL De op 26 maart 1901 in Arnhem geboren Willem Vaarzon Morel was een zoon van de kunstschilder Wilhelm Ferdinand Abraham Isaac ('Willem') Vaarzon Morel die daar van 1899 tot 1902 woonde, en Frederike Dupont. Zijn kinderjaren bracht Willem door in een oud boerenhuisje bij de oude kerk van Oosterbeek (1903-1910). Vervolgens verhuisde het gezin naar Veere. Aanvankelijk kreeg hij les van zijn vader en behaalde vervolgens de aktes Middelbaar Tekenen A en B. Vaarzon Morel schilderde in een impressionistische stijl en maakte daarnaast aquarellen, houtsneden en tekeningen. Als onderwerpen koos hij voor stillevens, interieurs, zeegezichten, schepen en landschappen. Na een verblijf in Arnhem vestigde hij zich in Veere waar hij eind 1926 zou vertrekken om zich vervolgens in Amsterdam te vestigen. Hij huwde op 6 augustus 1928 met Sophia Eriks, eveneens een beeldend kunstenaar.  Vaarzon Morel heeft zich in de gemeente Barneveld enige bekendheid verworven door zijn muurschilderingen in hotel 't Hilletje’, destijds deel uitmakende van de Vereenigde Hotels van Blaupot ten Cate waar ook ‘'t Hooghuys’ en ‘Kerkendel’ deel van uitmaakten. Het oude pand ‘Kerkendel’ leek sterk op 't Hilletje’ maar van eventuele muurschilderingen in dat pand is niets bekend. Vaarzon Morel beeldde onder andere een ploegende boer af en een boer met een bos stro. In de brochure ‘Kootwijk voor ontspanning en rust’ zijn enkele muurschilderingen afgebeeld en bovendien zijn deze afgebeeld op een paar prentbriefkaarten die het hotel in eigen beheer uitgaf. Hij overleed op 22 december 1982 te Veere in het verzorgingstehuis ‘Nieuw Sandenburg’. Zijn echtgenote overleed eerst in 1992.


ATTRACTIE Ook de Nieuwe Rotterdamsche Courant was van de partij en de verslaggever werd door Steven Blaupot ten Cate van de spoorweghalte Kootwijk gehaald. ‘De weg naar het Hilletje is vanouds moeilijk; er is eigenlijk heelemaal geen weg, tenminste niet voor auto's en rijtuigen, maar dat is alles wel beschouwd juist een attractie van het plaatsje . Want het belet den dagjesmenschen den toegang en van auto's met passanten zal men in Kootwijk ook geen last hebben. Dat men intusschen wel met een auto naar Kootwijk komen kan, bewees ons de heer Blaupot ten Cate jr, die ons van den trein haalde en ons door het karrespoor, dat Kootwijk met zijn station verbindt, zonder al te veel schokken naar het Hilletje bracht. Het was buitengewoon slecht weer en van het voornemen vóór den eten een wandeling te maken, kon met den vreselijken regen niets komen. Maar wij hebben toch geen spijt gehad van ons tochtje. Want mevrouw Von Sass weet het haar gasten gezellig te maken en bij het haardvuur in de kleine intieme hall van het hotel kon men de misère van den regen buiten best vergeten.'


AMALIE LEGSDIN Geen idee waar Blaupot ten Cate de op 17 januari 1878 in Riga geboren, maar daarvandaan gevluchte Duitse Amalie Legsdin had opgeduikeld om als pensionhoudster voor ’t Hilletje te gaan werken. Dat deed zij mogelijk al vanaf 1923 vanuit haar woonplaats Epe; officieel vestigde zij zich pas op 29 november 1927 in Kootwijk. Ze was toen al jaren weduwe van Heinrich Werner von Sass. Een jaar later, op 22 november 1928 vertrok ze naar Putten en betrok daar huize ‘Calcaica’ aan de Garderenseweg. Ze stond bekend als een uitstekende gastvrouw: ‘De keuken is er echter niet minder dan waar ook en dat is de trots van mevrouw Von Sass, die behalve een vrouw van de wereld ook een uitstekend administratrice is.’ Tot 1931 zou mevrouw Von Sass in Kootwijk werkzaam blijven om uiteindelijk op 12 augustus 1950 in Rijssen te overlijden.


CHARMANTE PLEK Nog steeds is ’t Hilletje de bekendste en drukbezochte horecagelegenheid van Kootwijk. ‘Een eeuwenoude pleisterplaats’ als we sommige scribenten mogen geloven maar in elk geval een dit jaar honderd jaar oude, nog steeds charmante plek om er koffie te drinken, te lunchen of te dineren. Ik kom er graag!

‘De hal in ’t Hilletje’, zoals deze er vroeger uitzag.
De toen nog jonge kunstschilder Willem Vaarzon Morel voorzag de entree van kleurige muurschilderingen
Het terras waar de rieten stoelen plaats hebben gemaakt voor houten terrasmeubels.
Rieten stoelen en parasols op het zonovergoten terras van ’t Hilletje.
Een ansichtkaart van ‘hotel caférestaurant ’t Hilletje met het uitnodigende terras zoals het er in de jaren ’30 van de vorige eeuw uitzag.