
Stadsvarkens al tien jaar een begrip in Ede: ‘Ik eet nu het liefst vlees dat een naam heeft’
1 mei 2026 om 08:53 Maatschappelijk Nieuws uit Ede Tips van de redactieEDE Ze eten overgebleven andijvie van de groenteboer, hebben namen gekregen van de nabijgelegen scoutinggroep, worden geknuffeld door wandelaars en belanden na dit luxe maar modderige leven ‘gewoon’ op het bord. Al tien jaar lang confronteren de stadsvarkens in het Veldhuizerbos mensen met de realiteit van ons voedsel. Om dit jubileum te vieren, geeft de stichting komende maand een groot feest.
door Elyse van den Brink
Wie deze ochtend voor het eerst het Veldhuizerbos inloopt, zal zich even verbaasd achter de oren krabben bij het horen van het oorverdovende geschreeuw aan de andere kant van het bosperceel. Het lijkt wel alsof er een scène uit een nieuwe Jurassic Park-film wordt opgenomen. De daadwerkelijke reden voor het kabaal is gelukkig niet zo bloeddorstig: het is simpelweg voedertijd bij de Stadsvarkens.
TEVREDEN GESMAK
Aan de voorkant van het verblijf vist boegbeeld René van Geneijgen ontspannen wat restjes van de vorige dag uit de trog: een pastinaak, wat bladgroente en zelfs wat rode pepers. ,,Mensen denken dat varkens alles eten, maar niet alles is goed voor ze. En dat weten ze feilloos. Sperziebonen laten ze om die reden instinctief liggen.”
Ze zijn niet alleen slim maar kunnen soms ook behoorlijk kieskeurig zijn. ,,Dit snap ik dus niet, hè, dat ze dit niet eten.” René pakt hoofdschuddend twee groene paprika’s uit de modderige voederbak. ,,Kijk, een rat wist er wél raad mee.”
Zodra René een lading oud brood met een flinke plens wei in de trog gooit, storten de beesten zich vol overgave op hun maal. Het geschreeuw maakt plaats voor tevreden gesmak en de rust keert weer terug in het bos.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
De varkens storten zich vol overgave op hun maal. - Elyse van den Brink
GOUDKLEURIG
Al tien jaar is dit het vaste ritueel. Het voedsel dat de dieren naar binnen schrokken, bestaat uitsluitend uit reststromen. Restproducten van de boer of groente en fruit dat in de winkel niet meer te verkopen is, verdwijnt zo niet in de afvalbak, maar wordt de brandstof van een trio Tamworth-varkens.
Maar voedselverspilling tegengaan is niet de enige reden waarom de stichting Stadsvarkens in het leven geroepen is. ,,Mensen zijn de koppeling met hun voedsel helemaal kwijt. We willen iedereen weer bewust maken van wat er op hun bord ligt”, stelt René. Hij vertelt dat varkensvlees een van de meest gegeten vleessoorten in Nederland is, maar dat het dier nagenoeg onzichtbaar is in het dagelijks leven. ,,Je ziet ze nergens. Ja, op de kinderboerderij misschien. Maar het zijn onbegrepen dieren en mensen hebben vaak een verkeerd, simplistisch beeld van ze. Dat begint al bij denken dat varkens altijd roze zijn. Deze zijn toch echt oranje en zelfs een tikkeltje goudkleurig.”
Terwijl René in het zand tussen de zonnende Tamworths gaat zitten - hun stugge haren glinsteren inderdaad goud in het warme zonlicht - aait hij ze over hun ruggen en volle buiken. De beesten, beren Peppa en Humprey en zeug Kimbea, knorren tevreden en kruipen af en toe heerlijk lomp over elkaar heen. Het is een idyllisch tafereel, maar wel een met een houdbaarheidsdatum. Want uiteindelijk gaat het knusse drietal naar de slacht en maken ze plaats voor een nieuwe lichting biggen.
We willen iedereen weer bewust maken van wat er op hun bord ligt
VLEES MET EEN NAAM
Het klinkt sommigen misschien ietwat luguber in de oren, maar die confrontatie is essentieel voor het project. De stadsvarkens halen vlees uit de anonimiteit. Elk vleespakket dat uiteindelijk wordt afgenomen, draagt namelijk letterlijk de naam van het betreffende varken.
Die aanpak heeft ook effect gehad op René zelf. ,,Vroeger at ik zomaar elk stukje vlees, ook al wist ik dondersgoed hoe de productieketen in elkaar zat. Maar door dit project ben ik er veel bewuster mee bezig”, legt hij uit. ,,Ik eet nu het liefst vlees dat een naam heeft. Waarmee ik wil zeggen: ik wil graag weten waar mijn stukje vlees vandaan komt.”
De initiator heeft er zelf geen moeite mee om zijn tanden in het vlees te zetten waar hij maanden voor heeft gezorgd. ,,Bij sommige hulpboeren - zo noemen we onze vrijwilligers - hakt het moment van afscheid er wel in en ook niet iedereen wil een vleespakket eten. Maar het hoort erbij; vanaf dag één weten we dat dit het eindstation is.”
Maar heeft het initiatief de gemiddelde Edenaar de afgelopen tien jaar ook bewuster gemaakt? René lacht veelzeggend. ,,De gemiddelde Edenaar is wel een heel fors streven. We zijn maar een klein schakeltje”, geeft hij toe. ,,Maar het heeft absoluut impact. Ik kan me nog een mooi moment herinneren dat mensen mij opbelden nadat ze een vleespakket hadden gekocht. Ze hadden de dieren nog nooit in het echt gezien, maar toch had het ze geraakt. Zo zijn er nog talloze verhalen over het effect dat de stadsvarkens hebben.”
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
René laat zien dat de stadsvarkens wel van een knuffel houden. - Elyse van den Brink
VOOROORDELEN
Toch stond niet iedereen ruim tien jaar geleden te springen om de komst van de stadsvarkens. Er waren hardnekkige vooroordelen, weet René nog. De varkens zouden zorgen voor stankoverlast, alles kapotmaken en om de haverklap uitbreken. Maar er zijn het afgelopen decennium amper akkefietjes geweest, op wat incidenten na waarbij onverlaten achter de beesten aan renden of spullen naar ze gooiden.
,,Geen van die vooroordelen is uitgekomen”, zegt René trots. ,,We hadden er vooraf ook goed over nagedacht. Varkens stinken van nature eigenlijk helemaal niet. Het is de combinatie van poep en plas die voor die beruchte walm zorgt, maar dat gebeurt vooral in een krappe stal. Hier hebben ze alle ruimte.”
Ook uitbreken doen ze niet. Het perceel is afgerasterd met schrikdraad, maar als de elektriciteit even zou wegvallen, zouden de dieren daar geen erg in hebben. ,,Dat gaan ze niet steeds testen. In de herfst moeten we wel goed opletten. Als er dan eikels uit de bomen net buiten het hek vallen, willen ze daar nog weleens onbezonnen op afgaan.”
Varkens stinken van nature eigenlijk helemaal niet
‘AL DOENDE LEREN’
Het valt niet te ontkennen dat het forse dieren zijn. René schat in dat ze nu rond de 70 kilo wegen en het gewicht van de varkens kan oplopen tot 150 kilo. Dat brengt een zekere lompheid met zich mee. Om hun huid te verzorgen, schuren ze met hun volle gewicht tegen alles wat los en vast zit. René wijst naar een dun appelboompje dat deze ‘varkensmassage’ wonderbaarlijk genoeg weet te overleven, al is de stam inmiddels spiegelglad geschuurd. Een druivenstruik had minder geluk en werd onlangs uit de grond gespit.
,,Een nieuw aangeplant boompje dat water nodig heeft, werkt bovendien als een magneet. Althans, de modderpoel die dan ontstaat”, lacht René. ,,Daar stond ik jaren geleden niet bij stil. Zo zie je maar: al doende leren we.”
VAN WOLVARKENS NAAR TAMWORTHS
Dat ‘al doende leren’ slaat niet alleen op de inrichting van het perceel, maar ook op de keuze voor de bewoners. De eerste vijf jaren van het project liepen er Hongaarse wolvarkens - ook wel mangalica’s genoemd - de modder om te ploegen; nu stappen er Tamworth-varkens rond. Dit gemberkleurige ras is socialer. ,,Het is belangrijk dat bezoekers contact kunnen maken met onze varkens, als ze dat willen. Bij de wolvarkens kregen we helaas weleens meldingen over hap- en bijtincidenten”, licht René toe. ,,De Tamworth is heel prettig in de omgang.”
René vindt het idee van een uitdijende stadsvarkenfamilie leuk, maar de stichting kiest er bewust voor om niet te fokken met de dieren. ,,Kleine biggen zorgen wellicht voor té enthousiast, ongewenst gedrag van bezoekers en kunnen door de volwassen beren verstoten worden.”
Om ‘ongelukjes’ te voorkomen, worden de dieren voor hun verhuizing naar het bos gecastreerd. ,,Dat doen ze in de vleesindustrie overigens ook, ook al gaan die varkens al voordat ze geslachtsrijp zijn naar de slacht. De reden hiervoor is dat ze de zeer indringende ‘berengeur’ in het vlees willen voorkomen. Dat komt bij een deel van de ongecastreerde mannetjes voor.”
Een aantal lichtingen geleden kregen de stadsvarkens nog een hormoonbehandeling, een soort chemische castratie. ,,Maar dat moest elke zes weken. Die slimme beesten hadden na één keer al door dat die naald eraan kwam en zetten het dan op een lopen. Dat vonden we niet diervriendelijk”, aldus René. ,,Het liefst zouden we natuurlijk helemaal niet castreren, maar het is helaas niet anders.”
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
De Tamworth staat bekend om zijn sociale karakter. - Elyse van den Brink
ONTMOETINGEN
De stadsvarkens hebben door de jaren heen al veel bijzondere ontmoetingen opgeleverd. Van trouwe bezoekers, zoals buurtbewoners voor wie de dag niet compleet is zonder een bezoek aan de varkens en werknemers van het nabijgelegen bedrijventerrein die een standaard lunchwandeling maken, tot mensen die voor het eerst een kijkje komen nemen en meteen verknocht zijn. ,,Laatst stonden hier wat fatbikes. Dan ga je je toch meteen afvragen wat er gaande is”, erkent René grijnzend. ,,Het bleken meiden te zijn die hier vroeger nooit kwamen, maar sinds ze zo’n fiets hebben veel makkelijker Ede doorcrossen om even bij de varkens te buurten.”
Kinderen reageren vaak prachtig onbevangen op de dieren. René herinnert zich een buitenschoolse opvang die op bezoek kwam. ,,Zodra een varken een stap zette, stoven die kinderen weg. Niet uit angst, maar pure sensatie.” Hij glimlacht bij de herinnering aan een ander mooi moment met zijn nichtje, toen de stichting nog de imposante wolvarkens had. ,,Een van de varkens was een beetje balorig. Mijn nichtje ging pontificaal voor het beest staan, stak haar hand voor de snuit en zei luid ‘stop’. Tot ieders verbazing stopte het dier onmiddellijk.”
DE WOLF
Om een ontmoeting met de wolf maakt René zich niet druk. ,,Het is zeer onwaarschijnlijk dat die hier komt. En dan nog: een wolf is niet zo happig op een groot varken en zou eerder voor een klein biggetje gaan. Maar áls ze hier wel komen, is een wolfwerend raster geen optie. Dat past hier gewoon niet. Dan zouden de varkens een tijd weg moeten.”
Een iets reëler probleem vormen wilde zwijnen, die mogelijk de besmettelijke Afrikaanse varkenspest met zich mee kunnen dragen. ,,Alhoewel het onwaarschijnlijk is dat het hier snel misgaat, zijn het natuurlijk wel dingen waar we over nadenken. Wanneer moeten we wél stappen ondernemen?”
Het is zeer onwaarschijnlijk dat de wolf hier komt
EEN BLIK OP 2036
René en zijn team kijken vol vertrouwen naar de komende tien jaar. De stichting hoeft het komende decennium niet groter te worden, maar hoopt wel op meer financiële stabiliteit. Het project draait nu voornamelijk op donaties, Ede Doet-cheques en subsidies.
De verkoop van het vlees is immers geen vetpot. ,,Vanwege wetgeving kunnen we de vleespakketten niet zomaar verkopen; daar hebben we een constructie voor moeten bedenken. Het heeft allemaal te maken met strenge regels omtrent het voer dat ze wel en niet mogen hebben. Zo mogen ze vanwege het risico op bijvoorbeeld varkenspest geen vlees en keukenafval krijgen. We hopen dat die wetgeving wat versoepeld wordt.”
René hoopt daarnaast dat de stichting in 2036 beschikt over meer gevulde potjes. ,,Dat we niet zo hoeven te leuren als we geld voor iets nodig hebben. Daar zoeken we nog mensen voor: vrijwilligers die kunnen adviseren en uitzoeken waar nog wat geld te halen is.”
Het is een mooi streven en hoewel de stichting altijd bezig blijft met toekomstplannen, is er na een decennium pionieren in de modder wel een zekere rust neergedaald over het project. ,,Als je me tien jaar geleden had gevraagd of we er nu nog zouden zijn, had ik echt geen enkel idee. Nu kan ik veel makkelijker zeggen: in 2036 bestaan we nog. De gemeente, van wie de grond is, deelt dat standpunt gelukkig.”
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
De stadsvarkens hebben veel ruimte tot hun beschikking. En, uiteraard, een modderpoel. - Elyse van den Brink
GROOT JUBILEUMFEEST
Maar voordat het vizier volledig op de volgende tien jaar gaat, is het op zondag 17 mei eerst tijd voor een groot feest ter ere van het jubileum. Dat vindt deels op het perceel en deels daarvoor plaats. ,,We kunnen niet alles bij de varkens doen, want die slopen de boel. Dan kan ik straks al die kramen gaan vergoeden”, zegt de initiator met een grijns.
Het programma staat nog niet helemaal vast, maar er komt sowieso een infomarkt, waar naast een eigen kraam, ook ruimte is voor bekenden van de stichting, zoals voerleveranciers en het naburige Tuinderij Pracht. Ook Survivalteam Ede is aanwezig, er kan geknutseld worden en er zijn verschillende spelletjes. Uiteraard kan een proeverij ook niet ontbreken. ,,Misschien staat er zelfs iets op het menu dat de varkens zelf ook eten”, zegt René mysterieus.
Ook is er in aanloop naar het feest een fotowedstrijd opgezet met het thema ‘spontane ontmoetingen met de stadsvarkens’. Meedoen kan nog tot 3 mei. De prijsuitreiking vindt op 17 mei plaats.
VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN
Wie de wedstrijd ook wint, de fotomodellen zelf maken zich er niet druk om. Na een kort wroetrondje en een lunch met een lading aardbeien, ploft het olijke drietal weer tevreden neer in het zonnetje naast de modderpoel. René kijkt glimlachend naar de duttende beesten. ,,We zijn misschien maar een kleine schakel in het geheel, maar ik vind dat we allemaal onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat doen we hier in ieder geval wel”, zegt hij resoluut. ,,En met ontzettend veel plezier.”
Meer informatie is te vinden op www.stadsvarkens.nl.
![]()
Foto: Elyse van den Brink