[-24-
28 april 2026 om 07:40Na haar dienst fietste ze naar huis. Ze zag er tegenop om Evert onder ogen te komen. Hoe zou hij reageren? En moest ze er iets van zeggen dat hij in een hotel had verbleven en elke avond uit eten was geweest?
Hij was thuis, zag ze bij aankomst in de straat. Zijn auto stond voor het huis, en het licht brandde in de kamer. In de keuken stonden resten van een opgewarmde maaltijd.
Evert zat achter de computer. Hij keek niet op of om toen Francien de kamer binnenkwam. Toen ze hem groette: ‘Hoi Evert,’ bromde hij iets terug dat voor een groet moest doorgaan.
Francien zag dat er een koffiekopje naast de computer stond, dus hij had zelf voor koffie gezorgd.
‘Waar ben je geweest?’ vroeg ze, terwijl ze het antwoord al min of meer wist.
‘Ik had een klus in de buurt van Tiel,’ zei hij kortaf.
‘Vanaf zaterdag al?’ vroeg ze ongelovig.
Hij draaide zich zowaar om. ‘Hoe weet jij dat?’ vroeg hij met een boze blik in zijn ogen.
‘Koos zei dat je vanaf zaterdag weg was. En met internetbankieren zag ik dat je vanaf zaterdag elke avond uit eten bent geweest, blijkbaar met iemand anders, want die bedragen waren te hoog voor één persoon. Was Gerda bij je?’
‘Ja, Gerda was bij me. Die heeft me geholpen met die klus.’
Francien zette grote ogen op. ‘Die heeft jou gehólpen? Heeft ze dan verstand van computers en servers en zo?’
‘Gerda kan meer dan jij denkt.’ Evert draaide zich weer naar de computer.
‘En jullie zijn dus samen in dat hotel geweest?’ constateerde Francien. ‘En hoe vond Gerda’s man dat?’
Evert reageerde niet.
‘En jij denkt dat ik geloof dat jullie zaterdag en zondag al aan die klus gewerkt hebben?’
‘Jij was zelf toch ook weg?’ vroeg Evert met zijn rug naar haar toe. ‘Dan mocht ik er toch ook wel even tussenuit?’
‘Ja, ik was ook weg. Maar ik gaf geen bijna zevenhonderdvijftig euro uit aan een hotel en etentjes buiten de deur. Dat bedrag staan we nu in de min. En wie moet daarvoor opdraaien? Of betaalt Gerda daar de helft van?’
Evert haalde zijn schouders op. ‘Dat geld komt wel, ik heb vrijdagavond weer wat facturen de deur uit gedaan.’
Francien stond bijna op ontploffen. Evert gaf niet alleen volmondig toe dat hij de afgelopen dagen – en dus ook nachten – met Gerda had doorgebracht, hij deed ook nog eens alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, en dat hij daar zelfs recht op had omdat zij er ook een paar dagen tussenuit was. En waar zij zich zorgen maakte over dat in de min staan, deed hij dat laconiek af met ‘dat geld komt wel’.
‘Ik begrijp jou niet,’ brieste ze.
‘Dat is dan wederzijds,’ hoorde ze Evert zeggen, nog steeds met zijn rug naar haar toe maar met zijn hoofd wat opzij. ‘Maar als jij ervoor kiest om bij mij weg te gaan en je eigen leven te leiden, mag ik dat dus ook.’
‘O, dus nu heb ík het gedaan? Het is míjn schuld dat dit allemaal gebeurt?’
Hij zei niets anders dan: ‘Welterusten, Francien,’ en keek weer naar het computerscherm.
Francien wist niet anders te doen dan naar boven te vluchten, zacht huilend zodat Evert het niet zou horen…
[HOOFDSTUK 7
De donderdag en de vrijdag daarna verliepen in een koude sfeer. Francien stond vroeg op en maakte Everts ontbijt klaar, dat ze voor de logeerkamerdeur zette waarbij ze hem voor de eerste keer riep. Daarna riep ze hem indien nodig nog een of twee keer. Evert vertrok later zonder te groeten naar zijn werk. Francien werkte donderdag een middag-avonddienst en vrijdag een dagdienst. Die vrijdag aten ze samen ’s avonds warm, en daarbij verliep de maaltijd in stilte. Vrijdagavond zat Evert achter de computer en Francien in haar naaikamertje. En daarna gingen ze zoals altijd de laatste jaren op verschillende tijden naar bed.
Het jurkje voor Marlies was nu ook klaar. Francien had vrijdagavond naar Vera geappt of ze de beide jurkjes zaterdag kon komen brengen. Dat kon, graag ’s middags, vroeg Vera, want ’s morgens was ze met de kinderen naar het zwembad voor de zwemles van Remco.
Evert was die zaterdagochtend rond elf uur uit zijn bed gekomen. Hij had een cracker met kaas voor zichzelf klaargemaakt en een kop koffie gedronken. Toen Francien vertelde dat ze die middag naar Remco en Vera zou gaan, zei hij alleen maar: ‘O.’ Daarna was hij opgestaan, hij had zijn schoenen aangetrokken, zijn jas van de kapstok gepakt en was de deur uit gegaan, in zijn auto gestapt en weggereden. Waarnaartoe en voor hoelang? Francien had geen idee.
Na haar eenzame lunch fietste ze naar Goes. Het was prachtig weer. De dag daarvoor had het flink geregend, waardoor alles er nu fris groen bij lag. Ze had de beide jurkjes ingepakt in feestelijk papier, en ze wist nu al dat de meisjes ze prachtig zouden vinden. Ook had ze bij Kristel een magazine zien liggen met daarin zulke leuke patronen dat ze gevraagd had of ze het mee mocht nemen. Ze had het magazine bij de jurkjes in haar fietstas gedaan om met Vera te overleggen wat ze hierna zou gaan maken.
De tweeling zat al voor het raam op de uitkijk toen Francien aan kwam rijden. Francien zette haar fiets tegen de muur in de poort. Terwijl ze haar fiets op slot zette, hoorde ze de voordeur al opengaan.
[wordt vervolgd