[-20-
20 april 2026 om 10:26Daarna stond ze een poosje te genieten van het uitzicht in de slaapkamer. Het park had diverse wandelpaden, er stonden hoge, zo te zien eeuwenoude bomen, en sommige struiken hadden witte bloesem.
Ze zuchtte. Wat een heerlijke rust, en wat een tegenstelling met de laatste dagen thuis!
Ze had vanmorgen vroeg Evert voor het laatst geroepen en hem zijn ontbijt gebracht voor de deur van de logeerkamer. Daarna had ze het tweepersoonsbed verschoond, ze vermoedde dat Evert in de dagen dat zij weg was wel weer in hun eigen bed wilde slapen. Het beddengoed deed ze in de wasmand, dat kwam wel als ze weer terug was. Ze had gezorgd dat er voor Evert diverse diepvriesmaaltijden voor de komende dagen in de vriezer lagen, en dat er voldoende boodschappen in huis waren.
Tegen zeven uur had ze voor het laatst bij Evert op de deur geklopt en daar meteen bij gezegd dat ze wegging. ‘Tot volgende week dinsdagavond, dat weet je, hè?’ had ze er nog voor de zekerheid bij gezegd. Evert had alleen wat gemompeld, waaruit ze opgemaakt had dat hij haar gehoord had.
Daarna had ze haar jas gepakt, haar weekendtas achter op de fiets gebonden en was ze vertrokken naar de Veerhaven in Vlissingen. Ze had een dubbel gevoel over de komende dagen: enerzijds verheugde ze zich enorm op het weerzien met Kristel en de logeerdagen daar, anderzijds vroeg ze zich af wat Evert dit weekend ging doen. Zou Gerda komen als die hoorde dat zij weg was? Was dat niet de kat op het spek binden? En stel dat ze kwam, wat zouden de buren daarvan zeggen? Francien had gisteren tegen buurman Koos en zijn vrouw Saar gezegd dat ze een lang weekend weg zou zijn, en had aan Koos gevraagd of hij dinsdagochtend de grijze vuilnisbak aan de straat wilde zetten, ze verwachtte niet dat Evert daaraan zou denken, en de bak zat al flink vol. Koos had dat direct toegezegd. Hij had haar met een bezorgde blik aangekeken. ‘Gaat het wel?’ Francien vermoedde dat de tamtam van de gemeente inmiddels al rondzong. Ze had alleen gezegd: ‘Ja hoor, dank je wel.’
Ze werd opgeschrikt door de stem van Kristel onder aan de trap. ‘Kom je zo lunchen, Francien?’
‘Ja, ik kom,’ riep ze. Ze wierp nog een blik over het park. Daar wilde ze vanmiddag wel een wandeling gaan maken. En misschien kon ze Kristel nog wel ergens bij helpen.
Ze roffelde de trap af. Geen gedachten meer aan Evert, nam ze zich voor. Ze wilde afstand nemen, letterlijk en figuurlijk, en dat ging niet als ze bleef tobben over wat Evert dit weekend ging doen, en of hij ’s morgens wel bijtijds uit bed kwam. Kristel en Stef hadden haar beloofd er een fijne week van te maken, en daar wilde ze nu volop van gaan genieten!
Hoofdstuk 6
Francien had een heerlijke tijd bij Kristel en Stef. Ze voelde zich enorm verwend, Kristel was een geweldige gastvrouw. Francien hielp haar vriendin ’s morgens bij het klaarmaken van het ontbijtbuffet voor de gasten, en bij het opruimen en schoonmaken van de kamers.
’s Middags ging ze of wandelen in het park, of een eind fietsen. Ze was blij dat ze haar eigen fiets mee had kunnen nemen.
Tot haar eigen verbazing dacht ze weinig aan Evert en hoe het thuis ging. Ze appte af en toe met de kinderen, ze had hun verteld dat ze bij Kristel was deze dagen. En haar moeder belde een keer om te vragen hoe het ging. Zij vroeg of ze nog iets van Evert gehoord had.
‘Nee mam, maar dat had ik ook niet verwacht.’
‘Zit hij nu al die tijd alleen thuis?’ vroeg haar moeder.
‘Geen idee, mam, en eerlijk gezegd: als hij niet alleen is, kan ik daar hier toch niks aan veranderen.’
‘Nee, dat is zo. Heb je het wel naar je zin daar?’
‘Het is hier heerlijk, mam. Ik word lekker verwend, en kom hier helemaal tot rust.’
‘Fijn! Dat heb je ook wel verdiend.’
‘Kristel is een prima gastvrouw. Jammer dat pap niet meer in het buitenland durft te rijden, anders zou dit ook wel iets voor jullie zijn om eens een weekendje weg te gaan. Brugge is een mooie stad, en Kristels huis staat naast een park, het is hier prachtig.’
‘Nou, kind, geniet ervan. Ik ben blij voor je.’
Maandagavond, de avond voor haar vertrek, ging Stef naar een vriend en hadden Francien en Kristel een avond met z’n tweetjes. Kristel had het aan Francien overgelaten wanneer zij uit zichzelf iets wilde vertellen over de reden van de scheiding, en deze avond begon Francien er zelf over. Ze vertelde over de afgelopen maanden, over de toenemende verwijdering tussen Evert en haar, over Everts aandacht voor Gerda en dat ze daar jaloers op was, en dat ze Evert voor een keuze had gesteld: óf voor haar, zijn vrouw, óf voor Gerda.
´Toen zei hij: “Ik kan niet kiezen.” En toen zei ik dat ik de keuze dan wel zou maken en dat ik bij hem wegging.’
‘En hoe reageerde hij toen?’ vroeg Kristel.
‘Niet. Hij zat daar maar voor zich uit te staren. En toen ik hem vroeg of het nu zo moest, zei hij: “Jij vraagt me te kiezen, maar dat kan ik niet.” Daarna ben ik naar boven gegaan.’
‘Eigenlijk wel logisch dat hij niet kon kiezen,’ was Kristels reactie.
Francien keek verbaasd. ‘Hoezo?’
‘Nou, van wat jij vertelde, begreep ik dat het doel van Evert was dat Gerda meer zelfvertrouwen kreeg. Maar ik denk dat Gerda hém daarmee ook wat gaf. Hij werd voor haar een soort “prins op het witte paard”, en Evert een beetje kennende zal dat zijn ijdelheid gestreeld hebben.'
[wordt vervolgd