[-18-
14 april 2026 om 11:40‘Nee!’ snauwde Evert. ‘Daar heb je geen enkele reden toe. Dat heb ik al gezegd. Gerda is een goede vriendin die mijn steun nodig heeft. Ik ben niet verliefd op haar.’
‘En wat Wiebe vertelde, dat jullie elkaar zaten te voeren in dat restaurant?’
Evert haalde zijn schouders op. ‘Dat was een geintje.’
‘En mijn moeder had gehoord dat je met Gerda hand in hand liep over het strand.’
‘Ze had het moeilijk, dus hield ik haar hand vast. Niks om je druk over te maken.’
Francien schudde haar hoofd. ‘Zoals ik het zie, laat jij je helemaal inpalmen door Gerda en heb je niet door hoe ze zichzelf tussen ons in heeft gewrongen. Ik denk dat Gerda een heel ander idee heeft over dat hand in hand lopen en elkaar hapjes voeren.’
Evert stond op. ‘Ik heb hier geen zin in. De groeten!’ Hij wilde de kamer uit lopen.
‘Wacht even!’ zei Francien. ‘Ik heb nog één vraag.’
Het verbaasde haar dat hij inderdaad even wachtte. Hij keek haar boos aan en vroeg: ‘Wat dan?’
‘De advocaat wilde weten of wij schulden hadden. Is er een schuld of een lening waar ik niet van weet?’
Ze zag hem aarzelen, daarna schudde hij zijn hoofd. ‘Nee, alleen de VISA-card.’
‘Zeker weten?’
‘Dat zeg ik toch!’ Hij liep de kamer uit. Even later viel de voordeur met een klap dicht en hoorde Francien de auto wegrijden.
Dinsdagavond ging de telefoon. Francien nam op, het was de dominee.
‘Zou ik uw man even kunnen spreken?’ vroeg hij.
Francien gaf de telefoon aan Evert. ‘De dominee wil je spreken.’
Evert schudde zijn hoofd, maar Francien legde de telefoon op zijn bureau en liep de kamer uit. Dit moest hij zelf maar oplossen.
Terwijl ze naar boven naar haar naaikamertje liep, hoorde ze Evert mopperen, maar ze kon niet verstaan wat hij zei. Ze zou te zijner tijd wel horen wat er besproken was, dacht ze.
Daar kwam ze al snel achter. Toen ze Evert een kop koffie bracht, zei hij: ‘Als er nog eens iemand belt van de kerk, hoef je mij er niet bij te halen. Ik heb tegen de dominee gezegd dat ik me uit laat schrijven.’
Francien schrok. ‘Dat is wel heel drastisch. Waarom? Wil je niks meer met God te maken hebben?’
‘Ik heb al gezegd dat ik geen zin heb in preken van wie dan ook. Wat ik met God heb, gaat geen mens iets aan.’
‘Ook Gerda niet?’ waagde Francien het te zeggen.
Hij keek haar dreigend aan. ‘Ach mens!’ was het enige wat hij zei.
Francien liep weer naar boven. Nog één dagje, zei ze tegen zichzelf. Donderdag mag je naar Kristel.
Haar telefoon piepte. Ze keek op de display. Gert-Jan. Hij had een bericht gezet in de appgroep ‘Verdrietige boodschap’: We zijn vandaag voor de twintigwekenecho geweest, en alles is goed. Het wordt (o nee, Lotte, het is) een meisje. Dus geen ‘verdrietig bericht’ deze keer, maar een blij bericht!
Het viel Francien op dat hij het bericht niet in de algemene gezinsgroep gezet had. Had hij dat met opzet gedaan omdat hij niet verwachtte dat Evert benieuwd was naar de uitslag van de echo? Of had hij bewust een blij bericht willen zetten in de app ‘Verdrietige boodschap?’
Ze appte terug: Blij voor en dankbaar met jullie!
Ze ging maar niet naar beneden om het bericht aan Evert te vertellen. Die had de laatste jaren toch nauwelijks belangstelling getoond voor het wel en wee van zijn kinderen en kleinkinderen. Behalve dan als hij er mooie sier mee kon maken op Facebook…
Stef stond zoals beloofd te wachten op de parkeerplaats bij de veerhaven in Breskens. Hij stapte uit zodra hij haar aan zag komen en hielp haar om haar fiets op de fietsendrager te zetten. Daarna reden ze naar het gezellige huis van Kristel en Stef. Het stond aan de rand van Brugge en keek aan de voorkant en de zijkant uit over het Minnewaterpark. Achter het huis lag een prachtig aangelegde tuin, een oase van rust. Francien was er nog maar twee keer op bezoek geweest. Ze had vijf jaar geleden een keer met Wiebe mee kunnen rijden toen hij voor de garage een onderdeel op moest halen in Brugge, en de tweede keer, drie jaar geleden, had Kristel geregeld dat Francien met Stefs ouders mee kon rijden toen die een dagje kwamen.
Kristel en Stef waren wel regelmatig in Nederland om hun wederzijdse ouders te bezoeken, en meestal spraken Francien en Kristel dan ergens af en gingen ze samen lunchen. Het had nooit zo geklikt tussen Evert en Kristel, en later tussen Evert en Stef al helemaal niet, dus spraken de vriendinnen meestal samen af op een neutrale locatie. Evert had diverse malen geprobeerd Francien af te houden van haar vriendschap met Kristel, maar dat hadden de beide vriendinnen niet laten gebeuren.
Kristel stond al op de uitkijk, en Francien en zij vlogen elkaar in de armen zodra Francien uitgestapt was.
‘Ik ben zó blij dat ik er ben,’ zei Francien met tranen in haar ogen.
‘Ik ook,’ zei Kristel. ‘We gaan er samen een fijne week van maken. Ik heb de koffie al klaarstaan in de tuin.’
Terwijl Stef Franciens weekendtas uit de auto haalde en haar fiets in de schuur zette, nam Kristel Francien mee naar de achtertuin. Ze namen plaats in het gezellige zitje.
[wordt vervolgd