
Eiermarkt [uren later] open door bezoek minister Kan
17 april 2026 om 11:20Johannes Benedictus (Jan) Kan werd op 18 mei 1873 in Nijmegen geboren en zou op 8 mei 1947 in Den Haag overlijden. Hij was een ‘links-liberaal’ en groeide uit tot een topambtenaar die vanaf 1908 tot aan zijn overlijden nogal wat hoge posities bekleedde, zowel binnen regeringskringen als in het bedrijfsleven.
Je komt hem in die periode tegen als minister lid van de Raad van State en secretaris-generaal van vele minister-presidenten. Zo onderhandelde hij in november 1918 met de Duitse keizer over diens ballingschap en werd hij in 1926 aangezocht als formateur van een ambtenarenkabinet, wat hij overigens weigerde. Hij werd wel minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw in het eerste kabinet De Geer, een functie die hij combineerde met die van secretaris-generaal. Bracht onder meer een wijziging van de Kieswet tot stand die stemmen bij volmacht mogelijk maakte. Viel op door zijn sportiviteit (hij was oud-voetballer en voetballiefhebber) en kleding (droeg als enige vrij zelden een hoed). Populairste minister van zijn tijd. Later staatsraad. Zijn vader was rector en kwam uit een oorspronkelijk Joodse familie.
SPORTIEF Jan Kan was een zeer sportieve man: in zijn jeugd maakte hij deel uit van het eerste officieuze Nederlands voetbalelftal. Als clubspeler ging hij in 1892 de geschiedenis in als de eerste Nederlandse speler die een strafschop benutte. Hij speelde ook linksback bij de hockeyclub TOGO. Later in zijn carrière ging hij 's winters vaak schaatsen met prinses Juliana. Hij had in elk geval twee zonen waarvan er één eveneens lid van de Raad van State zou worden en de andere bekend zou worden als cabaretier: de bij vele ouderen nog wel bekende Wim Kan.
VROEG UIT BED Honderd jaar geleden bezocht minister Kan onze gemeente tweemaal. De eerste keer op 12 april 1926. Hij bracht toen een bezoek aan de bebossingen bij de houtvesterij Kootwijk waarmee vanaf 1899 was begonnen en hoofdzakelijk ten doel had het oprukkende stuifzand te beteugelen. Het initiatief en de directie werden gevoerd door Staatsbosbeheer. Machines waren er in die tijd nog niet en de bosarbeiders moesten alle werkzaamheden met hun schoppen uitvoeren. Zodoende werden alleen de scherpe kanten van de stuifheuvels wat afgerond, het zand afgedekt met gemaaide heide en beplant met driejarige dennetjes. Die werkzaamheden zouden decennia in beslag gaan nemen.
Die 12de april was minister Kan al vroeg vanuit Den Haag naar het bosgebied bij Kootwijk vertrokken. Inwoners van Harskamp zagen de auto van de minister al om negen uur passeren. De Nieuwe Rotterdamsche Courant wist te melden dat de minister bij Staatsbosbeheer uitstapte ‘om vervolgens geduurende eenige uren onder leiding van den directeur van het Staatsboschbeheer, den heer Van Dissel, en den houtvester Van ‘t hoff met het belangrijke werk van den staat nabij Kootwijk en Harskamp kennis te maken. De minister betoonde groote belangstelling en liet zich uitvoerig over alles inlichten.’
ZAADEEST Daarna reed het gezelschap per auto naar Stroe om vervolgens de Rijks Zaadeest aan de Wolweg te bezoeken. Tegenwoordig wordt dit monument als industrieel erfgoed beschouwd en gelukkig beschermd. Dat was decennia geleden niet zo en ik kan me nog goed herinneren dat ik toen pogingen heb ondernomen dat, mocht het gebouwtje worden afgebroken, dit op het terrein van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem weer op te bouwen. Gelukkig bleek die wanhoopsactie later overbodig. Opnieuw verplaatste het gezelschap zich weer per auto naar Speuld, ‘waarna opnieuw een tocht te voet door de mooie, reeds licht groenende staatsbosschen werd gemaakt. De houtvester Gerbranda had zich inmiddels bij het gezelschap gevoerd. Zijne excellentie toonde ook daat groote belangstelling en deed zich kennen als een onvermoeid wandelaar.’
PLUIMVEEMUSEUM Later dat jaar mocht de gemeente Barneveld zich opnieuw in een bezoek van minister Kan verheugen. Op 30 september 1926 bezocht hij de pluimvee- en eiermarkt in het hoofddorp, alsmede nog enkele particuliere bedrijven in Barneveld en Voorthuizen. Speciaal werd voor zijne excellentie de eiermarkt niet om 03.00 uur maar om half negen ’s morgens geopend. Kan werd ontvangen in de Eierhal aan de Langstraat die in 1913 gereed was gekomen. Nu ligt daar het Torenplein. Burgemeester Joachim Westrik heette de minister welkom waar hij werd toegesproken door W.J.Krudde, de in Deventer woonachtige voorzitter van de Vereniging voor Eierhandelaren Barneveld en Omstreken. Deze wees Kan ‘op de groote beteekenis van Barnevelds marktwezen. De Barneveldsche eiermarkt is volgens spreker de grootste van Europa en het Barneveldsche ei heeft een wereldnaam verkregen.’ De op 23 september 1880 in Deventer geboren Wilhelmus Johannes Krudde was officieel eierenhandelaar van beroep. Hij zou, 60 jaar oud, op 26 augustus 1941 in zijn geboortestad overlijden.
'THE HAP' Na de ontvangst in de op dat moment modernste Eierhal van Barneveld bezichtigde minister Kan ook de daarachter gebouwde pakloodsen en de schouwafdeling waar de eieren werden gecontroleerd. Daarbij bleef het niet want vervolgens wandelde het gezelschap door naar Schimmel’s Broederij aan de Bouwheerstraat waar de minister zich uitvoerig liet voorlichten over het broedproces, waarna hij het legbedrijf ‘De Hokken’ van H.A. Bremer bezichtigde en het (op)fokstation van Willem Middelman (1888-1980) die later wethouder van de gemeente Barneveld zou worden.
Opvallend, althans voor mij, was het laatste bezoek op 30 september. Dat leidde namelijk naar Voorthuizen waar minister Kan ‘The Hap’ bezocht, het bedrijf van de in Amsterdam geboren Carel Gustaaf Olie (1876-1928). Hij was tot 1924 directeur van een handelsvereniging die zich met im- en export bezighield, vestigde zich op 14 november 1924 vanuit Bloemendaal in Voorthuizen waar hij het huis ‘The Hap’ bewoonde en waar hij Angorakonijnen fokte. De wol ging naar Engeland om te worden gesponnen. Die huisnaam betekende ‘Holland Angora Park’ en vanwege de contacten werd er het Engelse woord ‘The’ aan toegevoegd inplaats van ‘de’. Je moet er maar op komen. In het bevolkingsregister kwam Olie overigens als pluimveefokker voor. In een kort na zijn dood uitgegeven boekje over ‘The Hap’ is op een plattegrond een gebied aangegeven, waar konijnen en pluimvee werden gefokt.
REPUTATIE Ook in latere jaren zou ‘Neer’lands pluimveecentrum leiden tot een bezoek van ministers, Tweede Kamerleden, en zelfs koninklijk bezoek zoals dat van ZKH Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. De reputatie van Barneveld als pluimveecentrum zal door het opleidingsinstituut Aeres aan de Wesselseweg en het Nederlands Pluimveemuseum aan de Hessenweg nog wel decennia blijven bestaan. De grootschalige handel in kippen en eieren is tegenwoordig vrijwel niet meer zichtbaar ofschoon wel enkele grote handelaren hun bedrijf in Barneveld hebben gevestigd en bovendien tal van toeleveringsbedrijven zich in de loop der jaren in de gemeente hebben gevestigd. De pluimveehouderij heeft Barneveld dan ook geen windeieren gelegd!





