[-17-
14 april 2026 om 11:29De predikant schrok zichtbaar toen Francien hem vertelde dat zij en Evert gingen scheiden. Francien had alleen verteld dat er ‘voldoende redenen voor mij zijn om weg te gaan bij Evert’, maar dat ze niet wilde uitleggen wat die redenen waren, ‘die zijn persoonlijk’. De dominee wierp allerlei argumenten op om dat niet te doen, zoals hun trouwbelofte destijds, en dat het zesde gebod toch duidelijk was: ‘U zult niet echtbreken.’ Maar Francien bleef bij haar standpunt: ‘Ik ga bij Evert weg, dominee. Al uw argumenten zijn ook door mijn hoofd gegaan, maar ik kan niet anders. Ik wíl niet anders. Het leek me alleen wel zo netjes om u daar persoonlijk over te informeren.’
‘Ik zou in dat geval graag met jullie allebei een gesprek willen voeren,’ zei de dominee.
Francien schudde haar hoofd. ‘Misschien dat Evert met u wil praten, dat zult u bij hem na moeten vragen.’
‘Scheiden is altijd een verdrietige zaak,’ zei de dominee, ‘niet alleen voor de echtelieden, maar ook voor de eventuele kinderen en de ouders. Heeft u daarover nagedacht?’
Francien werd wat kregel van die vraag. Alsof ze daar zélf niet over nagedacht had!
‘Ja dominee,’ zei ze wat kortaf. ‘Daar heb ik ook over nagedacht. Afgelopen zaterdagmiddag zijn de kinderen alle drie geweest, zij wilden met ons praten, maar Evert had daar geen zin in. Everts ouders leven niet meer, en mijn ouders weten het ook, en hebben er begrip voor. Meer kan ik niet zeggen.’
Ze stond op. ‘Ik neem aan dat u de kerkenraad op de hoogte brengt? Het nieuws zal al snel rondzingen in de gemeente, vermoed ik, dan kunnen ze het beter van u horen.’
Ze stak de dominee een hand toe. ‘Dank u wel voor uw luisterend oor. Ik zal u op de hoogte houden van de ontwikkelingen.’
De dominee drukte haar hand. ‘Veel sterkte en wijsheid toegewenst, en veel gebed. Ook ik zal u beiden in mijn gebed opdragen.’
‘Dank u wel.’
Toen Francien op haar fiets wilde stappen, ging haar mobieltje over. Het was Josien.
‘Ik heb kunnen regelen dat je vanaf aanstaande donderdag tot en met de dinsdag daarna vrij bent, is dat lang genoeg?’
Francien slaakte een zucht van verlichting. ‘Wat geweldig! Dank je wel!’
‘Ik heb je de woensdag daarna ingeroosterd voor een late dienst, dan kun je op je gemakje opstarten.’
‘Je weet niet half hoe blij je me daarmee maakt,’ zei Francien dankbaar.
‘Graag gedaan,’ zei Josien. ‘Ik heb bij mijn zus gezien hoe zo’n scheiding erin hakt, en snap helemaal dat je wat tijd nodig hebt om afstand te nemen. Sterkte, en ik zie je morgen.’
‘Ja, tot morgen.’ Francien stapte op haar fiets en reed naar huis, blij dat ze na het zware gesprek met de dominee zo’n positief bericht gekregen had. Ze ging zodra ze thuis was meteen Kristel bellen!
Kristel was blij voor haar. ‘Wat geweldig van je leidinggevende! Dus je komt donderdagochtend al, en je kunt blijven tot dinsdagavond?’
‘Ja,’ zei Francien. ‘Ik moet nog wel even uitzoeken hoe ik bij jou kan komen met het openbaar vervoer, dat zal wel een hele onderneming worden, vrees ik.’ ‘Zal ik aan Stef vragen of hij je wil komen halen?’
‘Nee joh, dat is niet nodig. Of misschien…’
‘Wat misschien?’ vroeg Kristel.
‘Misschien kan hij me komen halen in Breskens. Dan ga ik in Vlissingen met de veerpont over, dat is hiervandaan maar een uurtje rijden met de fiets.’
‘Goed plan!’ zei Kristel. ‘App me maar hoe laat je aankomt in Breskens donderdag, dan staat Stef je daar op te wachten. Zal ik vragen of hij de fietsendrager meeneemt? Dan kun je de fiets meenemen aan boord, en heb je hier je eigen vervoermiddel.’
‘Dat zou fijn zijn. Ik verheug me erop om je weer te zien!’
Evert kwam pas om half zeven thuis die avond. Zodra ze zaten te eten, zei Francien: ‘Ik ga donderdag naar Kristel, tot volgende week dinsdag.’
‘Je moet maar doen wat je niet laten kunt,’ bromde Evert.
‘Dan kan ik je die dagen dus niet wekken en je ontbijt brengen.’
‘Dat kan ik zelf wel, ik ben geen klein kind.’
Waarom doe je dat dan niet altijd zelf en laat je mij dat doen, ging het door Francien heen. Maar ze zei niets.
Het was een tijdje stil. Het enige geluid kwam van het bestek dat over het bord schraapte.
Daarna zei Francien: ‘Ik ben vanmorgen bij de advocaat geweest.’
‘Moet jij weten.’ Everts gezicht vertoonde geen enkele emotie.
‘En vanmiddag heb ik tegen de dominee verteld dat ik bij je wegga.’
Nu had ze zijn aandacht. ‘Zo zo, de dominee nog maar liefst. Had je het niet beter gelijk van de daken kunnen schreeuwen?’
Francien reageerde niet op zijn schampere opmerking. ‘Ik heb niet gezegd waarom, alleen dat het om persoonlijke redenen was. Hij zei dat hij ook met jou wilde praten.’
Evert stopte met eten en schoof zijn stoel achteruit. ‘Nou, ik niet met hem. Ik heb helemaal geen zin in allerlei preken, niet van hem, niet van de kerkenraad, en trouwens ook niet van de kinderen. Laten ze maar tegen jou preken, jíj bent degene die weg wilt gaan.’
‘Evert,’ smeekte Francien, ‘daar heb ik toch ook alle reden toe?’
[wordt vervolgd