[-16-
14 april 2026 om 11:22Wiebe en pap hadden elkaar nooit gelegen, en dat was alleen maar erger geworden nadat pap overspannen was geworden. Misschien leken ze wel te veel op elkaar. Wiebe kon soms ook bokken als hij boos was, en hij was soms ook erg overtuigd van zijn eigen gelijk. Maar Vera was een heel ander soort vrouw dan mam was. Waar mam al paps nukken bedekte met de mantel der liefde, was Vera duidelijk dat ze dat soort gedrag van Wiebe niet pikte. Zij en Wiebe hadden in Lottes ogen een veel evenwichtiger relatie dan pap en mam, waar pap overheersend was en mam onderdanig. Was mam maar wat vaker tegen pap in gegaan…
‘Willen jullie nog wat drinken?’ vroeg Francien. ‘Er is nog koffie en heet water. Of iets fris?’
‘Ik lust wel graag iets fris,’ zei Gert-Jan. Hij keek naar Lotte. ‘En dan wil ik daarna weer naar huis. Ik heb Merel beloofd dat ik voor het eten weer thuis zou zijn. Ze was niet zo lekker vandaag, en zou toen ik wegreed een poosje naar bed gaan.’
Francien schrok. ‘Is verder toch alles goed? Hoe is het met Merel?’
Gert-Jan glimlachte. ‘Met Merel is alles goed. We hebben dinsdag de twintigwekenecho. Dan horen we of het een jongetje of een meisje is.’
‘Willen jullie dat al weten?’ vroeg Lotte.
Gert-Jan knikte. ‘Dat leek ons wel handig. We willen de babykamer in neutrale kleuren houden, want we hopen dat er na dit kindje nog wel meer komen, maar Merel vindt het heerlijk om in babywinkels rond te kijken en alvast wat kleertjes uit te zoeken, en dan is het fijn te weten wat het wordt.’
‘Wat het ís,’ verbeterde Lotte hem. ‘Het is nú al een jongetje of een meisje.’
Gert-Jan lachte. ‘Je hebt gelijk.’ Francien stond op. ‘Ik heb met prik en zonder prik, wat willen jullie?’
‘Doe mij maar zonder,’ zei Gert-Jan.
‘Ik wil wel graag een glas water,’ zei Lotte.
Francien keek naar Wiebe, die nog steeds met gefronste wenkbrauwen naar de vloer zat te staren, zijn schouders gebogen. ‘Wiebe, wat wil jij?’
Hij keek haar aan met zoveel verdriet in zijn ogen dat Francien ervan schrok. Ze liep naar hem toe en hurkte naast hem neer.
Hij legde zijn hoofd op haar schouder en begon te snikken.
Gert-Jan en Lotte keken met grote ogen naar hun oudste broer. Wiebe en huilen, dat maakten ze zelden mee!
Francien sloeg haar armen om hem heen. Ook bij haar liepen de tranen over haar wangen.
Lotte stond op en haalde in de keuken een kan water en vier glazen. In de woonkamer schonk ze een van de glazen vol en gaf dat aan Wiebe. Die pakte het aan en dronk het in één teug leeg. Daarna keek hij Francien aan.
‘Ik heb het gevoel dat ik zojuist definitief afscheid genomen heb van mijn vader,’ zei hij bedroefd.
[HOOFDSTUK 5
Het gesprek met de advocaat op maandagochtend verliep snel en zakelijk. Francien had duidelijk gemaakt dat het wat haar betrof snel geregeld kon worden. Ze hadden geen koophuis, en er waren voor zover haar bekend was geen schulden van leningen. Evert was in 2004 als startkapitaal voor zijn bedrijfje een lening aangegaan, maar Francien had ervoor gezorgd dat die na vijftien jaar afbetaald was. Ze zouden nu nog maar twee termijnen moeten betalen en dat zou geen probleem zijn, desnoods betaalde ze die zelf, ze kreeg eind deze maand haar vakantiegeld. En ze maakte duidelijk dat ze géén alimentatie wilde: ‘Ik heb mijn eigen inkomen.’
De advocaat vertelde haar dat Evert en zij het pensioen dat ze allebei opgebouwd hadden in de afgelopen drieëndertig jaar, moesten verdelen. ‘U kunt daar ook van afzien als dat pensioen per persoon ongeveer evenveel bedraagt.’
‘Dan zie ik daarvan af,’ zei Francien. ‘Ik ben pas in 2012 fulltime gaan werken en heb dus daarna pas volledig pensioen opgebouwd, maar mijn echtgenoot heeft maar pensioen opgebouwd tot zijn ontslag in 2003, en voor zover ik weet heeft hij als zzp’er zich niet aangesloten bij een pensioenfonds. Ik heb het er weleens met hem over gehad, maar hij zei dat die premies zo hoog waren dat hij beter zelf spaargeld opzij kon zetten voor zijn oude dag.’
‘En heeft hij dat gedaan?’ vroeg de advocaat.
Francien schudde haar hoofd. ‘Nee, nog niet. Er was altijd wel iets wat hij aan moest schaffen voor zijn bedrijfje, zei hij. Ik had daar geen zicht op, hij wilde niet dat ik me daarmee bemoeide.’
‘Dus het zou ook kunnen dat uw man schulden gemaakt heeft zonder dat u dat weet?’ vroeg de advocaat.
Francien fronste haar wenkbrauwen. ‘Dat hoop ik niet!’
Toen ze naar huis fietste, maalde die laatste vraag door haar hoofd. Evert zou toch niet…? Ze zou hem er vanavond naar vragen.
Ook het voorstel van Kristel bleef haar bezighouden. Ze belde thuisgekomen met Josien, haar leidinggevende, en vertelde haar dat ze behoefte had om er een paar dagen, misschien een week, tussenuit te gaan. ‘Ik lig in scheiding,’ legde ze uit. ‘Het is nog zo vers, ik wil even afstand nemen.’
Josien was vol begrip en zei dat ze wat zou proberen te regelen. ‘Ik bel je daar zo snel mogelijk over terug, is dat goed?’
‘Graag, dank je wel!’ zei Francien dankbaar.
Na haar lunch volgde een volgende zware taak: het gesprek met de dominee. Francien had hem vanmorgen gebeld met de vraag of ze vanmiddag langs kon komen. Ze was om half drie welkom, zei hij.
[wordt vervolgd