[-15-
14 april 2026 om 11:19‘Dat denk ik wel,’ zei Wiebe die zich zichtbaar opwond. ‘Als ik mam was, was ik allang weggegaan. Zoals jij haar behandelt, terwijl je Gerda zowat de hemel in prijst!’
Evert wilde wat zeggen, maar Wiebe snoerde hem de mond. ‘Weet je wat ik deze week hoorde? Een collega van me had jou in een restaurant zien zitten, vorige week zaterdagavond. Hij wilde je gedag gaan zeggen toen hij plotseling zag dat de vrouw die bij je was niet mijn moeder was. Hij vertelde dat jij en die vrouw elkaar hapjes van hun toetje hadden zitten voeren, heel verliefd. Ik schaamde me dood toen hij dat vertelde. En dan wil jij beweren dat wij er niets mee te maken hebben wat je met die Gerda uitvoert? Bah! Ik dacht dat je zo christelijk was!’
Evert draaide zich weer naar zijn computerscherm. ‘Zoals ik al zei: daar hebben jullie niets mee te maken.’
‘Dus je ontkent het niet eens?’ zei Wiebe met een ongelovig gezicht.
Gert-Jan had tijdens Wiebes betoog naar Francien gekeken. Hij zag haar schrikken.
Hij wendde zich naar Evert. ‘Wat denk je dat zoiets voor mama betekent?’ vroeg hij zacht. ‘Is het dan niet logisch dat ze weg wil bij een man die het met een andere vrouw houdt?’
Evert gaf geen antwoord, maar Francien zag aan zijn rug dat er een woede-uitbarsting dreigde. Ze hield haar adem in.
‘Pap,’ probeerde Lotte met een klein stemmetje. ‘Hou je dan niet meer van mama?’
Evert stond met een ruk op en liep met grote stappen de kamer uit. Even later hoorden ze de voordeur dichtslaan en de auto wegrijden.
‘En dat was pa,’ zei Gert-Jan laconiek. Hij stond op en ging naast Francien aan de eettafel zitten. ‘Dat was akelig om te horen wat Wiebe vertelde, hè?’
Francien knikte. Ze pakte een zakdoekje uit haar vestzak en streek ermee langs haar ogen. ‘Ja, dat was akelig. Maar opa en oma hadden me gisteren ook al verteld dat iemand papa en Gerda dinsdagavond hand in hand over het strand had zien lopen. Dergelijke dingen maken me alleen maar meer duidelijk dat ik niet anders kan dan weggaan. Ik heb jullie vader afgelopen woensdagavond gezegd dat ik niet wilde dat Gerda zo vaak kwam, hooguit af en toe een dagje. Hij ging daar tegenin en zei dat ik helemaal niet jaloers hoefde te zijn, ik was zijn vrouw en Gerda een vriendin. En toen ik hem vroeg om te kiezen tussen Gerda en mij, zei hij: “Ik kan niet kiezen.” Dus toen heb ik zelf maar gekozen en heb ik gezegd dat ik bij hem wegging. Ik had gehoopt dat hij daarvan zou schrikken, maar hij reageerde amper. Volgens mij vindt hij het wel makkelijk zo. Nu kan hij de schuld van onze scheiding bij mij leggen, want ík wil toch weg?’
Gert-Jan schudde zijn hoofd. ‘Niemand heeft het hier over schuld.’
Francien schokschouderde. ‘Nou, de mensen van de kerk zullen daar wel anders over denken. Onze gemeente is nogal behoudend, zoals jullie weten. Ik wil je vader niet zwartmaken door ze te vertellen over Gerda, ik weet zelfs nog niet eens of ik dat de dominee zal vertellen. En als ik wegga, ben ik dus de schuldige. Dat heb ik een paar jaar geleden gezien bij een gemeentelid. Heel de gemeente wist dat ze een bruut van een man had, en dat ze een zwaar leven bij hem had. Maar toen ze na vijfentwintig jaar huwelijk ging scheiden, sprak iedereen daar schande van. Ze had hem trouw beloofd, en dat moest ze dus blijven. God zou haar wel kracht geven om het vol te houden. Nou, ik wil je wel vertellen dat ik bewondering voor haar moed had. Ik heb dat alleen nooit tegen haar durven te vertellen. Na een jaar is ze verhuisd naar een dorp buiten Zeeland, en die man is nu voorzitter van de mannenvereniging, een gerespecteerd lid van de gemeente, hem trof blijkbaar geen blaam.’
Ze speelde met het zakdoekje tussen haar vingers. ‘Ik vond het heerlijk om jullie alle drie te zien, maar ik zag erg op tegen vanmiddag. Jullie vader is me zo vreemd geworden. Ik kon hem niet meer bereiken.’
‘Dat is ons blijkbaar ook niet gelukt,’ zei Gert-Jan. ‘Jammer.’
‘En nu?’ vroeg Lotte. ‘Wat ga je nu doen? Ga je echt bij papa weg?’
Francien knikte. ‘Ja. Ik heb het er erg moeilijk mee gehad, ook omdat wij elkaar trouw hebben beloofd “tot de dood ons scheidt”, maar met een andere vrouw tussen ons in denk ik dat zelfs God het goedvindt dat ik mijn trouwbelofte verbreek.’
‘Nou, voor mij heeft hij ook afgedaan,’ zei Wiebe. ‘Ik hoef hem niet meer te zien.’
‘Hij blijft jullie vader,’ zei Francien zacht.
Lotte zat na te denken. Ze voelde zich nog steeds gekwetst door Everts afwijzing toen ze binnenkwam. Vroeger was ze altijd haar vaders lievelingetje geweest, maar na zijn overspannenheid was hij veranderd. Niet alleen was hij veel meer in zichzelf gekeerd geworden, maar ook was hij amper geïnteresseerd geweest in waar zijn kinderen mee bezig waren. Hij was altijd druk met zijn werk, en als de kinderen iets wilden vertellen van een schoolopdracht of een stage, luisterde hij maar met een half oor. Gek dat ze zich dat nu pas realiseerde.
Hoe keek zij naar haar vader? Zou ze hem missen als zij hem nooit meer zou zien? Als hij uit haar leven verdween?
Dat haar ouders op een dag zouden komen te overlijden, was een gegeven, dat wist ze. En dan zouden ze elkaar weerzien in de hemel, dat geloofde ze ook. Maar hoe zou het zijn als hij uit haar leven verdween terwijl hij nog leefde, wel of niet met een andere vrouw? Dat was een vreemd idee. Toch snapte ze Wiebes opmerking ook wel.
[wordt vervolgd