[-36-

10 februari 2026 om 12:18


‘We zullen het zien als ze ouder is, maar ik heb geen behoefte om informatie over hem op te zoeken.’ 

‘Toch intrigeert het me, ik zou hem allang hebben opgezocht,’ zegt Emma. Dan opent ze haar portier. ‘Kom op, we gaan eten!’

Emma komt de verdere avond niet meer terug op hun gesprek. Ze zijn met een groepje van vijf vriendinnen en het is gezellig. Pas als Emma haar tegen twaalf uur terugrijdt naar huis en ze afscheid hebben genomen, roept ze, wanneer Femke uitstapt: ‘En ga eens een kijkje nemen op Insta! Kijken kost niks.’

Zonder te reageren slaat Femke het portier dicht. 

[HOOFDSTUK 10

In augustus gaan ze drie weken met de caravan naar Frankrijk, maar het is geen ontspannen vakantie. Femke beseft dat Merel daar vaak de oorzaak van is, ze gedraagt zich dwars en brutaal, het lijkt vooral of Jurre niks goed kan doen. Merel heeft voortdurend kritiek op zijn plannen: als hij voorstelt om naar een dorpje te gaan, wil ze juist op de camping blijven en op de dagen dat ze afspreken lekker met elkaar te gaan zwemmen, noemt ze dat saai en stom. Toch vindt Femke dat Jurre zich wel wat soepeler zou mogen opstellen tegen hun oudste en natuurlijk voelt Merel dat feilloos aan.

Ook deze middag lijkt het weer fout te gaan. Jurre heeft bedacht dat ze een wandeling kunnen gaan maken naar het dorpje wat verderop om daar een ijsje te eten. 

‘Daar heb ik geen zin in,’ zegt Merel, ‘het is veel te heet en die kleintjes lopen niet door. Waarom maken we niet eens een wandeling naar die berg daar, dat is pas een uitdaging.’

‘Dat lijkt me een prima plan,’ zegt Jurre rustig. ‘Maar dat is voor Anna en Suze zeker te zwaar. Ik stel voor dat mama met de kleintjes naar het dorp wandelt en dan gaan wij samen die berg op, Merel. Hoe lijkt je dat?’

Merel haalt haar schouders op. ‘Ik weet niet, hoor,’ bromt ze.

‘Ik vind het een goed idee,’ zegt Femke. ‘Maar dan moet je wel een paar goede schoenen aandoen, Merel. Op die slippers kom je niet ver.’

Even later lopen Jurre en Merel samen het smalle bergpad op dat vlak bij de camping begint. Ze lopen lekker in de schaduw van het bos.

‘Ik vind het leuk, Mereltje,’ zegt Jurre, ‘eens een vader-dochtermomentje zonder de kleintjes. Best eens goed, denk ik.’ 

‘Nou… vader-dochter…’ zegt Merel. ‘Eigenlijk ben ik niet jouw dochter, hè pap?’

Jurre schrikt van haar opmerking, maar heel rustig antwoordt hij: ‘Voor mij ben jij zeker wel mijn dochter, Merel. Je zult het je vast niet meer herinneren maar op de dag dat mama en ik trouwden en we elkaar een belofte van trouw deden in de kerk, heb ik ook aan jou een belofte gedaan: dat ik voor altijd een vader voor je wilde zijn.’

‘Jawel, maar toch ben je eigenlijk niet mijn vader, dat is Pieter. Maar je schrijft “Peter”, heeft mama verteld.’ 

‘Dat is waar, maar degene die voor je zorgt en van je houdt, voelt nu toch hopelijk wel als een vader.’

Daar reageert ze niet op, maar ze zegt: ‘Ik wil hem een keer zien, mijn echte vader.’

Jurre moet even slikken bij die uitspraak, mijn echte vader. ‘Ik begrijp dat je daar benieuwd naar bent. Als je ouder bent kun je natuurlijk gaan proberen om hem op te zoeken. Nu ben je daar nog te jong voor.’

‘Mama zegt dat ze niet weet hoe hij met zijn achternaam heet. Hoe kan ik hem dan zoeken?’

‘Ik weet het niet, maar daar is vast wel achter te komen. Maar zoals ik al zei, Merel, dat kan pas als je ouder bent. Ik hoop dat je in die tussentijd toch wel een beetje blij bent met deze vader?’ Hij slaat al lopend even zijn arm om haar schouder. ‘Het is allemaal best lastig, hè? Maar geloof me, ik hou vreselijk veel van jou, net zoveel als ik van Anna en Suze hou. Jullie zijn alledrie mijn prachtige dochters.’

Het lijkt wat beter te gaan na dit gesprek en de wandeling samen.

‘Ik moet gewoon vaker wat samen doen met Merel,’ zegt Jurre tegen Femke als ze weer terug zijn op de camping. ‘Zij moet zich natuurlijk vaak aanpassen aan de kleintjes.’

‘Je bent nu al weinig thuis,’ zegt Femke, ‘dus wanneer wilde je dan wat met haar gaan doen? Ja, in de vakantie is dat leuk, maar thuis komt daar toch niks van.’

‘We hebben het hier al eerder over gehad, Fem, je hebt wel gelijk. Ik heb me echt voorgenomen de komende tijd meer thuis te zijn. Ik zal eens kijken wat ik opgeef, misschien de club, maar ik weet hoe moeilijk het is om daar leiding voor te vinden. Dus kan ik beter stoppen met volleybal, dan ben ik in elk geval een avond meer thuis.’

‘Dat heeft geen zin; Merel ligt al in bed als jij weggaat, dus blijf vooral lekker volleyballen.’

‘Dat is natuurlijk zo… Dan plan ik wat vaker op zaterdag iets met Merel. Ik merkte dat ze het leuk vond vanmiddag.’ Hij aarzelt even, maar dan gaat hij verder: ‘Ze stelde me serieuze vragen.’

‘O, waarover?’

‘Haar biologische vader, ze vroeg of ze hem kon opzoeken.’

Femke knikt. ‘Sorry!’ zegt ze.

‘Waarom zeg je sorry? Het is toch logisch dat ze haar vragen krijgt nu ze groter wordt. Ze zei dat jij geen achternaam weet van Peter. Is dat echt zo, of wilde je het haar nog niet vertellen? Dat lijkt me inderdaad verstandig, ze is nu nog te jong om naar hem op zoek te gaan.’

[wordt vervolgd