[-52-
25 november 2024 om 13:05‘Je bent geweldig,’ prees hij na een korte stilte, de map die ze hem aanreikte aanpakkend.
‘En jij wordt vast een geweldige kok,’ zei ze lachend.
‘Dat kan haast niet anders, met zulke hulp. Je komt binnenkort een keer bij me eten, hoor. Als ik wat geoefend heb en zeker weet dat het gerecht dat ik maak ook lukt.’
‘Lijkt me erg leuk. Recept nummer zeven is mijn favoriet.’
‘Quiche met broccoli en zalm,’ las hij, bladerend door de map tot hij het juiste nummer had gevonden. ‘Dat klinkt erg ingewikkeld.’
‘Welnee. Dat is het fijne van hartige taarten en ovenschotels, het is voornamelijk alles door elkaar in een schaal mengen en in de oven zetten,’ verklaarde Sophie opgewekt. ‘Achterin vind je een pagina met tips en als je nog vragen hebt terwijl je iets aan het maken bent, kun je me altijd bellen.’
‘Dan moet ik wel je nummer hebben.’
‘Dat heb ik erbij gezet. Een goede leermeester denkt aan alles.’ Ze stak haar neus in de lucht.
‘Nu krijg je kapsones.’ Jonathan pakte zijn mobiel en toetste het nummer in dat vermeld stond. In de verte, vanuit haar tas, klonk de melodie van Sophies toestel. ‘Zo, nu heb je mijn nummer ook meteen, die hadden we nog niet uitgewisseld. Je kunt me altijd bellen, wanneer je wilt. Het verbaast me overigens dat je je telefoon niet voortdurend binnen handbereik hebt, met een man in het ziekenhuis.’
‘Ik hoor hem toch wel, dat heb je net gemerkt,’ zei Sophie kort. ‘Nog iets drinken?’
Hij pakte haar hand toen ze langs hem heen naar de keuken wilde lopen.
‘Niet steeds zo ontwijkend doen, Sophie. Zeg het gewoon als je niet over Ivo wilt praten.’
‘Ik wil niet over Ivo praten.’
‘Oké, dan doen we dat niet. Hoe is het met je neefje? Bradley was het toch? Vorige week was hij ziek,’ ging Jonathan soepel op een ander onderwerp over.
‘Die is weer kiplekker en vliegt door het huis. Nu is Finnley geveld door die griep.’
‘Dat is het nadeel van een tweeling. Je broer en schoonzus zullen hun handen er wel vol aan hebben.’ Hij grijnsde breed. ‘Hebben jij en Merel dat nooit? Dat jullie tegelijkertijd hetzelfde mankeren, bedoel ik.’ ‘Nee, maar wij zijn niet eeneiig, al lijken we wel veel op elkaar.’
‘Jullie hebben wel een sterke band.’
‘Heel sterk. Die heb ik met Charles trouwens ook, maar dat is toch anders. Hij is ouder en een man. Merel en ik gingen met bijna alles gelijk op, voor Charles geldt dat niet. Hij heeft het inderdaad druk met zijn gezin, hij zit in een andere levensfase. Kinderen slokken heel veel tijd en energie op, dat zie ik op deze manier van dichtbij.’
‘Te veel om ze zelf te willen?’ wilde Jonathan weten.
‘Zeker niet. Ik wil juist graag een gezin.’
‘Ik ben blij dat ik geen kinderen heb.’
Sophie hapte even naar adem. Niet dat het haar iets uitmaakte of Jonathan wel of geen vader wilde worden, maar omdat zijn woorden de discussies met Ivo over dit onderwerp weer levensgroot in haar herinnering brachten. Het deed bijna lijfelijk pijn.
‘Ieder zijn meug,’ zei ze kortaf.
‘In mijn situatie, bedoelde ik. Fenna en ik zijn heel moeizaam gescheiden. Voor kinderen zou dat vreselijk geweest zijn,’ legde hij uit. ‘Als we een gezin hadden gehad, zou Fenna ook altijd in mijn leven gebleven zijn. Ik ben oprecht blij dat dit nu niet het geval is. Ik kan mijn huwelijk helemaal loslaten.’
‘Dus je wilt ze wel?’
‘Ooit. Als ik het geluk heb om de juiste vrouw tegen het lijf te lopen. Ik ben gek op kinderen. De verhalen die jij altijd over je neefjes hebt, daar geniet ik van.’
‘Ze zijn bijna jarig, dan worden ze alweer zes.’ Sophies gedachten gingen drie jaar terug. Vlak voor de derde verjaardag van de tweeling waren zij en Merel naar Charles en Anouk gegaan voor het telefoontje naar hun ouders ter ere van hun vijfendertigste trouwdag. Dat was de avond van haar onbezonnen huwelijksaanzoek geweest. Er was ontzettend veel gebeurd in die drie jaar. Toen was ze een gelukkige aanstaande bruid geweest, nu een vrouw met een mislukt huwelijk en een man die met zwaar hersenletsel in het ziekenhuis lag. Een man die zich er bovendien nog niet van bewust was dat hun huwelijk op de klippen was gelopen. En Merel, die destijds stralend van geluk door het leven was gegaan, was nu weduwe.
Ze schudde even wild haar hoofd heen en weer om die herinneringen op de vlucht te jagen. Ze moest snel over iets anders beginnen voordat ze hier een potje zou gaan zitten janken.
‘Waarom ga je niet met me mee naar hun verjaardag?’ stelde ze voor. ‘Dat zullen ze geweldig vinden. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, wat hen betreft.’
‘Hoe meer cadeautjes, denken ze dan waarschijnlijk,’ grinnikte Jonathan. ‘En gelijk hebben ze. Vindt je familie het niet vreemd als je met een man aan komt zetten die ze niet kennen?’
‘Uit mijn verhalen kennen ze je wel. Je hebt Charles ontmoet, die keer toen je mij naar hem toe bracht.’
‘Dat was maar één keer. Persoonlijk zou ik het heel leuk vinden om je te vergezellen, maar ik kan me voorstellen dat ze niet zitten te wachten op zo’n vreemde snuiter tijdens een kinderverjaardag.’
‘Geloof me, je bent meer dan welkom,’ verzekerde Sophie hem. ‘Charles heeft al vaker gezegd dat hij je eens wil leren kennen.’
[wordt vervolgd