[-45-

14 september 2023 om 07:10


‘Arnica-zalf. Dat gebruiken wij ook altijd voor de kinderen,’ reageert nummer drie.

‘Dat zei Metty inderdaad ook al. Ik zal straks eens naar de drogist lopen.’

Ik pak mijn koffie aan. ‘Dank je, daar ben ik wel aan toe.’

De mannen lachen. Zo, dat heb ik goed afgehandeld, denk ik tevreden en ik neem me voor om mijn woorden waar te maken en in mijn pauze een wandelingetje naar de drogist te maken om in elk geval extra paracetamol te halen en ook naar de aangeprezen Arnica-zalf te kijken. Ik heb er inderdaad weleens vaker over gehoord. Het zou mooi zijn als het wat helpt. Onwillekeurig vraag ik me af of Ties erg zou schrikken als hij mij zou zien. Natuurlijk wel, denk ik dan. We zijn als vrienden uit elkaar gegaan, en wie zou niet schrikken als je een vriend met zo’n gezicht tegen zou komen?

De kinderen, schiet het dan door me heen. Die zouden zich wild schrikken. Wat dat betreft is het maar goed dat ik die niet meer zie. Het is in elk geval beter om zelf iets te hebben dan een van de kinderen. Zoals Sanne.

Met een ruk trek ik mijn bureaula open en ik schuif mijn tas erin. Ik zet de computer aan en terwijl die opstart, neem ik een grote slok van mijn koffie. Heet! De tranen springen in mijn ogen als ik zo voorzichtig mogelijk slik. Mijn zere mond leidt me weer af van mijn pijnlijke wang en oog, en dat leidde me weer af van de wond in mijn binnenste.

Schrale troost.

[CHARLIE

Charlie leunt met zijn voorhoofd tegen het raam van zijn slaapkamer. Aan de andere kant van het glas glijden dikke regendruppels als tranen naar beneden. Hij wil ook huilen. Papa’s ogen willen ook huilen. Dat heeft hij heus wel gezien.

Beneden hoort hij Lily en Jack spelen. Ze maken hoge torens van Duplo, die ze steeds omgooien. Kinderachtig, vindt hij, maar Lily en Jack vinden het geweldig. Soms doet hij mee, omdat hij het leuk vindt dat zijn zusje en broertje het leuk vinden. Vandaag heeft hij geen zin. Hij is bang dat hij moet huilen in plaats van lachen als de toren omvalt.

Hij heeft vaak gedacht dat hij het fijn zou vinden als Linda niet meer kwam. Maar hij dacht dat dat nooit zou gebeuren. Robin zei dat hij daar niet op moest rekenen. Robin heeft bijna altijd gelijk, maar nu dus niet. Linda komt niet meer. En nu is papa verdrietig. Hij mist Linda. Eerlijk gezegd mist hij haar zelf ook wel een klein beetje. Niet zo heel erg, maar wel een beetje. Ze bemoeide zich nooit zo veel met hen, maar ze liet hen juist vaak hun gang gaan. 

Niet zoals mama, die steeds zegt dat ze zachtjes met elkaar moeten zijn of vast wat moeten opruimen en dat ze nog vijftien minuutjes hebben om te spelen, en dan tien en dan vijf en dan drie, twee, een en dan nog maar tien seconden, 9, 8… 2, 1, 0. ‘Hup, opruimen,’ roept mama dan. Meestal ruimt hij al op als mama bij vijftien minuten begint met aftellen. Het speelt dan toch niet fijn meer. Lily en Jack luisteren vaak niet en daar moppert mama dan weer op. Maar mama bedoelt het wel goed. Het is ook niet fijn als je ineens moet stoppen met spelen. Hij denkt na. Nee, Linda zegt nooit ‘Nog vijf minuutjes, jongens.’ Het is altijd papa die dat zegt. Zoals papa het doet, is het het fijnst. Maar nu zegt papa misschien ook niets. Misschien vergeet hij zelfs wel om te waarschuwen dat ze gaan eten. Waarom hebben papa en Linda dan ook ruziegemaakt?

Hij houdt zijn adem in en blaast die vervolgens langzaam uit. Het glas beslaat. Hij tekent er lijntjes in met zijn vinger. Papa en mama zeggen vaak andere dingen. Daarom zijn ze ook uit elkaar, zegt Robin. Maar wat ze wel allebei hetzelfde zeggen, is dat je geen ruzie moet maken en als je het toch doet, dan moet je het weer goedmaken. Sorry zeggen. Niet alleen maar omdat het moet, maar echt gemeend. En als je erge ruzie hebt gehad of per ongeluk iets gemeens hebt gedaan, dan is het fijn om voor diegene een mooie tekening te maken of een ander klein cadeautje.

Charlie loopt naar beneden. Lily en Jack gooien net met veel lawaai een hoge Duplotoren om. Papa is in de keuken. Hij schilt aardappels.

‘Waarom maak je het niet goed met Linda?’ vraagt Charlie.

Papa stopt met schillen. Hij kijkt hem verdrietig aan.

‘Dat moet. Dat zeggen jullie altijd,’ verdedigt Charlie zijn vraag.

Papa gooit de half geschilde aardappel in de pan met water. ‘Je hebt gelijk. Dat zeggen we ook altijd.’

‘Doe dat dan.’

‘Het kan niet, Charlie, het kan niet.’

‘Maar…’

‘Luister, jongen.’ Papa neemt hem mee naar de keukentafel. Daar gaan ze zitten. ‘Ik ben bang dat ik het niet helemaal goed uitgelegd heb aan je. Linda en ik hebben niet echt ruzie gehad, maar we zijn het niet met elkaar eens en dat konden we niet uitpraten. Daarom is het beter als we elkaar niet meer zien.’

‘O. Maar waarom zei je dan dat jullie ruzie hadden?’

Papa haalt zijn schouders op en zucht. ‘Ik weet het niet. Ik wist niet zo goed hoe ik het moest zeggen. Zo leek het me het duidelijkst.’

Charlie knikt. Soms is het lastig om iets uit te leggen. Dat snapt hij wel. Hij wil vragen of papa het naar vindt dat Linda niet meer komt, maar hij doet het niet. Als hij naar papa kijkt, dan weet hij het antwoord ook zonder te vragen.

[wordt vervolgd