Garderen liep uit voor een bijeenkomst over de dorpsvisie in 2019.
Garderen liep uit voor een bijeenkomst over de dorpsvisie in 2019. Archief BDU

‘Systeem met gemeentelijke gebiedsregisseurs werkt nog niet optimaal’

23 mei 2023 om 07:00 Maatschappelijk

BARNEVELD Het systeem van gemeentelijke gebiedsregisseurs, die als centraal aanspreekpunt dienen voor inwoners en bewonerscollectieven, werkt nog niet optimaal. Dat ligt volgens wethouder Wim Oosterwijk niet aan de regisseurs zelf, maar zij krijgen niet altijd voet aan de grond binnen de ambtelijke organisatie.

Tijdens de commissievergadering Bestuur, vorige week, deed Oosterwijk dit uit de doeken. Behalve als aanspreekpunt zou de gebiedsregisseur ook ondersteuning moeten bieden bij vragen en initiatieven. Bij een openbaar gesprek tussen verenigingen van plaatselijke belangen en raadsleden, in april, werd duidelijk dat de ervaringen in de verschillende dorpen met de gebiedsregisseurs wisselend zijn. Hun rol is niet altijd even duidelijk.

Volgens Oosterwijk ligt het niet aan de functieomschrijving van de gebiedsregisseurs en ook niet aan hun inzet. Het probleem zit ‘m in de verhouding tussen de regisseur en de gespecialiseerde ambtenaren. ,,Als de gebiedsregisseur iets komt halen in de organisatie en er is niemand thuis of er gaat geen deur open, dan gaat er iets niet goed. Ze hebben niet de ‘tools’ in handen om invulling te kunnen geven aan hun opdracht. Daar moeten we echt een slag in slaan.”

Dit moet in het dorpenbeleid 2.0 goed geregeld worden, waaraan op dit moment wordt gewerkt. In 2018 stelde het college van b. en w. versie 1.0 vast. Daarin was precies omschreven hoe de gemeente om zou gaan met door inwoners vastgestelde dorpsvisies, hoe de plannen daarin zoveel mogelijk tot uitvoering moesten komen en welke rollen de verschillende partijen precies vervulden. Tijdens de raadstafel werd vorige maand helder dat wat in dit beleid was geformuleerd niet de praktijk is. Te vaak werden visies opgesteld, waarna gewekte verwachtingen niet werden nagekomen. Concrete projecten kwamen hierdoor niet altijd van de grond, wat tot frustraties bij plaatselijke belangen leidde.

Dat het beleid uit 2018 geen goed vervolg heeft gekregen, erkende Oosterwijk ruiterlijk. ,,Er is uitstekend beleid gemaakt, maar we hebben het niet uitgevoerd.” Dat is voor de toekomst wel de bedoeling. Er zal meer aandacht zijn voor het verwachtingsmanagement achteraf. Dus als de visie er eenmaal is, wat zijn dan mogelijke vervolgstappen en hoe komen plannen al dan niet tot uitvoering. Volgens Oosterwijk zal er ook meer aandacht zijn voor verwachtingsmanagement vóórdat er wordt begonnen met een dorpsvisie.

Volgens Oosterwijk is dat lastiger. ,,Want ga je ze strakke kaders meegeven of wil je juist niet alles vooraf dichttimmeren? Welke kaders wil je stellen, welke niet en welke onzekerheden spreek je met elkaar af? Dat klinkt abstract.” Het kan volgens Oosterwijk niet zo zijn dat ‘the sky the limit’ is. ,,Dan start je met de verkeerde verwachtingen vooraf. Maar je wilt het ook niet zo scherp inkaderen dat je vooraf al weet wat de uitkomst is. Je wilt wel recht doen aan het proces waarbij inwoners nadenken over waar behoefte aan is in hun dorp. We moeten accepteren dat je aan het eind altijd een discussie hebt over wat wel en niet kan. Je moet niet aan de voorkant alles dichtregelen.”

Later dit jaar zal de gemeenteraad het nieuwe dorpenbeleid vaststellen.