[-48-]
2 juni 2022 om 10:15Alleen deze middag nog. Jammer dat Luuk zo gestrest was. Daardoor konden hij en Brik er ook niet voor de volle honderd procent van genieten. Want het was wel tof hier. Geheimzinnig. Avontuurlijk. Bladeren die ritselden, een vogel die onverwacht fladderend opvloog, de knappende geluidjes die de bomen maakten door de zon, de bosgeur, het zoeken van de schatten…
Ergens rechts van hen, achter de hoge braamstruiken, klonken zachte stemmen en er werd ingehouden gelachen.
‘Sst… blijf staan, ik hoor wat,’ zei Dave.
‘Dat is Rozemarijn maar,’ antwoordde Luuk opgelucht. ‘Van meisjes heb ik niets te vrezen.’
‘Die zijn niet serieus bezig met de schattenjacht, die zijn bramen aan het eten,’ zei Brik.
‘Dat zou ik ook wel willen,’ zei Luuk weer. ‘Bramen eten, zonder bang te zijn.’
Ongeduldig zei Brik: ‘Luuk, hou daar nou eens mee op. Je maakt jezelf gek, wees flink, denk nou es even niet aan Randy.’
‘S-sorry,’ stotterde Luuk. ‘Ik wil het voor jullie niet bederven.’
‘Dat doe je ook niet,’ zei Dave.
‘Nou,’ zei Brik bits, ‘dat doet hij wél.’
Luuk wees omlaag. ‘Daar onderaan die struik zie ik een lintje, we moeten hier naar links.’
‘Nee joh, dat is niet rood, dat is roze, dat is de route van de meisjes. Liggen!’ beval Brik.
Op hun buik liggend lieten ze de meisjes passeren.
‘Ik… ik blijf hier wel liggen, tot het afgelopen is. Gaan jullie maar verder,’ zei Luuk.
‘Daar komt niets van in,’ zei Dave met een boze blik op Brik. ‘We blijven samen.’
‘Oké,’ antwoordde Brik met tegenzin. ‘Laten we gaan. Het is die kant op.’
In een gespannen sfeer liepen ze achter elkaar over het smalle bospad. Brik voorop, Luuk in het midden, Dave sloot de rij. Brik was boos, zag Dave. Hij liep zo vlug hij kon en het kostte Luuk, die kleinere passen maakte, soms moeite om hem bij te houden. Het was waar wat Brik en ook Luuk had gezegd: zoals het nu ging, was het voor niemand leuk.
De stemming verbeterde toen ze hun eerste schat vonden, al was Brik nogal gefrustreerd dat hij de aanwijzing niet opgemerkt had.
Briks humeur verslechterde nog meer toen Luuk voorstelde even te rusten. Beiden keken ze Dave aan. Hij wist dat hij de knoop door moest hakken, maar hij wist niet hoe.
‘Drie minuten,’ besloot hij ten slotte. Ze gingen op de grond zitten.
‘Drie, en geen minuut langer, ik hou de tijd in de gaten.’ Brik stak zijn hand in zijn zak om de telefoon op te diepen. Tegelijk met de telefoon kwam er een plastic zakje mee. Met zijn drieën staarden ze ernaar toen het op de grond lag. Er zat een aansteker in en iets dat op een sigaret leek.
Dave keek naar Brik die vuurrood was geworden. ‘Ik zei toch dat ik iets voor de stress van die kleuter zou meenemen!’
Dave keek van Brik naar Luuk. De een was kwaad, met schouders hard en hoekig, de ander was bang en zat stilletjes met de armen om zijn knieën en het hoofd naar beneden.
Dave bleef zwijgen tot hij aan Briks schouders zag dat de ergste boosheid over was. ‘Brik?’
‘Ja,’ zei Brik, ‘het is een joint, en ik heb hem van mijn broer gepikt. Ik loop er al de hele tijd mee in mijn zak. Voor hem daar. Denk je dat ik het leuk vind?’ Hij pakte het zakje en haalde de aansteker eruit. ‘Ik had toch beloofd dat ik iets voor de stress zou meebrengen.’
‘Ja, maar dit is…’
‘Ik kon de lachgaspatronen niet vinden. En dit wel. Lag gewoon in zijn la.’ Met een uitdaging in zijn ogen keek hij Dave aan. ‘Zullen we? Luuk, wat zeg jij? Ik heb het voor jou meegebracht.’ Hij haalde de joint eruit en speelde met de aansteker.
Luuk bleef naar beneden kijken en bibberde.
Brik stond op. ‘Hé, watje, geef antwoord. Ik heb het voor jou gedaan!’ Hij gaf Luuk een duw. Die viel om en bleef zonder een vin te verroeren liggen.
‘Sta op, man!’ zei Brik. ‘Doe es wat.’ Met zijn schoen porde hij in Luuks rug. ‘Durf je niet? Tjonge wat ben jij een mietje!’
‘Brik, laat hem nou.’ Dave zag dat Luuk steeds verder in elkaar kromp.
‘Jij ziet toch ook dat hij van angst in zijn broek schijt. Wat een baby. Bewijs nou eens, Luuk, dat je geen mietje bent!’
Er was maar een oplossing, besefte Dave en met een enorme knoop in zijn maag zei hij: ‘Laat mij maar eens proberen.’
Toen Brik hem aanstaarde en Luuk ineens rechtop kwam, wist Dave dat hij niet meer terug kon.
De ogen van haar zoon stonden wazig, hij maaide met zijn armen door de lucht, raakte uit balans en viel op de grond. Martha rende naar buiten.
Voor ze bij hem was, had de docent hem al omhoog gesjord. Hard rammelde hij aan zijn schouder. ‘Waar zijn wij hier mee bezig?’ schreeuwde hij.
Dave gaf geen antwoord.
‘Wat heb je gebruikt? Hoe kom je daaraan?’
Martha verschoot. Iets gebruikt? Dave?
Stompzinnig en bleek keek Dave de docent aan, maar hij zei niets. Enkele nieuwsgierige kinderen kwamen op het lawaai af. Brik was er niet bij, Rozemarijn en Luuk wel. Ineens stond Tineke ook buiten.
[wordt vervolgd