[-11-]

-11-


Wat zou Pieter ervan vinden als ze hun huis verkocht en terug naar haar geboorteplaats zou verhuizen? Toen ze er na hun huwelijk in trokken, had hij gezegd: ‘Dit is ons paradijsje, Agaath. Daar gaan we nooit meer weg.’ Maar Pieter was er niet meer, ze was al heel lang alleen. Die beslissing mocht ze nu zelf nemen. Zou ze de moed hebben om het na lange tijd dan toch te verkopen?

Nee, ze besefte dat ze bij lange na nog niet zover was. En hoe sneu ze het ook voor haar moeder vond, dat claimende gedrag zou ze ook niet kunnen verdragen. De afstand tot haar ouderlijk huis zorgde voor voldoende ruimte en lucht. Dan maar wat vaker op en neer met de auto.


[Hoofdstuk 3

De volgende dag stond Agaath vroeg op. Het was helder en wolkeloos, de zon scheen al veelbelovend. Toch was het buiten nog koud. Er was vannacht plaatselijk zelfs vorst aan de grond geweest, maar het beloofde wel een mooie dag te worden met milde temperaturen.

Nadat ze haar ontbijt ophad, ging ze met een kop koffie in de kamer zitten. Ze zocht in haar administratie naar de gegevens van enkele zzp-collega’s met wie ze beroepshalve weleens contact had. Haar oog viel op de naam van Willeke Paans, met wie ze vaker gewerkt had. Willeke woonde in Veldhoven, in de buurt van Eindhoven. Zij kon haar vast de nodige informatie geven. Ze drukte het telefoonnummer in dat naast Willekes naam stond, en een kwartiertje later wist Agaath welke thuiszorgorganisatie ze het best kon benaderen voor haar vader. Na over en weer nog wat te hebben gekletst over werk en privé, verbrak Agaath de verbinding. Een uur later was alles geregeld. De aanbevolen thuiszorgorganisatie had ruimte om de ochtendzorg voor haar vader op zich te nemen. Het intakegesprek kon aanstaande donderdagmorgen plaatsvinden, waarna de definitieve zorg een dag later van start zou kunnen gaan.

Agaath had de afspraak meteen vastgelegd. Helaas kon ze zelf niet bij het gesprek aanwezig zijn. Als ze donderdagmorgen om acht uur thuiskwam na een lange nacht werken moest ze meteen naar bed. Dan kon ze niet nog een paar uur voort. Dat vond ze wel jammer. Nu moest ze toch nog een beroep doen op Janine.

Maar die wuifde haar verontschuldigingen even later door de telefoon weg.

‘Geen probleem, hoor,’ zei ze meteen. ‘Ik had je gisteravond al gezegd dat ik daar graag bij aanwezig wil zijn. Jij hoeft voor een intakegesprek van een uurtje écht niet helemaal naar Eindhoven te rijden.’

‘Ik ben van plan om zondagavond weer op bezoek te gaan. Of denk je dat maandagmiddag beter uitkomt? Dat komt me ook wel uit. Misschien kan ik dan een keer de boodschappen met ma doen. Jij doet al zo veel.’

‘Dat is echt niet nodig, Agaath. Nikki gaat vrijdagmiddag met ma naar de supermarkt om de weekboodschappen te doen.’

‘Dan kom ik zondagavond wel naar Eindhoven.’ Met die woorden nam ze even later afscheid van Janine.

Ze was er tevreden mee dat de thuiszorg voor haar vader nu zo ver geregeld was. Dat zou ze haar moeder ook meteen laten weten, dan kon ze meteen vertellen dat Janine donderdag bij het intakegesprek aanwezig zou zijn. Ze belde naar haar ouderlijk huis, haar moeder nam op en reageerde opgelucht. Dat Agaath dit allemaal zo snel had weten te regelen, stelde ze erg op prijs. Pa lag nog op bed, vertelde ze, hij was niet van plan om al op te staan. Ze verwachtte Janine elk moment, het zou haar vast wel lukken om hem uit bed te krijgen. Althans, daar hoopte ze maar op. En vanaf vrijdag kon ze de zuster van de thuiszorg verwachten. Als pa die hulp dan maar wilde accepteren. Je wist het nooit met die man.

Agaath hoorde het verhaal geduldig aan. Het viel voor haar moeder niet mee.

‘Ik ben zó bang dat papa dement wordt,’ jammerde haar moeder. ‘En dan…’

‘Ma, je moet niet meteen het allerergste denken,’ onderbrak Agaath haar op vriendelijke toon. ‘Pa is gewoon depressief, dat heeft even tijd nodig. Over een paar weken gaat het vast beter.’

‘Ik hoop dat je gelijk krijgt. Hè, wat jammer toch dat je zo ver weg woont…’

‘Ik kom zondagavond weer op bezoek,’ onderbrak Agaath haar opnieuw. ‘En donderdag bel ik even om te vragen hoe het intake­gesprek verlopen is.’

Agaath bleef nog even zitten nadat ze het gesprek met haar moeder had beëindigd. Tja, de afstand tussen haar huis en dat van haar ouders was te groot om er af en toe eens impulsief binnen te vallen. Janine woonde er slechts tien minuten fietsen vandaan. Haar zus was twee jaar ouder en getrouwd met Wim van Daal. Samen hadden ze drie kinderen, allemaal jongens. Ze had hen enkele weken geleden voor het laatst op de verjaardag van haar vader gezien. Drie volwassen mannen die alle drie hun eigen gezin hadden. Janine en Wim waren zelfs al de trotse oma en opa van vier kleinkinderen, ook allemaal jongens.

Jaren geleden, toen Pieter nog leefde, kwam ze vaker bij Janine en Wim over de vloer. Toen was de afstand om regelmatig op en neer naar Eindhoven te rijden nog geen al te groot bezwaar. En Janine en Wim kwamen met hun drie jongens ook regelmatig bij Pieter en haar op bezoek. Een jaar na Pieters dood verwaterden de contacten langzaam maar zeker. Dat was niet de schuld van Janine geweest. 


[wordt vervolgd