[-74-] 

-74- 


Oma bleef thuis. Ze zorgde er altijd wel voor dat ze allerlei lekkere dingen meekregen. Ze was altijd bezig met poetsen en schoonmaken, maar hij herinnerde zich ook de geur van versgebakken brood of appeltaart. De laatste jaren was hij hier alleen nog maar af en toe geweest en meestal voor een uurtje. Hij dronk een kop thee en ging dan weer. 

Toch voelde hij nu ineens zo’n heimwee naar een tijd die nooit meer terug zou komen dat hij bijna tranen in z’n ogen kreeg. Zou hij niet bij z’n opa kunnen wonen? 

Hier kon hij naar een andere school waar hij geen August meer in de klas zou hebben. Hij vond het een rare gedachte en tegelijk besefte hij dat hij niets liever zou willen. 

Steels keek hij naar z’n moeder. 

Ze zou het niet begrijpen als hij zou zeggen dat hij bij opa wilde wonen, maar ze zou hem wel laten gaan. Misschien zou ze het wel prettig vinden om een poosje van hem af te zijn. Zo gezellig was hij de laatste tijd niet.

Wat zou er nu in haar omgaan?

Ze had bijna geen woord gezegd en stond op een afstandje stil te kijken. 

Hij herinnerde zich hoe oma bij hen thuis altijd meteen begon met opruimen, schoonmaken of wasgoed vouwen. Ze mopperde over het speelgoed dat her en der door de kamer lag, over de spullen van Célina die overal rondslingerden, over zijn shirt dat hij na het hardlopen thuis uittrok en achteloos over een stoelleuning gooide waar het zomaar een paar dagen bleef hangen.

‘Waarom kunnen jullie je eigen troep niet opruimen?’ Hoe vaak had ze dat niet gevraagd? Ze kregen nooit de kans om te antwoorden want oma ging meteen aan de slag. Toch was het fijn als ze er samen met opa was. 

Zou z’n moeder er ook zo over denken? 

Hij beet op zijn lip. Zou het onfatsoenlijk zijn om terug naar de kamer te gaan? Hij hield het hier niet meer uit.

Op dat moment werd hij gered door de bel.

‘Dat zal de dokter eindelijk zijn,’ hoorde hij opa zeggen.

‘Ik doe open,’ reageerde hij meteen en voordat iemand hem kon tegenhouden, was hij er al vandoor.


[Hoofdstuk 22

Spanning ging bij Gemma steevast gepaard met hoofdpijn. In haar tas zocht ze naar paracetamol, want de vage pijn achter haar ogen was de voorloper van meer. Wanneer ze geen maatregelen zou nemen, zou de pijn over een uur onverdraaglijk zijn. Vanuit de slaapkamer klonk de stem van haar schoonvader die tegen de dokter herhaalde wat hij eerder op de dag ook tegen hen had gezegd.

Ze vroeg zich af wat Sem nu aan het doen was. Nadat hij de arts had binnengelaten, had ze hem niet meer gezien. Zou hij naar buiten zijn gegaan? Hij had zo verloren naast het bed gestaan en ze was in de verleiding geweest om een arm om hem heen te slaan, maar ze was bang dat het averechts zou werken. In een jaar tijd was Sem zo ver van haar verwijderd geraakt.

Net zoals Erna en zij.

Met het stripje paracetamol in haar hand liep Gemma zachtjes naar de keuken en vulde daar een glas met water om de tabletten in te nemen. Daarna dronk ze het glas leeg. Nadenkend staarde ze naar buiten. Steeds meer drong het onomkeerbare van Erna’s dood tot haar door. 

Waarom had ze niet nog eens geprobeerd om het met haar schoonmoeder uit te praten? Vijf dagen geleden was het gesprek die richting uit gegaan. Erna had gezegd dat ze niet goed was met ziekte, dat Gemma’s ziekte het jaar daarvoor voor haar onvoorstelbaar was. Ze had het gezien als een verkapt excuus. Ze kende Erna goed genoeg om te weten dat er niet meer zou komen. Op dat moment had het genoeg geleken, nu wist ze zeker dat ze erop door had moeten gaan zodat het laatste stukje wrok tussen hen ook zou zijn verdwenen.

Ze zou het nooit meer echt goed kunnen maken.

De huisarts was al een tijd in gesprek met Dick en Ruud. Ze voelde zich tamelijk overbodig en besloot ook naar buiten te gaan, in haar achterhoofd de stille hoop dat ze daar Sem zou treffen. Ze trok haar jas aan en knoopte haar sjaal om. Bij de buren ontdekte ze kerstlichtjes in een reusachtige, overjarige conifeer. Zo versierden zij hun linde ook altijd. Dit jaar zouden ze het voor het eerst zonder moeten doen. Zou er nog een andere mogelijkheid zijn om lichtjes op te hangen?

De lucht was verzadigd van vocht. Het prikte op haar wangen. Ze rilde, maar ze vond het niet eens onaangenaam. Sem stond achter het kleine houten prieel dat Ruud daar een paar jaar geleden nog had geplaatst. In de zomer zaten Erna en Dick daar graag. Volgens Erna zorgde die plek voor het ultieme vakantiegevoel. Aarzelend liep ze naar hem toe. 

‘Dat wordt zo een lange dag voor je,’ zei ze zachtjes. 

Hij draaide zich om. ‘Ik had niet anders verwacht. Het zal ook nog wel een lange nacht worden.’

‘Bedankt voor je opmerkzaamheid.’ Ze ging naast hem staan, zag hoe zijn jack glom van het vocht, vanuit zijn haren liepen kleine druppels. ‘Natuurlijk kan opa niet alleen blijven, maar ik was nog niet in staat om over zulke dingen na te denken.’


[wordt vervolgd