[-70-] 

-70- 


Hij maakte een fout in het adres van een van de sollicitanten en verweet zichzelf dat hij zijn gedachten er niet bij had. Even was hij weer bij de les, maar al snel dwaalde hij weer af. 

Vanmorgen had hij gezegd dat hij met haar wilde praten. Lotte had gekeken alsof ze geen flauw idee had waarover dat dan moest gaan. Met tegenzin had ze toegestemd om na werktijd wat te gaan drinken. Alleen de gedachte al maakte hem nerveus. Hij had geen idee hoe hij de boodschap het beste kon brengen. Misschien was er geen goede manier voor.

Zat hij maar gewoon in Nederland sinterklaas te vieren.

Zijn heimwee nam grootse proporties aan. Hij verlangde naar Onder de linde zonder linde, naar het samenzijn met zijn familie, naar alles wat zijn leven lang goed en vertrouwd had gevoeld.

Het kwam nooit meer terug, realiseerde hij zich, ook niet als hij daadwerkelijk zou besluiten om terug te gaan. Bijna meteen drong tot hem door dat die optie voor hem niet bestond. Hij ging niet terug. Hij zou het hier in New York hoe dan ook redden, zelfs al zou hij vanavond de beroerdste sinterklaasavond ooit meemaken.


De middag ging veel te langzaam voorbij, en tegelijk te snel. Thomas had het idee dat hij geen adem kon krijgen toen hij naar de personeelsuitgang liep. Hij checkte zijn telefoon en ontdekte een appje van zijn moeder, die een foto van het sinterklaasfeest had gestuurd. We missen je, stond erbij. 

Wat zou zijn moeder hebben geschreven als ze wist dat hij op het punt stond om het met Lotte uit te maken? Hij was gewaarschuwd, maar hij had er niets van willen weten. 

Hij stond even stil en antwoordde: Ik mis jullie ook. Nadat hij zijn bericht had verstuurd, stopte hij zijn telefoon in de binnenzak van zijn leren jas. Op het moment dat hij de zware deur opende, blies een kille wind in zijn gezicht. In een reflex trok hij zijn sjaal hogerop en hij zette snel koers naar de metro. Boven New York hingen donkere wolken en de kans was groot dat die straks nog een flinke bak regen zouden laten vallen. Gelukkig had hij met Lotte vlak bij het appartement van haar ouders afgesproken. Vanaf de metro was hij er ook zo. Terwijl hij de treden naar de ondergrondse afdaalde besefte hij dat over een uurtje alles anders zou zijn. Hij zou zijn boodschap hebben overgebracht en dan moest hij maar zien wat ervan kwam. Op een dag zou hij zich weer beter gaan voelen. Met die gedachte probeerde hij zich te troosten, maar het lukte niet echt. 


‘Wat bedoel je nou?’ Lotte zette haar glas terug op tafel voordat ze nog een slok had kunnen nemen. ‘Zeg je nu eigenlijk gewoon dat je het uit wilt maken? En hoe ga je dat dan verder doen? Wil je weer terug naar Nederland?’

Thomas had zijn woorden wel honderd keer gerepeteerd, maar tot zijn ergernis begon hij te hakkelen. ‘Nou ja… ik denk… ik zou wel willen blijven, als dat kan…’

‘Zodat we elkaar steeds tegen blijven komen?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat zou te lastig zijn. Ik probeer andere woonruimte te zoeken. Als dat voor jou niet te lastig is, want dat zal wel niet meteen lukken en…’

‘Weet je dat het sinterklaasavond is?’ Lotte pakte haar glas weer op en dronk een paar slokken. Met de rug van haar hand veegde ze het schuim van haar lippen. ‘Ik geloof niet dat ik ooit een cadeautje heb gekregen dat zo welkom is.’

‘Sorry,’ begon Thomas, waarna ineens tot hem door begon te dringen wat ze eigenlijk zei. ‘Wat zei je nou?’

‘Dat ik de laatste tijd enorm heb geworsteld met onze relatie, die steeds minder op een relatie begon te lijken.’ Nadenkend nam ze nog een slok. ‘Ik kan nog nauwelijks geloven dat jij net hebt gezegd wat ik jou wilde vertellen.’ Ze veegde weer met haar hand langs haar mond en haalde diep adem. ‘Eerlijk gezegd voel ik me vooral heel opgelucht.’ Ze schoot in de lach toen ze zijn verblufte gezicht zag. ‘Ik snap dat je dit niet zag aankomen. Ik wilde het je ook niet laten merken. Je was speciaal voor mij naar New York gekomen. In Nederland hadden we het zo leuk samen. Het was net alsof in deze stad al onze gezamenlijke interesses en gespreksonderwerpen als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik heb er heel erg mee gezeten en eerlijk gezegd snap ik er ook nog steeds niks van dat er tussen ons in zo korte tijd zoveel is veranderd.’ Ze praatte snel en nerveus. ‘Misschien heeft het ermee te maken dat we hier zo’n verschillend leven hebben. Ik woon bij m’n familie en jij moet je maar in je eentje zien te redden. Ik moet er wel hard aan trekken op de universiteit, maar jij studeert en werkt. Je hebt meer verantwoordelijkheden dan ik en kunt minder genieten. In deze stad voel ik me helemaal thuis. Volgens mij kan ik nooit meer in Nederland aarden, en zeker niet in dat kleine gat waar we vandaan komen.’ 

Hij kon haast niet geloven dat ze dit allemaal zei. Af en toe wilde hij wat zeggen, maar ze ratelde maar door. ‘Het was niet voor niks dat ik liever met m’n familie wegging dan met jou. Zo hoefde ik niet met je te praten. Wel honderd keer heb ik me voorgesteld dat ik je zou vertellen wat er met me aan de hand was, maar ik durfde het niet. Ik voelde me zo schuldig!’

‘We hadden elkaar heel wat shit kunnen besparen als we onze mond eerder hadden opengedaan,’ constateerde hij.


[wordt vervolgd