[-63-] 

-63- 


In zijn telefoon stond ook het nummer van Juliëtte. Kennelijk had ze hem gebeld naar aanleiding van zijn appje en het icoontje achter haar naam gaf aan dat er contact was geweest. Het vermoeden dat Gemma had opgenomen durfde hij nauwelijks toe te laten en het idee dat ze daar een bepaalde conclusie uit trok nog minder. Wat had hem toch bezield?

Hij kende Gemma goed genoeg om te weten dat zij er niet over zou beginnen. Ze zou blijven zwijgen en haar achterdocht zou net zo voortwoekeren als zijn onvrede. Op die manier zouden ze steeds verder uit elkaar groeien. Hij moest ineens denken aan de oude predikant die hen drieëntwintig jaar geleden had getrouwd. In zijn preek had hij het huwelijk vergeleken met een tandem, waarop je samen trapte om vooruit te komen. De sterkste zat op het voorste zadel en stuurde, en soms moest je even van plaats wisselen om de vaart erin te houden. Hij had dat toen een mooi beeld gevonden, maar hoe vaak had hij er daarna nog aan gedacht?

Momenteel leek het erop dat ze waren afgestapt om op hun eigen fiets verder te gaan. Zo probeerden ze allebei apart tegen de wind in te trappen. Dat was zwaar, had hij inmiddels gemerkt. Er moest iets gebeuren om hen allebei weer op die tandem te krijgen en hij moest de eerste stap zetten.

Dat telefoontje naar Juliëtte mocht niet blijven voortwoekeren en dat bord van Onder de linde moest echt van de muur af. Gemma zou het vast met hem eens zijn.


Ruim voor het uitgaan van de school gingen Dick en Erna al die kant op om Aiden op te halen. Gemma keek hen even na en herademde. Morris was door haar schoonmoeder uit bed gehaald en mocht op zijn stepje mee. Daarvoor had ze Kaj de fles gegeven en nu liep ze trots als een pauw achter de kinderwagen. Ze zouden wachten op de anderen met wie Aiden op deze dag normaal gesproken mee naar huis liep. 

Zachtjesaan werd het kloppen en zeuren in haar hoofd weer sterker, en ze wist dat ze er vandaag niet op hoefde te rekenen dat het helemaal over zou gaan. Gemma draaide zich om. Het was verbazingwekkend hoeveel rommel Morris in korte tijd al had weten te maken. Meestal kon ze er goed tegen, maar vandaag maakte het haar sikkeneurig. Met snelle, wrokkige gebaren begon ze op te ruimen. Door het houten plafond heen hoorde ze het bed in hun slaapkamer kraken toen Ruud zich omdraaide. Normaal zou ze informeren of hij iets nodig had. Nu had ze daar geen zin in. Waarom zou ze? Hij belde stiekem met Juliëtte, dan hoefde zij niet achter hem aan te lopen.

Kon je dat ontrouw noemen? Bedroog hij haar met Juliëtte of blies ze het nu te veel op?

Maar als het niets voorstelde, zou hij het haar gewoon hebben verteld. Daar was ze zeker van, en omdat hij niets had gezegd, kon het niet anders of er was meer aan de hand dan een gezamenlijke lunch.

Haar verontwaardiging laaide heftig op. Keihard had hij tegen haar gelogen. Al die tijd had hij volgehouden dat er tussen hem en Juliëtte niets aan de hand was. Dat hij prettig met deze mooie, jonge vrouw had samengewerkt snapte ze.

Maar het was niet eerlijk.

Zij was ook als mooie, jonge vrouw begonnen. Samen waren ze ouder geworden. Ze had gedacht dat ze elkaar door en door kenden, dat liefde meer was dan een mooi uiterlijk.

Had ze zich dan zo in hem vergist?

En hoe nu verder?

Ze paste ervoor om hem ernaar te vragen. Hij zou vast al hebben ontdekt dat zij een telefoontje van Juliëtte had aangenomen toen hij er te ziek voor was. De volgende zet was aan hem.

Het was allemaal al vernederend genoeg.

Al die jaren had ze achter hem gestaan. Ze had hem gestimuleerd om zijn droom waar te maken en ze had hem alle ruimte gegeven. Wat had ze nog meer kunnen doen?

Hoe goed kende ze hem na al die jaren? Door en door, had ze altijd gedacht, maar vanmorgen had ze er echt van opgekeken toen hij zich meteen wilde aankleden nadat hij van de komst van zijn ouders hoorde. Het was net alsof ze vandaag voor het eerst had opgemerkt hoe onzeker hij in hun nabijheid was. Door zijn verhalen over vroeger sijpelde wel heen dat hij altijd flink had moeten zijn, dat hij zich moest aanpassen aan hun manier van leven. Iedereen die hulp nodig had was in hun huis welkom geweest. Meer en meer had ze begrepen dat Ruud daar het kind van de rekening van was, al zou hij dat zelf nooit toegeven.

Hij hield het vaak luchtig en vertelde over kamperen in de tuin met vrienden omdat een vakantie met z’n ouders er niet in zat. Die waren te druk met anderen. Dat laatste zei hij niet hardop. Zij bedacht het erbij.

Ze zuchtte diep, gooide het laatste speelgoed van Morris in de ton en dacht na. De vaatwasser moest nog worden leeggeruimd. Als ze snel was, kon ze nog heel even op de bank liggen voordat ze thuiskwamen.

Langzaam maar zeker kwam haar hoofdpijn weer opzetten. Ze twijfelde over een tweede ibuprofentablet. Meestal kreeg ze snel last van haar maag.

Ze besloot de hoofdpijn voorlopig voor lief te nemen. Met een beetje geluk zou die straks toch nog wat zakken.


[wordt vervolgd