[-48-] 

-48- 


Ondanks de spanningen in huis, ging de zondagse kerkgang gewoon door. Even leek er niets aan de hand te zijn. Célina had Kaj naar de oppas gebracht. Zelfs Sem had het vanmorgen niet laten afweten. Keurig in het rijtje liep hij met hen mee naar de bank waar ze meestal zaten. Vreemd, dat een mens zo’n gewoontedier was. Al jarenlang zochten ze dezelfde plek op, alsof ze die hadden gereserveerd. Daarin waren ze lang niet de enigen. Om hen heen zaten altijd dezelfde mensen.

Vanmorgen was het toch anders dan anders geweest. Ruud voelde zich bij het opstaan doodmoe. Het liefst had hij zich nog eens omgedraaid, maar hij vond dat hij dat niet kon maken. Hij had zich afgevraagd of Gemma zich ook zo had gevoeld toen ze aan de ziekte van Lyme leed en ineens had hij zich verbaasd over haar doorzettingsvermogen. Ze was echt doorgegaan totdat ze niet meer kon. Vaak had hij haar slapend betrapt tijdens het opvouwen van de was, als ze naar de tv zat te kijken en zelfs tijdens het eten.

In de loop van de dag was hij zich niet beter gaan voelen. Integendeel, na kerktijd had hij het idee dat hij koorts had. Heftige hittevlagen wisselden koude rillingen af. Hij wilde niet toegeven, probeerde te genieten van de koffie en de cake die door Loïs en Felice was gebakken. Die cake smaakte anders dan anders en hij realiseerde zich dat het met hemzelf te maken had. Tussen de middag had hij nauwelijks gegeten.

Gemma had een paar keer bezorgd in zijn richting gekeken. ‘Ben je ziek?’

Hij wilde zich groothouden. Ze had genoeg aan haar hoofd. Ze had gisteren, net zo goed als hij, gehoopt dat het bezoek aan de ouders van Leander voor Célina de zekerheid zou brengen dat Leander niet degene was met wie ze haar leven wilde delen. Helaas was het omgekeerde het geval. ‘Het was een goede middag,’ had ze er alleen over gezegd. ‘Morgen, aan het einde van de middag komt Leander hier, zodat hij ook even met jullie kan praten. Er moet over en weer nog wel wat uit de weg worden geruimd.’

Het gevoel dat hij op dat moment had gekregen was met geen pen te beschrijven. Woede, verdriet en een intense teleurstelling. Hadden Gemma en hij daarvoor zo voor Célina klaargestaan toen ze zwanger was? Ze hadden er alles aan willen doen, zodat ze haar studie kon afmaken. Wat bezielde haar om alles maar zo aan de kant te schuiven voor een toekomst samen met die ongeïnteresseerde nietsnut?

Vanmorgen had hij eerst gedacht dat hij zich door die teleurstelling zo beroerd voelde. 

‘Waarom ga je niet naar bed?’ hoorde hij Gemma zeggen. ‘Leander komt over een uurtje, dan kun je altijd kijken of je fit genoeg bent om naar beneden te komen.’

Hij wilde er niet aan toegeven, maar uiteindelijk kon hij de hoge stemmen van zijn jongste kinderen niet langer verdragen, het ruziën tussen Raymond en Sem, het geluid van de kunststof blokjes waar Aiden en Tycho mee speelden. Zijn hele lichaam verlangde naar rust en stilte. Langzaam maar zeker kroop vanuit zijn nek hoofdpijn naar boven. Hij had het ijskoud. 

‘Misschien moet ik de kachel wat hoger opstoken,’ stelde hij voor. ‘Dan voel ik me vast beter. Het is nu zo koud.’

‘Pa, het is hier bloedheet!’ protesteerde Célina. ‘Zelfs Kaj zweet!’ Ze wiegde haar zoon, die net had gedronken, heen en weer. 

Hij kon niet anders dan toegeven aan z’n lamlendigheid. ‘Jullie moeten me echt wakker maken voordat Leander komt. Een kwartier ervoor of zo, zodat ik er niet met een slaperig hoofd bij zit.’

‘Komt goed,’ beloofde Gemma grif. Ze maakte zich zorgen om Ruud. Niet alleen vandaag, maar al veel langer. Ze probeerde er niet aan te denken dat ze zelf ook doodmoe was van alles. Nog steeds trok de teleurstelling bij vlagen door haar heen. Elke keer als ze naar Célina en Kaj keek vroeg ze zich af hoe het moest als ze straks niet meer thuis woonden.

‘Wil je met Leander trouwen?’ had ze gisteravond gevraagd, waarop Célina stellig haar hoofd had geschud. 

‘Voorlopig niet. Leander vindt het niet leuk, maar ik wil eerst met Kaj een poos op mezelf wonen. Ik vind het belangrijk dat ik zelfstandig word en dat we elkaar beter leren kennen. Hij zal Kaj kunnen zien zo vaak als hij maar wil, maar na alles wat er is gebeurd, vind ik het te vroeg om te trouwen of samen te wonen.’

Dat is tenminste iets, had ze gedacht, maar het had haar teleurstelling niet weg kunnen nemen. Al reageerde ze minder heftig dan Ruud, ook zij was heel erg teleurgesteld door de beslissing van hun oudste dochter.

Boven hoorde ze Ruud stommelen. Ze vroeg zich af of hij water zou willen hebben. Voordat ze naar de keuken liep om een glas in te schenken, maakte ze een rondje door de kamer en greep hier en daar wat speelgoed van de vloer dat ze met een snelle beweging in de speciale ton gooide. Onbegonnen werk. Binnen een mum van tijd zou er weer van alles op de vloer liggen.

Ze dacht er verder niet over na en ging naar de keuken om een glas water voor Ruud te halen.


Tegen de tijd dat Leander zou komen, liep Gemma naar boven om Ruud te wekken. In de kille slaapkamer lag hij op het dekbed. Ze zag dat hij zweette. Het glas naast z'n bed was leeg. Even bleef ze naar hem staan kijken. Ze vroeg zich af wat er in hem omging. Jarenlang was hij een open boek voor haar geweest. Tegenwoordig leek hij in een andere wereld te leven, waarvan zij de ingang niet kon vinden. 


[wordt vervolgd