[-45-]
4 november 2021 om 13:29‘Ik ga naar de bouwmarkt!’ Ruud stak zijn hoofd om het hoekje van de kamerdeur en wilde meteen doorlopen, maar Gemma hield hem tegen.
‘Waarom?’
‘Omdat ik te weinig hout heb voor het repareren van de kozijnen,’ reageerde hij onwillig. ‘Tot straks!’
Hij deed de kamerdeur achter zich dicht als teken dat wat hem betrof dit gesprek ten einde was. Gemma trok de stekker van het strijkijzer uit het stopcontact, zette het snel op een van de hogere planken van hun boekenkast, vergewiste zich ervan dat Morris en Aiden lekker aan het spelen waren en liep hem achterna. Hij stond op het punt om via de achterdeur naar buiten te gaan. Ze signaleerde zijn tegenzin toen hij haar ontdekte.
‘Wat is er nou weer?’ Hij trok zijn wenkbrauwen op.
‘Waarom?’ informeerde ze nog eens.
‘Wat is dat nou voor achterlijke vraag?’ snauwde hij. ‘Waarom? Waarom? Omdat ik anders niet verder kan.’
‘Ik denk dat je weer op de vlucht slaat,’ zei ze stellig. ‘Vanaf het moment dat Célina heeft aangekondigd dat ze vandaag naar de ouders van Leander gaat, is er met jou geen land te bezeilen. Je trekt je terug in je eigen hokje, alsof jij de enige bent die dat lastig vindt. Ik denk dat we hier samen over moeten praten.’
‘Jij zeurt toch altijd dat ik nodig iets aan ons huis moet doen?’
Gemma voelde verontwaardiging opborrelen. Hoezo zeuren? Wie mopperde altijd het hardst over de energierekening? Ze zweeg er wijselijk over. ‘Er liggen ook nog heel wat klussen op je te wachten, maar in dit geval gaat het er niet om dat je ons huis wilt opknappen, maar dat je weg wilt lopen voor je problemen. Naast het besluit van Célina, heb je er nog wel een aantal.’
Hij liet de deurkruk van de achterdeur los. Ze zag hoe zijn mond geagiteerd bewoog en even verwachtte ze dat hij in woede zou uitbarsten, maar hij knikte gelaten. ‘Ik had kunnen weten dat je me beter kent dan wie ook. De laatste tijd voel ik me zo’n enorme mislukkeling, en dan dit er nog bij. Ik wil die vent echt niet bij ons thuis op de bank hebben. Jij weet toch ook hoe hij Célina heeft behandeld? Jij weet toch ook dat hij Kaj niet wilde? Waarom zou hij nu ineens van gedachten zijn veranderd?’
‘Misschien hoeven we het niet te begrijpen,’ zei ze aarzelend. ‘Misschien moeten we het ook niet zo op onszelf betrekken en dit als een mislukking zien. Célina is een volwassen vrouw die haar eigen keuzes kan maken. De tijd zal leren of dat de goede keuzes waren. Zo zijn wij toch ook volwassen geworden?’
‘Maar jij koos in ieder geval voor de juiste man.’
Ze ontdekte ineens de twinkeling in zijn ogen.
‘Vind je?’ kaatste ze terug.
‘Nee, het is een mislukkeling.’ Hij werd meteen weer ernstig. ‘Had jij gedacht dat het zo moeilijk zou worden als je kinderen richting volwassenheid gaan? Ik vraag me af wat ons met die anderen allemaal nog te wachten staat.’
‘Over Sem maak ik me de meeste zorgen,’ bekende ze. ‘Hij is zo… zo ongrijpbaar geworden. Ik heb het gevoel dat we hem niet meer kunnen bereiken. Wanneer ik met hem praat, lijkt het steeds alsof hij me vierkant uitlacht. Hij gaat z’n eigen gang. Ik ben zo bang dat hij over een poosje iets doet wat nog veel erger is dan een paar blikjes bier stelen uit de supermarkt. Hij is veel vaker met August weg dan hij toegeeft. Hij is zo stiekem. Van Leander vond ik het altijd vervelend dat hij me niet recht aankeek, maar dat doet Sem nu ook niet. Dat voelt gewoon niet goed.’
‘Ik weet wat je bedoelt.’ Hij aarzelde. ‘Zal ik die kozijnen vandaag maar even laten zitten?’
Ze knikte. ‘Misschien moeten we vandaag wat meer genieten van de kleintjes. We weten allebei hoe snel ze groot worden en hoe hun onbevangenheid dan verdwijnt.’ Ze wist niet waarom, maar ineens kreeg ze de onbedwingbare behoefte om hem te kussen. Ze gaf eraan toe, voelde zijn verrassing, maar bijna meteen sloeg hij zijn armen om haar heen.
‘Wat doen jullie?’ Raymond kwam het gangetje in. ‘Gatver! Jullie staan elkaar af te likken!’ Hij verdween meteen weer.
Ruud liet haar los. ‘We kunnen hier niet ongestraft zoenen.’
‘Wat is er?’ hoorden ze Loïs in de kamer vragen.
‘Papa en mama staan te zoenen.’
‘Zoenen?’ herhaalde Loïs.
‘Papa en mama?’ bemoeide Felice zich er nu ook mee. ‘Bléééh!’
‘Vaders en moeders horen niet te zoenen,’ grinnikte Gemma.
‘Daar trek ik me lekker niks van aan.’ Ruud sloeg zijn arm weer om haar heen. Ze hoorden allebei hoe de deur van de kamer open kierde.
‘Ze zoenen echt…’ fluisterde Felice.
Loïs giechelde. Aiden had Morris in de steek gelaten en wilde weten wat er te zien was.
Onverstoorbaar bleef Ruud haar vasthouden, maar van zoenen kwam het niet meer. Gemma stikte van het lachen.
‘Die vluchtelingen kunnen hier alles krijgen,’ zei Leanders vader. Vanachter zijn vettige brillenglazen keek hij Célina doordringend aan. Waarschijnlijk kwam het door het zware, donkere montuur dat de man zo somber leek. Zijn golvende, zwarte haar had hij strak achterovergekamd. ‘Wij moeten elke cent omdraaien en als onze wasmachine morgen kapot is, zou ik niet weten waarvan we een nieuwe kunnen kopen,’ ging hij door. ‘Maar als buitenlander hoef je maar te kikken en de gemeente komt er eentje brengen.’
[wordt vervolgd