[-25-]

-25-


August was er heel goed in. Sem weigerde. 

Joviaal verdeelden ze de spullen. Sem kocht af en toe chips of worstjes om hen te trakteren en hoopte zo geen problemen te krijgen.

Het was August die op een dag vond dat het niet eerlijk was dat zij altijd het risico moesten nemen. Sem sputterde nog tegen. ‘Jullie willen het toch zelf? Ik dwing jullie niet.’

Nu vroeg hij zich af waarom hij dat niet had kunnen volhouden. August wist het zo te draaien dat zijn houding werkelijk oneerlijk en bijzonder onsportief leek. Twan en Youri waren het met hem eens. ‘Die kick als je veilig buiten staat is grandioos,’ had Youri beweerd. ‘En wat loop je nou voor risico? Als er iets gebeurt, draaien we er met z’n vieren voor op. De boete delen we door vier, de verantwoordelijkheid delen we door vier.’

Zo had hij zich laten overhalen. Sukkel die hij was.

Doodzenuwachtig liep hij door de enorme supermarkt die August voor hem had uitgezocht. Kennelijk had zijn nervositeit er zo van afgespat dat hij de aandacht van de bedrijfsleider had weten te trekken. In ieder geval wilde hij net opgelucht ademhalen en met een paar blikjes bier onder zijn jas naar buiten lopen toen hij die hand op zijn schouder had gevoeld.

‘Kun je even laten zien wat je onder je jas hebt?’

Andere klanten liepen langs en keken hem aan toen hij er met een rode kop stond en even later dwars door de winkel moest lopen naar het kantoor van de bedrijfsleider. Nooit eerder had hij zich zo vernederd gevoeld. Hij had het idee dat iedereen aan hem kon zien wat hij had gedaan. Van August, Youri en Twan was geen spoor te bekennen. 

Van gedeelde verantwoordelijkheid en een gedeelde boete was ook geen sprake. Volgens August had hij het zo stom aangepakt dat hij wel betrapt moest worden.

Na de tijd was hij doodsbang dat ze er bij de Coop waar hij werkte achter zouden komen, maar nog erger was het om de teleurstelling van zijn ouders te voelen. 

Hij wist zeker dat hij er door August en z’n vriendjes gewoon was ingeluisd. Waarom had hij toen niet definitief met die gast gebroken? 

Hoe kon het dat August hem altijd weer wist over te halen?

Maar vandaag was hem dat niet gelukt.

Sem voelde zich sterk en tevreden.


Zoals gebruikelijk liep Célina samen met Bob naar het station. Hij was nog opgewekter dan anders nadat ze hem had gevraagd om de komende zondag te komen. Ze was bijna geschrokken van de gretigheid waarmee hij haar uitnodiging had geaccepteerd.

Had ze het beter niet kunnen doen?

Het was toch wel duidelijk dat hij erg op haar gesteld was?

Wat moest ze doen als hij straks meer verwachtte?

Ze luisterde met een half oor naar zijn betoog over een betere verdeling van de welvaart. Het was prettig om naast hem te lopen en zijn stem te horen. Het voelde heel anders dan met Leander, ze voelde zich meer op haar gemak bij Bob. 

Hoe kon het dat ze dat nu zag? Ze was toch dol op Leander geweest? Het was een ingewikkelde relatie, dat begreep ze nu wel. Hij was tien jaar ouder dan zij en vaak had ze in zijn nabijheid het gevoel gehad dat ze een klein meisje was. Ze schaamde zich voor haar ouders, die haar volgens Leander als een kind behandelden. Ze keek naar hem op, maar ze drong nooit echt tot hem door. Over zijn ouders wilde hij niet praten, laat staan dat ze die had ontmoet.

Zou Bob wel met haar ouders overweg kunnen?

‘Je bent een beetje stilletjes,’ merkte hij op. ‘Ben je het niet met me eens? Het is toch een oneerlijke wereld waarin we leven? De een heeft een huis met gouden kranen, bij de ander gaan de kinderen zonder ontbijt naar school. Zo kan het toch niet bedoeld zijn? En volgens mij wordt een mens niet eens gelukkiger van een huis met gouden kranen. Je wordt gelukkig als je niet dagelijks hoeft te piekeren over rekeningen die nog moeten worden betaald, als je er misschien af en toe eens een poosje opuit kunt trekken voor een vakantie, maar wat voegen marmeren vloeren en gouden kranen toe? Daar went een mens ook heel snel aan.’

Onlangs had hij haar verteld dat zijn vader predikant was. Daar moest ze ineens aan denken. ‘Je kunt wel horen dat je vader dominee is,’ merkte ze plagerig op.

‘Dat heeft daar niks mee te maken.’ Het klonk ineens gepikeerd.

Van schrik bleef ze staan. ‘Sorry, zo was het niet bedoeld. Ik denk dat je gelijk hebt, maar ik denk ook dat er bij jou thuis op die manier naar mensen wordt gekeken. En daar bedoelde ik echt niks verkeerds mee.’ 

Hij stond ook stil, maar hij lachte alweer. ‘Af en toe liggen dingen wat gevoelig bij me. Er wordt vaak zoveel aan het beroep van mijn vader toegeschreven, maar ik ben gewoon mezelf.’ Zijn ogen glommen.

‘Daar heb ik eigenlijk nooit bij nagedacht.’

‘Je herkent het toch zelf ook? Wanneer jij vertelt dat je uit een gezin met tien kinderen komt, wordt er direct een stickertje op je geplakt en heel veel van je gedrag wordt van daaruit verklaard. Ik heb het je al een paar keer horen zeggen. Niet op die manier dan, maar toch…’


[wordt vervolgd