[-73-]

-73-


Tycho schaterde.

Alle kinderen waren dol op hun oudste zus. Nadat Leander in haar leven kwam, veranderde Célina, maar op dit moment zag ze de oude Célina. De grote zus vol grapjes en fantastische invallen. 

De oude Célina. Soms waren veranderingen geen vooruitgang. Zo moest zij weer de oude Gemma zien te worden.

Maandagmorgen, zodra iedereen naar school was, ging ze meteen bellen.


‘Om negen uur ga ik naar Elske,’ kondigde Loïs met haar mond vol brood met hagelslag een halfuur later aan. ‘Ik mag van haar moeder mee naar de manege als ze paardrijles heeft.’

Gemma knikte. ‘En wat ga jij doen, Felice?’

‘Ik ga… ik ga…’ Felice was er met haar hoofd niet bij. Ze keek meer onder de tafel dan op haar bord. 

‘Hé, zit jij mijn Asterix onder het eten te lezen?’ Thomas kreeg in de gaten wat er aan de hand was. Hij rukte het stripboek van haar schoot. ‘Kijk dan, vieze botervlekken… Je zorgt maar dat die eruit gaan en anders krijg ik een nieuwe van je.’

‘Die vlek zat er al,’ beweerde Felice. ‘Dat heb ik echt niet gedaan hoor.’

‘De boter zit er nog dik op!’ Thomas schreeuwde. 

‘Pak maar even een papiertje van de keukenrol, daar haal je het meeste zo mee weg,’ raadde Gemma rustig aan. ‘Er zijn werkelijk ergere dingen om je over op te winden.’

‘Tom komt straks bij mij spelen,’ zei Tycho vrolijk.

Gemma schudde haar hoofd. ‘Gisteren heeft Toms moeder gebeld of het goed was dat jij een keer bij Tom kwam spelen. Ze vond het niet zo leuk dat jullie bijna altijd hier zijn. Om tien uur haalt ze je op.’

‘Ik wil niet bij Tom…’

‘Pieperd!’ smaalde Lucas. ‘“Ik wil niet bij Tom…”’ deed hij Tycho na.

‘Lucas, hou op!’

Gemma zuchtte. Anderhalf uur geleden was ze uit bed gekomen, en ze was nu al doodop. Het ontbijt ervoer ze de laatste tijd echt als een van de zwaarste momenten van de dag. In hun huis gold de regel dat elk kind daarbij aanwezig was, ook op zaterdag. De oudsten gingen zo naar hun werk. Als Tycho en Loïs dan ook niet thuis waren, scheelde dat weer een stukje. Niet dat die twee doorgaans veel drukte maakten, maar elk kind praatte, maakte ruzie of zong. In dit huis was het zelden stil.

Ze merkte dat ze daar steeds slechter tegen kon.


[Hoofdstuk 19

Ondanks de zaterdag had hij Juliëtte vandaag beter kunnen afzeggen. In de eerste helft van januari was het rustig. Dat was voor geen enkele winkelier een verrassing, dat had het voor hem ook niet hoeven zijn.

Ruud haalde eerlijk Hollands oerbrood uit de oven. Nog altijd was er niets heerlijkers dan de geur van versgebakken brood. Als klein jongetje had hij dat al gevonden als hij logeerde bij de ouders van zijn vader, die een bakkerij hadden. Daar was zijn verlangen geboren, al zag hij wel hoe hard zijn opa en oma werkten. Soms mocht hij meehelpen. Zijn opa had plezier in het kleine, leergierige jongetje dat van alles over het bakkersvak wilde weten. Hij genoot van de sfeer in de bakkerij, van de warmte van de ovens, van de met meel bestoven handen van zijn opa, van de geur van versgebakken brood. Het was allemaal voorbij toen ze ermee ophielden en de zaak werd overgenomen door een onbekende jongeman. Zijn vader had geen enkele belangstelling voor het bakkersvak. Zijn broers waren er niet toe in staat, omdat de een in Amerika woonde en de ander verstandelijk gehandicapt was.

De logeerpartijen bij zijn grootouders waren doorgegaan, maar de bakkerij was hij blijven missen.

Vanuit de winkel klonk de heldere stem van Juliëtte. Kennelijk waren er mensen neergestreken die behoefte aan koffie hadden. ‘We hebben heerlijke appeltaart, met een beetje geluk is die nog warm,’ hoorde hij haar zeggen. Alleen al van de manier waarop ze het zei, moest klanten het water wel in de mond lopen. Juliëtte hoefde de rest van het rijtje niet op te noemen. Er werd appeltaart besteld. Onwillekeurig glimlachte hij. Juliëtte wist precies hoe ze de klanten moest aanpakken.

Hij drukte het deurtje van de bovenste oven dicht en zag zichzelf weerspiegeld in het donkere glas. Het beviel hem niet. Hij kreeg een oude kop.

Sterker nog: hij werd echt oud.

Zijn dochter was zwanger. Dat betekende dat hij opa zou worden, of hij dat nu leuk vond of niet.

Hij bleef even staan om zichzelf beter te kunnen bestuderen. De boodschap was gisteravond hard aangekomen. Misschien wel omdat hij er totaal niet op was voorbereid.

Het enige goede nieuws was dat Célina nu van die jongen af was. Daar zou hij geen traan om laten. Jongen, zo noemde hij hem, maar in feite ging het om een man die tien jaar ouder was dan zijn dochter. Hij had beter moeten weten. Gemma kon wel proberen om alles weer met de mantel der liefde te bedekken, maar Leander was op een leeftijd dat hij ouder en wijzer zou moeten zijn. Die wijsheid had Ruud in de tijd die hij hem nu kende op geen enkele manier gezien.

Met zijn hand streek hij door zijn kortgeknipte haar, waar tussen het donkerblond steeds meer grijs schemerde. 


[wordt vervolgd